Auteursarchief: Redactie

Curiosity, what else…?

ikzouweleenswillenwetenDavid interviewt Martijn Sytsma. Martijn is docent Sport & Bewegen op het AOC Oost en Coach op Het Groene Lyceum. Daarnaast is hij student Master Leren & Innoveren. Zijn ding? Nieuwsgierigheid!

Voor je studie doe je onderzoek naar nieuwsgierigheid, vertel eens.

Ik heb onderzocht welke aspecten van het onderwijs, zoals we dat op het Groene Lyceum van AOC Oost verzorgen, een positieve invloed hebben op de nieuwsgierigheid van leerlingen. Daarbij veronderstelde ik een sterke relatie tussen de mogelijkheid voor leerlingen om hun eigen vragen te kunnen onderzoeken in combinatie met leren over verschillende type vragen en nieuwsgierigheid. Daarvoor heb ik rondom een project een voor- en nameting gedaan, met behulp van een vragenlijst, en tijdens het project interviews met verschillende groepjes leerlingen gehouden.

Wat was het onderwerp van dat project?

Het project ging over ‘lifestyle’; leerlingen kozen uit tien verschillende lifestyles een lifestyle waar ze nog niet zoveel van wisten om onderzoek naar te doen. Op basis van de ingevulde vragenlijsten werden de leerlingen ingedeeld naar de mate en soort van nieuwsgierigheid die ze aangaven te hebben. Voor de nieuwsgierige leerlingen was het vooral belangrijk dat ze konden kiezen in onderwerp; ze konden gaan voor een onderwerp dat aansloot op een al bestaande interesse of iets anders wat ze het meest aansprak. Voor de minder nieuwsgierige leerlingen leek dit in eerste instantie minder van belang. Ze hadden liever wat anders gedaan, maar als ze dan toch moesten kiezen, dan maar iets wat zo dicht mogelijk bij een bestaande interesse lag.

Wat moesten de leerlingen vervolgens doen?

nieuwsgierig1De leerlingen gingen hun eigen onderzoeksvragen stellen. Voor de nieuwsgierigen vooral van belang om hun onderzoek wat gerichter te maken. Hun nieuwsgierigheid ging duidelijk over ‘leuk’, ‘ergens meer over te weten komen’, ‘ontdekken’: nieuwsgierigheid vanuit interesse. Voor de minder nieuwsgierigen leek dit van groot belang. Het stellen van vragen confronteert namelijk met een tekort: Je weet iets niet. Dat was in de gesprekken met leerlingen een kantelpunt: Nu wil ik het antwoord weten ook! De achterliggende theorie die ik heb gebruikt noemt dit curiosity as a feeling of deprivation (nieuwsgierigheid als een gevoel van gemis). Hierna was er eigenlijk geen onderscheid te maken tussen de verschillende type leerlingen. Ze wilden allemaal graag antwoord op hun vragen en daar maakten ze geen half werk van. Ze gebruikten bijvoorbeeld allemaal meer bronnen dan verplicht want “je wilt toch een compleet antwoord hebben op je vragen”.

Hoe faciliteer je een en ander als docent?

Ik heb gekeken naar de rol van de docent en die van ‘informatie’. Dat laatste is een lastige, want informatie is passief en zal iemand niet ‘zomaar’ nieuwsgierig maken. Het lijkt vanuit de theorie wel essentieel: geef leerlingen niet te weinig informatie, maar ook niet te veel. In het project is er voor gekozen om geen informatie te geven, behalve dan de clichématige foto’s van lifestyles op basis waarvan de leerlingen een keuze konden maken. Dat maakte de rol van de docent juist weer extra belangrijk: een ‘wegenwacht’ noemde een leerling het. “Als je vast zit, stelt zij op zo’n manier vragen dat het makkelijker wordt, maar toch ook niet, waardoor je het weer verder wilt onderzoeken.” Wat ik mooi vond was dat de leerlingen helemaal geen antwoorden van de docent willen, ze willen er echt zelf achter komen. Maar de docent was wel essentieel als coach en gids om leerlingen over of om een drempel heen te helpen of om een ‘routekaart’ uit te delen. Ik denk dat het nog wel eens vergeten wordt dat leerlingen geen ervaren (onder)zoekers zijn. Leerlingen lopen dan vast in frustratie en worden op die manier niet beloond voor hun nieuwsgierigheid.

Kun je al wat over de opbrengsten van het onderzoek prijsgeven?

Hm ja, het onderzoek geeft ten eerste hints wat betreft het rekening houden met verschillen in nieuwsgierigheid tussen leerlingen, het geeft verder zicht op de rol van de docent daarbij en laat ten slotte – voorlopig tenslotte – zien hoe belangrijk de hele cyclus van interesse, vragen stellen – onderzoeken – antwoorden – en weer nieuwe vragen vinden, is voor de nieuwsgierigheid van de leerlingen. En niet te vergeten: als nieuwsgierigheid een doel wordt binnen onderwijs, dan is het van belang leerlingen te leren zichzelf nieuwsgierig te maken. Leer ze dus zelf – verschillende – vragen stellen en onderzoeksstrategieën!

Is het kunstje of verandert er ook iets in de grondhouding van de leerling?

brebadIemand nieuwsgierig maken is een kunstje. Zie reclame. Ken je het boek van Roland van der Vorst hierover?  Misschien zijn films of series wel een beter voorbeeld. Er wordt daar zo met informatie gespeeld dat je erg nieuwsgierig wordt. In ‘whodunnit’s’ wordt bewust informatie achtergehouden zodat je zelf mee gaat zoeken naar de dader. Cliffhangers worden gebruikt om mogelijkheden open te laten, je gaat zelf al invullen hoe het verder zou kunnen gaan. De kern van dat ‘genoeglijk gemis’ (van der Vorst, 2011) is dat je geconfronteerd wordt met iets niet weten, maar dat je uitzicht hebt op het wel te weten. Wat een prettig gevoel is. Dit zijn ‘kunstjes’ die je ook in een onderwijscontext in zou kunnen zetten. Daarbij is vragen stellen, of ‘het oproepen van een genoeglijk gemis’ essentieel. Volgens Kashdan (2010) moet je dat dan gewoon zo vaak mogelijk doen: hoe vaker je iemand nieuwsgierig maakt, des te nieuwsgieriger die iemand wordt. Op dat moment verandert er dus echt iets in de persoon.

Maar wat gebeurt er als de vragen stoppen? Ik denk dat expliciteren van wat je doet – Waarom is om je heen kijken zo belangrijk? Waarom is vragen stellen belangrijk, Welke vragen geven welke antwoorden? Wat leer je van ‘met een vragende blik’ de wereld in kijken? Etcetera – en daar op een metacognitieve manier aandacht aan besteden daarom belangrijk is naast het nieuwsgierig onderzoeken zelf. Dan heeft ‘leren nieuwsgierig te worden’ – het wordt zo een beetje vervelende instrumentele terminologie voor zo’n prachtig iets… sorry – te maken met kinderen bewust om zich heen laten kijken, daar vragen over leren stellen en ze te helpen bij het vinden en ontdekken van antwoorden. Je zet dan inderdaad kunstjes in om kinderen te laten ontdekken dat je van dat proces kunt genieten. Maar zo kun je volgens mij ook daadwerkelijk iets veranderen in de grondhouding.

Ik las in een blog van je dat je ervoor pleit om het begrip talent te vervangen door nieuwsgierigheid. Leg eens uit?

Het gaat daarbij om het begrip ‘talent’ in het strategisch beleidsplan van onze school. Let op, ik pleit niet voor het afschaffen van aandacht voor talent. Al helemaal niet op het vmbo, waar leerlingen toch al niet overlopen van het zelfvertrouwen. Als algemeen uitgangspunt voor onderwijs (we gaan uit van het talent van de leerling) vind ik het echter een te smal perspectief. Ik denk dat het een taak in het onderwijs is om leerlingen te helpen ontdekken waar ze goed in zijn, maar ook waar ze niet goed in zijn (cursivering redactie). Ik vind het verder een belofte die je niet waar kan maken, kinderen weten vaak helemaal niet wat hun talent is, laat staat dat wij als docenten daar vanuit kunnen gaan. En dat nog los van het idee dat er ook een hoop negatieve talenten zijn die we liever niet ontwikkelen.

dr satanDat laatste is wel een beetje flauw, nieuwsgierigheid heeft natuurlijk ook een ‘duistere kant’. Maar die laatste biedt wat mij betreft wel meer aanknopingspunten om daadwerkelijk vanuit zo’n strategisch beleidsplan te vertalen naar de praktijk. De praktijk in de klas: nieuwsgierig kijken naar jezelf (wat vind je mooi, moeilijk, spannend, wat kun je, wat zou je willen kunnen, …) en naar de wereld om je heen (zie alle voorgaande vragen!). Maar het biedt ook implicaties voor wat je van docenten verwacht voor wat betreft hun nieuwsgierigheid. Welke ontwikkelingen op mijn vakgebied zijn er? Hoe passen die in mijn dagelijkse praktijk? Op die manier vind ik ‘nieuwsgierigheid’ een veel bredere en zinvollere basis dan ‘talent’. (Lees hier de betreffende blogpost)

MartijnsytsmaMartijn Sytsma

Docent Sport & Bewegen op het AOC Oost
Coach op Het Groene Lyceum
Student Master Leren & Innoveren
Weblog van Martijn: ‘Let’s go exploring!’:

 

Literatuur / referenties:

  • Vorst, R. Van der (2011) Nieuwsgierigheid, hoe wij elke dag worden verleid. Nieuw Amsterdam.
  • Kasdan, T. (2010). Nieuwsgierig? Spectrum.
Dit bericht werd geplaatst op door .

Profiel van de creatieve leerkracht

2015-01-22 13.32.35In het maartnummer van het tijdschrift Jeugd in School en Wereld (JSW) verscheen een artikel van Anouk en mij: De Creatieve Leerkracht. In dat artikel hebben we het onder meer over een oude bekende op deze weblog: Teresa Cremin. De Britse hoogleraar education die onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen die een creatieve leerkracht en een creatief leerklimaat kenmerken. Je kunt het artikel hier downloaden: De Creatieve leerkracht (JSW 03/15).

DSC01155In het onderzoeksrapport Creatieve Teaching for Tomorrow beschrijven de auteurs 4 pedagogische ‘praktijken’ die in het onderzoek telkens weer zichtbaar werden, en die creativiteit stimuleren: het profiel van de creatieve leerkracht als het ware.
We noemden ze al eerder op deze website en in het artikel vatten we ze als volgt samen:

  • Nieuwsgierigheid – Leerkracht en leerling verwonderen zich, stellen vragen en speculeren hardop. Er is tijd en ruimte om op zoek te gaan naar verschillende antwoorden.
  • Verbinding – Lesstof wordt relevant gemaakt door verbinding te zoeken met de wereld van het kind, hun interesses en voorkeuren. Ook worden andere mogelijkheden verkend.
  • Originaliteit – Nieuwe ideeën en onverwachte gebeurtenissen zijn hefboom voor Avontuurlijk leren: het oplossen van problemen en het zien van nieuwe mogelijkheden.
  • Eigenaarschap – Kinderen krijgen in toenemende mate zeggenschap over hun eigen leerproces. De leerkracht instrueert, stuurt en faciliteert op passend wijze.

foto-5Bij het onderzoek werden tientallen leraren geobserveerd en ondervraagd met betrekking tot hun houding en gedrag ten aanzien van creatieve ontwikkeling in hun onderwijspraktijk. Een van de vragenlijsten die daarbij gebruikt werd vind je hier: Reflecteren op jouw rol als creatieve leraar.
Gebruik deze vragenlijst eens om jezelf en je collega’s een spiegel voor te houden waar het gaat om jouw houding en gedrag ten aanzien van creatief denken in de klas. Wat is jouw creatieve profiel?

In het artikel verwijzen we ook naar creatieve basis-denkvaardigheden (flexibel associëren, creatief waarnemen, analogieën gebruiken en transformeren) en hoe die in de creatieve denktechniek De Divergentiematrix worden gebruikt. Een praktisch lesvoorbeeld ervan is te vinden in de les Het 1000 & 1 Dingen-Ding van Het Ideeëntoestel. De beschrijving van deze les kun je hier downloaden (+ materialen) of via de nieuwsbrief van C.D.O. van mei 2015.

Tot slot een quote van een van de co-auteurs van Creative teaching for tomorrow, Dr Stephen Scoffham (Principal Lecturer, Faculty of Education, Canterbury Christ Church University):
“One of the most interesting findings from our research was that teachers who think of themselves as creative seem likely to promote creativity in their pupils. In other words,
they have a creative state of mind. Future Creative and creative partners have a critical role to play in promoting this mind-set in both teachers and young people. We also found that creative practice was likely to flourish best in schools where there was a clear commitment to a shared ethos and where staff enjoyed the active support of the school leadership.”

David2klDavid

Dit bericht werd geplaatst op door .

Het nut van een Vlek

inktvlekIn mijn lokaal is een klein atelierhoekje gecreëerd. Daar staat materiaal wat ik af en toe verwissel en er zijn opdrachten die leerlingen kunnen maken na een korte instructie.  Enkele huishoudelijke regels en wat richtlijnen zorgen ervoor dat er doelgericht gewerkt kan worden. En het is steeds weer netjes na afloop. Dat loopt dus gesmeerd.

Tot op een dag Finn naar me toekomt met enigszins de staart tussen de benen. Hij had met de Oost-Indische inkt gewerkt en dat potje was nu helemaal omgevallen en leeg, maar hij zou het meteen opruimen beloofde hij beduusd. “Opruimen? Opruimen? Ik wil eerst zien wat voor vlek dat is!!”

Samen zijn we gaan kijken. Een behoorlijke vlek was het inmiddels; zijn tekenpapier was er vol van..
“Weet je wat? Laat die vlek maar even. Ruim de rest op en leg je vlek te drogen. En als het droog is praten we verder.”  Dat laatste hoefde ik niet meer te doen, want er ontstond de volgende ochtend vanzelf een groepje kinderen rondom De Vlek. “Het is een vrouw die iets wil pakken!” “Nee, het is een  dier wat hard weg wil rennen.”  De kinderen gingen er helemaal in op.  En ik hoefde niets te doen voor deze ontdekkingen; deze zo waardevolle gesprekken.

lindasinnigeVandaag had ik een hartstikke inspirerend gesprek met Linda (www.buroeigendeeg.nl) . En we vroegen ons samen hardop af of creatieve vaardigheden nou een apart vak zou moeten zijn, of niet. En als wel – hoe bied je dat dan aan? En als niet – hoe zorg je dan toch voor deze vaardigheid?  Want we zijn het er beiden roerend over eens dat creatieve vaardigheden in de brede zin een onmisbare factor is bij onze ontwikkeling.
Moeten we hier de kinderen van overtuigen? Welnee, zij zijn ons lichtend voorbeeld van Creativiteit. Hebben wij ze hier dan nog wel iets in te leren? Goeie vraag… Wie moet er dan eigenlijk bereikt worden?

Mijn idee hierover is dat je niet bij de leerling maar bij de leerkracht begint.  Hoe kun je met leerlingen op ontdekkingsreis gaan als je zelf niet ervaren hebt hoe het is om je creatieve vermogens aan te boren? Waar die creativiteit in zit, waar je het vindt en hoe je het ziet? Hoe dat is om oordeel uit te stellen, te ontwerpen vanuit een probleem. Iets zien wat niet eens meer lijkt op wat je zag?
Tegelijkertijd is juist je leerling een geweldige leermeester – als je de onbevangenheid van de kinderen omarmt en de mogelijkheden ziet om met en van ze te leren.
Het gaat er niet om dat wij de kinderen creatief denken bij moeten brengen. Het gaat erom dat wij de kinderen die aangeboren vaardigheid durven laten behouden. En daarvoor zullen wij als volwassenen hier en daar wat moeten afleren en aanleren.

Ik voel me gezegend met mijn talent om zo’n vlek te durven laten ‘leven’. En ik ben er erg trots op dat ik van de gebaande paden af durf te gaan om daadwerkelijk zo’n ontdekkingsreisje in het klein aan te gaan. Met het risico van onbegrip en onwetendheid binnen mijn werkveld op de koop toe nemend. Maar ik wil zo graag dat meer leerkrachten dit ervaren. En ik weet dat er genoeg collega’s zijn die dat best zouden willen durven maar niet goed weten hoe. We zijn in de groep zo intensief bezig met de ‘verplichte lesstof’ en de rust in de groep  – dat zo’n Vlek iets is wat opgelost kan en moet worden, opdat we weer over kunnen gaan tot het werkelijke nut van de dag. Vlekken kosten leertijd. En leertijd is werkdruk voor de leerkracht.
Ik ben ervan overtuigd dat creatieve vaardigheden meer vliegen in één klap slaan. Daarvoor even terug naar De Vlek. Wat deden de kinderen? Ze namen de tijd om te kijken. Ze verwoordden de beelden die ontstonden. Ze luisterden naar elkaar. Ze bleven bij het onderwerp. Is dit niet een belangrijk onderdeel in de taalmethodes? Spreken en luisteren? En wat heb ik ervoor moeten doen? Niets anders dan ruimte geven en stilstaan bij mogelijke uitdagingen die zich voordoen bij iets wat in eerste instantie een probleem leek. Ik heb ruimte gegeven voor creatief inzicht en tegelijkertijd een taalmoment gecreëerd. Werkdruk? Welnee.. het kostte me 27 seconden.

Ik weet zeker dat we ons dat als leerkracht (weer) eigen kunnen maken.  Stop eventjes met moeten – en kijk dan wat er allemaal mag.  Heb dat lef!

Tegen degenen die dit (h)erkennen zou ik willen zeggen:  Gooi die inktpot zelf eens om in een onbewaakt moment en neem er lekker de tijd voor. Kijk naar wat je ziet. Het nut hiervan moet je voelen, en dan praten we verder. (over probleemoplossend denken, uitstellen van oordeel, verwonderen, durven –  bijvoorbeeld…)

En tegen schooldirecties en –besturen zou ik willen zeggen: Investeer in het creatieve denkproces van je leerkracht. Blaas leven in de lesstof. Zorg dat je team met Lef durft te onderwijzen.
Organiseer een goede workshop tijdens een studiemiddag. Creatief denken leer je vooral door het te ervaren en met een stuk theoretische achtergrond geef je je team een basis om hier gericht op voort te borduren.  Het wordt tijd dat creatief denken niet blijft bij het toevallig omvallen van een inktpot op het juiste moment bij de ‘juiste’ juf, maar dat het op waarde geschat wordt en gezien wordt als het cement van onze bouwstenen die we de kinderen aanbieden. Durf die eigenwijze inspirerende leerkracht te zijn! Moet ‘creatief denken’ een vak worden binnen het onderwijs? Wat mij betreft totaal niet! Moet ‘creatief denken’ een belangrijke vaardigheid zijn? Absoluut!

De gastheer van deze waardevolle website, David van der Kooij, organiseert deze workshops.
Voor mijn eigen lespraktijk maak ik graag gebruik van Davids boek “Het Grote Vindingrijkboek”.  Ik gebruik hierbij de achtergrondinformatie die hij hierin op een laagdrempelige manier omschrijft en ga daar dan graag zelf mee aan de slag. Vind je dit lastig, dan vind je per onderwerp leuke lessuggesties. (Download hier de vlekkerige lessuggestie Continenten op drift uit Het Grote Vindingrijkboek)

kickstarterOok wil ik graag aandacht voor twee geweldig gemotiveerde vrouwen die Buro Eigen Deeg hebben opgezet. Wat begon als afstudeerproject (met een prachtig werkboek!) is uitgebloeid tot een missie vanuit ook weer de visie dat creativiteit zoveel en tegelijkertijd zo eenvoudig is. Iedereen is  het en creativiteit is overal. Ook zij geven je graag dat zetje om het weer te hervinden. Kijk voor meer informatie op: www.buroeigendeeg.nl

En ik hoop u vandaag het nut van een vlek te hebben bijgebracht.  😉

Ellen Bollen (Klein formaat)Ellen

Dit bericht werd geplaatst op door .

Een boekje van eigen deeg

kickstarterRuim een jaar gelden ontmoette ik Linda Sinnige. Zij had mij een mail gestuurd met de vraag of ik misschien feedback wilde geven op een creatief project dat zij samen met vriendin Irene de Jong onder handen had. We hebben er een hele ochtend bij mij thuis over zitten praten: Een denk- en doe-boek om creativiteit in de klas te stimuleren. Een boek met opdrachten voor de hele groep, waar je een jaar lang mee aan de gang bent. De opdrachten worden in of op of aan het boek uitgewerkt. Zo heb je aan het eind van het jaar als groep een heel bijzonder en uniek boek: Ons boekje van eigen deeg.

Een aantal maanden later zat ik met Linda in Amsterdam bij Harlem Soul Food in de Haarlemmerstraat op het terras te genieten van de fantastische brownies die ze daar serveren (‘worth a detour’). Zij had het boek bij zich, een handgemaakt exemplaar, enige en uniek in zijn soort. Ik maakte mijn vingers goed schoon voordat ik erin begon te bladeren.

I was blown away… Zo’n moment dat je iets ziet waarvan je twee dingen denkt, ‘hebben!’ en ‘ik wou dat ik dat gemaakt had!’ Met open ogen en mond heb ik de pagina’s aan me voorbij laten gaan. 40 spreads met leuke en prikkelende opdrachten die een beroep doen op creatieve vaardigheden, nieuwsgierigheid, flexibiliteit en fantasie (niet noodzakelijk in die volgorde en zeker niet volledig). Iedere opdracht uitnodigend geïllustreerd en vormgegeven, maar wel bescheiden in omvang want er moet veel ruimte zijn in het boek om de opdrachten op, aan, of in te verwerken. Linda vertelde ondertussen dat zij samen haar vriendin Irene een crowdfunding wilden opstarten om… nou ja lees het zelf maar hieronder, in de eigen woorden van Linda en Irene:

“Zoek de mooiste bloemen en maak van deze bladzijde een paradijs!”

“Verzin eens… Wat kun je allemaal met een wasknijper doen?”, en
“Zoek de mooiste bloemen en maak van deze bladzijde een paradijs!”

4K0B8930Dat zijn twee voorbeelden van opdrachten uit “Ons boekje van eigen deeg”, een boek wat zich richt op creatief denken in het basisonderwijs (middenbouw).  De makers Irene en Linda vinden dit belangrijk omdat kinderen op deze manier opgroeien tot volwassenen die flexibel in het leven staan. Ze kunnen innoveren en omgaan met problemen. Tijdens het werken aan de opdrachten leren de leerlingen om te associëren, divergeren, fantaseren, ontdekken en om creatief te waarnemen. Hierbij wordt het boek omgetoverd in een boekje van eigen deeg, omdat de leerlingen erin mogen plakken, verven, scheuren en ga zo maar door!

4K0B8913Interesse? Het boek staat op Kickstarter. Via dit platform kan iedereen die dit project een warm hart toedraagt (of dit boek gewoon heel graag wil hebben!) bijdragen aan de totstandkoming van de eerste druk. Je kunt meedoen met een bedrag vanaf 5 euro, daar krijg je een digitale versie met tien opdrachten over creatief denken voor terug. Maar je kunt ook het boek bestellen voor 50 euro. Alle opties zijn te vinden op Kickstarter, via deze link:

https://www.kickstarter.com/projects/1243411429/ons-boekje-van-eigen-deeg

Voor inspiratie en meer info:
Website: www.buroeigendeeg.nl
Facebook: https://www.facebook.com/buroeigendeeg

Tja, dit boek wil ik niet missen. Het is ook een boek dat kinderen niet mogen missen in hun groep. Daarom heb ik 50 euro op kickstarter ‘voorgesorteerd’  in de vaste overtuiging dat er nog velen bij me in de rij komen staan.

David, Irene en Linda

David2klirenedejonglindasinnige

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

De Creatieve Leerkracht

JSW-creatieve leerkrachtIn het maart-nummer van Jeugd in School en Wereld verscheen het artikel “De Creatieve Leerkracht” over de pedagogische uitgangspunten die je helpen om een creatief leerklimaat te ontwikkelen in je groep en op school. Download hier het hele artikel.

“Vandaag de dag ontkom je er als leerkracht niet aan: naast taal, rekenen en wereldoriëntatie staan vaardigheden als ICT-geletterdheid, probleemoplossend vermogen en samenwerken – beter bekend als de vaardigheden van de 21e eeuw – geagendeerd op onderwijsconferenties en in de teamvergadering. En dat geldt ook voor de vaardigheid creativiteit. In dit artikel gaan we op zoek naar ‘de creatieve leerkracht’. Wat kenmerkt ze, wat drijft ze en hoe ziet hun onderwijspraktijk eruit? […] Het artikel helemaal lezen? Download het hier.”

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Leer mindmappen…

Elst; 2809: Mindmappen, Ed van Uden, De EsdoornOnlangs verscheen de derde editie van Leer mindmappen …voor kids van Ed van Uden, ook wel bekend als MindmapcoachNL. Reden genoeg voor Ed om een exemplaar op te sturen met de intentie om het boek te laten recenseren.

Bij thuiskomst vond ik op de deurmat een pakje. Ik ben gek op pakjes en doe mijzelf dan ook regelmatig iets kado door op de knoppen van Bol of Managementboek te drukken; ik ben namelijk ook gek op boeken. Maar dit pakje verbaasde me omdat ik bij mijn weten alles ‘binnen had’ en de verpakking ook niet die was welke voornoemde webwinkels eigen is. Ik maakte het nieuwsgierig open: Leer mindmappen …voor kids. Meteen hoorde ik een boel bellen rinkelen en muntjes vallen. Ed van Uden, auteur van, die wil een recensie van me! Bij deze.

LMVK-CDOHet is alweer de 3e editie van Eds boek dat Van Duuren Media op de schappen in de boekwinkels legt. Nu ken ik de oplage niet maar ik feliciteer Ed hier van harte mee. En dat verdient hij ook zeker, concludeer ik als ik het werkje aan het einde van de dag uitgelezen naast me leg. In een notendop? Vlot en helder geschreven met veel handige oefeningen en praktijkvoorbeelden. Vrolijk geïllustreerd en vormgegeven. Ik kon al mindmappen, maar nu kan ik het nog beter.

Het enthousiasme dat Ed voor mindmappen heeft, spettert van de bladzijden af. In aansporende bewoordingen nodigt hij de jeugdige lezers uit om aan de slag te gaan met papier, stiften en kleurpotloden. Daarbij wordt Ed geholpen door niemand minder dan Ali B. die in het voorwoord vertelt hoe hij Ed ontmoette en van hem leerde mindmappen.

In 13 hoofdstukken – ieder met een eigen kleur – legt Ed je niet alleen uit hoe mindmappen ‘moet’ maar vertelt over de hersenen, het geheugen, en hoe je mindmaps op allerlei manieren kunt gebruiken. Veel kleine oefeningen (doen!) zorgen ervoor dat wat je leest onderweg ook beter verankert wordt.

Het mag in onderwijskringen algemeen bekend zijn dat mindmappen niet zomaar een informatieschema tekenen is. Nee, mindmappen kent regels en afspraken waaraan de beginnende mindmapper zich moet houden om het meeste te halen uit de inspanning die het vergt om ze te maken en om uiteindelijk volleerd mindmapper worden. Centraal onderwerp, hoofd- en subtakken, een kleur per tak, met de klok mee werken en veel plaatjes tekenen, liefst gekke, want vooral gekke plaatjes helpen bij het onthouden. Daarbij volgt Ed de aanwijzingen van Tony Buzan – de bedenker van mindmappen – op de voet en hamert er flink op: eerst mindmappen volgens de regels, zodat je precies begrijp hoe en waarom. En pas daarna experimenteren met je eigen aangepaste aanpak.

Ed benadrukt – met recht meen ik – dat de investering in tijd om mindmappen te leren en om mindmaps te maken zich dubbel en dwars terugbetaalt. En wel in het beter onthouden en terughalen van bijvoorbeeld leerstof, in het opstellen van een projectplan, in het maken en memoriseren van een spreekbeurt, in het maken van afgewogen beslissingen of het verkennen van nieuwe ideeën. In het hoofdstuk ‘Schoolvoorbeelden’ staan deze en nog meer voorbeelden beschreven. Daar houd ik van, want ik leer het liefst, best en snelst van voorbeelden.

Wat ik het meest aansprekend van Eds aanpak vindt, is dat hij ‘avatars’ introduceert die verschillende ‘denkstijlen’ representeren die bij het maken van een mindmap een rol spelen; zo blijft het proces van het mindmappen beter hangen. Ik kan ze nu, twee weken na het lezen van het boek, nog steeds snel voor de geest halen: Merlijn (associatief denken), Darwin (hiërarchisch denken), Picasso (radiaal denken), Da Vinci (creatief denken) en De Denker (langzaam denken). Een beproefde en effectieve benadering, waarbij ik me wel altijd afvraag of het in ‘hokjes’ zetten van min of meer afgebakende ‘denkstijlen’ wel recht doet aan het dynamische proces dat denken is. In het verlengde daarvan heb ik ook vraagstekens bij het gebruik van de bekende metafoor van de linker- en rechter hersenhelft op een manier die impliceert dat het om een neurobiologisch feit gaat, terwijl inmiddels genoegzaam bekend is dat de hersenfuncties niet zo rigide gescheiden zijn, het is dan ook ‘slechts’ een metafoor. Wat interessant is om te weten is dat mindmappen beide metaforische hersenhelften – ‘…je complete brein…’ schrijft Ed – nodig heeft en activeert.

‘Leer mindmappen …voor kids’ is – denk ik zo – geschreven  voor de bovenbouw van het PO en het eerste jaar van het VO. Maar Ed merkt met recht op dat het eigenlijk voor jong en oud is. Je bent nooit te oud om te leren mindmappen en met Leer mindmappen …voor kids gaat het je zeker lukken!

David2klDavid

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Life should be more Dazlious!

snowcake1Een van de meest inspirerende films voor mij is Snowcake, met Sigourney Weaver en Alan Rickman. Een nuchter denkend man komt door een nare  samenspeling van het lot in contact met een hoog-functionerend autistische vrouw. Hij verblijft een periode bij haar en wordt zo op indringende wijze deelgenoot van haar ‘wereld’. 

Aan de ene kant is die wereld strak, strikt gereguleerd met weinig ruimte voor verandering. Aan de andere kant is daar verwondering voor dingen waaraan wij in ons volwassen leven zo aan voorbijgaan – tenzij we het geluk hebben dat een kind ons uitnodigt, of uitdaagt om even terug te gaan. Voor de kinderen natuurlijk…

In de film komt een prachtige scene voor, waarin ze een scrablespel spelen met niet bestaande woorden. Het woord telt alleen maar als je er ook een beschrijving bij kunt geven.

snowcakecoverDe man is niet bepaald ontvankelijk voor deze onzin, maar speelt het mee. Zij prikkelt  hem  in haar overgave aan het spel. Daagt hem uit, veroordeelt zijn kokervisie. Dan is zijzelf aan de beurt en spelt het woord ‘dazlious’. Vanuit het niets ontstaat er een beeld, een verhaal en schetst zij met haar woord een adembenemende wereld. Hem geïmponeerd achterlatend.

Dit zijn de dingen die me prikkelen. En ook in de klas doe ik dit. ‘Onzin’ verkopen en kinderen ‘onzin’ laten verkopen. Fantaseren, creëren, ontdekken en bedenken.  Het dient geen ander nut dan het Verwonderen zo intact mogelijk te houden. Verwonderen staat niet op het rooster, maar is één van de belangrijkste onderzoeksvaardigheden die een mens kan hebben. Alle wijsheid start bij nieuwsgierigheid. En alles wat je nog niet weet kun je bedenken, verzinnen, creëren in je hoofd met wat je ooit gezien, geroken, geproefd en ervaren hebt.
Steeds weer als ik deze filmscène zie, wordt mijn missie bevestigd: Life should be more Dazlious

Bekijk de scene hier

EllenEllen Bollen (Klein formaat)

Dit bericht werd geplaatst op door .

Een moeilijke naam

Creativity-tpodaiDe man met de moeilijke naam. Als je veel met creativiteit in aanraking komt dan weet je wie ermee bedoeld wordt: Mihaly Csikszentmihalyi, de Hongaars/Amerikaanse psycholoog die faam heeft verworven met zijn ideeën en boek over flow (Flow: The psychology of optimal experience). Ik las de afgelopen dagen een ander boek van zijn hand: Creativity, the psychology of discovery and invention.

Dit boek bevat een analyse van meer dan honderd interviews die Czikszentmihalyi samen met collega’s heeft afgenomen van grote creatieve denkers en makers. Allemaal 65+ers – het boek stamt uit 1996 – die kunnen terugkijken op een leven gevuld met creativiteit: kunstenaars, dichters, schrijvers, wetenschappers uit velerlei disciplines, uitvinders, zakenlui, noem maar op. Het boek geeft een caleidoscopisch beeld van wat creatieve mensen drijft en hoe ze ‘in elkaar zitten’. De schrijver gaat op zoek naar patronen in gebeurtenissen in het leven van de geïnterviewden, van jonge jaren en school tijd tot oud worden. Verwacht geen universele profielschets van dé creatieve mensch, een en ander is complex te noemen. Ik wil stil staan bij twee conclusies die de schrijver met enige zekerheid trekt: (vak)kennis is onontbeerlijk voor het maken van (creatieve) doorbraak en de creatieveling bepaalt niet wat creatief is maar zijn omgeving. Deze stellingen ontlokten bij mij de volgenden overwegingen bij de personen Albert Einstein en Vincent van Gogh:

Einstein had geen verstand van creativiteit

Albert EinsteinIk heb Einstein heel hoog zitten. Zijn creatieve geest is er een van mythische proporties. Je zult mij niet horen zeggen dat Einstein niet creatief was, vooral en met name waar het natuurkunde betrof. Het is dan ook jammer dat Einstein ooit eens gezegd heeft dat creativiteit belangrijker is dan kennis. Omdat iedereen Einstein zo hoog heeft, wordt algemeen aangenomen dat alles wat hij heeft gezegd waar is, en dus dat creativiteit belangrijker is dan kennis. En dat vind ik aperte onzin, en zo stelt ook Czikszentmihalyi dat geen mens creatief kan zijn zonder kennis, kunde en vaardigheid met betrekking tot het domein waarbinnen hij of zij creatief is. Schilderen kun je niet als je geen kwast kunt vasthouden. Schrijven leer je door veel te lezen en te weten over compositie en zo meer. Een relativiteitstheorie verzin je niet zonder kennis over natuurkunde, wiskunde, ruimte en tijd. Czikszentmihalyi’s analyse van de interviews laat zien dat alle geïnterviewden over een grote dosis ter zake doende kennis beschikten, en dat zij allen expliciet of tussen de regels door zeggen dat zij het zonder die kennis niet hadden kunnen doen: creatief zijn.

Vincent van Gogh kon niet schilderen

© Copyright 2013 CorbisCorporationNatuurlijk kon hij dat wel. Hij wist de kwast goed vast te houden. Maar hoe je het ook wendt of keert tijdens zijn leven heeft hij – al zijn inspanningen ten spijt – eigenlijk alleen maar schilderijen verkocht aan zijn broer. Verder wilde eigenlijk niemand er naar kijken, ‘men’ vond dat hij niet kon schilderen. Czikszentmihalyi stelt dat er drie ‘krachten’ werkzaam zijn bij creativiteit: de persoon die creatief is (Vincent), het domein waarin hij creatief is (Schilderkunst) en de gevestigde orde in en om dat domein (kustcritici en handelaren). Je kunt nog zo creatief (denken te) zijn en nog zoveel kennis en kunde hebben, als jouw idee of maaksel niet wordt geaccepteerd door de omgeving, dan is het einde verhaal: niet creatief. De omgeving (‘het veld’ noemt Czikszentmihalyi het) moest zelf nog veranderen alvorens de baan doorbrekende werken van van Gogh te omarmen. Ik weet dat veel mensen het lastig vinden om deze kijk op creativiteit te onderschrijven en zeggen: nou dan hadden die critici er geen verstand van! Maar als je er nog eens de moeite voor wilt nemen om er over na te denken, dan kom je uiteindelijk bij de vraag: wanneer is iets creatief? Wie maakt dat uit? Binnen welke context?

Zelf vind ik dat Czikszentmihalyi met deze zienswijze – die hij het Systems Model of Creativity noemt – een belangrijke bijdrage levert aan het denken over en het begrijpen van creativiteit. Juist door creativiteit niet te reduceren tot het denken, handelen en de nukken en grillen van een individu, maar het te plaatsen in de sociaal-culturele omgeving waarin creatieve persoon actief is. En ik ben daar niet de enige in als ik zo de bijval waarneem die hem ten deel valt uit kringen van psychologen en sociologen en andere creativiteits-wetenschappers.

creative-practice-theory-and-feature-film-screenwriting-jt-velikovsky-25-638Creativity –the psycholgy of discovery and invention is een toegankelijk en vlot geschreven boek voor wie eens een keer wat dieper met creativiteit en creatieve ontwikkeling bezig wil zijn. Naast alle bespiegelingen over creativiteit is het ook een kleurrijke verzameling van mensen en prestaties die je kan inspireren om eens wat verder te neuzen in domeinen waar je niet alle dagen in rondsnuffelt.

David2klDavid

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Kobe maakt een museum

Kobe1Waarom kan ik mij zo inleven in Kobe? Een boomstronkje? Kobe woont midden in het bos, in een klein houten huis. Op dinsdag is het ‘zoektochtdag’ en Kobe vindt overal zulke mooie en fantastische DINGEN. Hij raapt en raapt…en als Kobe thuiskomt, legt hij alles wat hij heeft gevonden op de vloer van de woonkamer. Hij legt de spullen in verschillende groepjes bij elkaar en elk ding krijgt een naamkaartje, dat hij vastmaakt met een stukje touw.

Al die spulletjes kunnen natuurlijk niet op de vloer blijven liggen dus heeft Kobe een heleboel kasten, zakjes en dozen en laatjes. Uiteindelijk heeft Kobe veel te veel spullen, en wat te doen met al die spullen?

Die Kobe, dat ben ik!
Ik kijk vaker naar de grond dan naar de lucht. Ik raap en raap. Ik raapte en raapte; schelpen, stenen, dopjes, papiertjes, stokjes, dingen… Mijn vader deed vroeger een spelletje met ons als we wandelden in het bos. Samen met mijn broer. Bij de start van het spelletje liepen we, hand in hand, naast mijn vader. Mijn broer aan de ene kant en ik aan de andere kant.
‘Wie geeft mij als eerste een… geel, glinsterend snoeppapiertje?!’
Dan liet hij ons los en, als we dan goed opgelet hadden, lag er, niet ver van de plek waar we liepen, een opvallend geel glinsterend snoeppapiertje. Het was een sport om bijzondere dingen te zien en te vinden in het bos.

Kobe2Ik logeerde vroeger veel bij mijn opa en oma. Zij hadden een zolder! Een zolder waar het ‘Ideeëntoestel’ zo kon binnenvliegen. Kasten met boeken en kleding. Dozen met allerlei verzamelingen en spullen. Later hebben ze het logeerbed op zolder geplaatst. Voordat ik ging slapen ging ik op ontdekkingstocht, op reis in blikjes, zakjes, dozen en laatjes. Ik heb heel wat doosjes en blikjes met spullen van mijn oma bewaard. Ik kan dat niet wegdoen. Een knopendoos, dat ik regelmatig inzet bij activiteiten in de klas, sorteren, categoriseren, vergelijken, verbinden, mooi neerleggen…

Mijn vakanties zitten in zakjes, gevuld met kaartjes, bonnetjes, mooie papiertjes en andere vondsten. Zo heb ik veel zakjes met herinneringen en gedachten. En wat ik ermee doe? Bewaren! Op momenten pak ik zo’n zakje weer uit, leg de dingen mooi neer, sorteer het en laat mijn gedachten teruggaan naar de plekken waar ik het gevonden heb. Het maakt dat ik nieuwe verbindingen maak, onverwacht, bij toeval, spullen met elkaar combineer en… ideeën krijg!

Kobe Maakt een Museum – Ashild Kanstad Johnsen

AnouklrAnouk

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Guido’s mindmaps

IMG_0467 Ik ben Guido, ik ben 17 jaar oud en doe dit jaar eindexamen Havo. Mindmappen heb ik van mijn vader afgekeken. Die deed dat vroeger heel vaak en dat zag ik dan en vroeg wat hij aan het doen was. Toen dacht ik, dat kan ik ook, en heb het een paar keer geprobeerd. Mijn eerste mindmaps maakte ik toen ik groep 7 zat. Mijn vader heeft toen nog bij ons in de groep les gegeven in mindmappen.

NIMG_0282u komt het me goed van pas. Ik gebruik ze meestal om de boeken die ik voor school moet lezen samen te vatten. Dan vind ik het leuk om de mindmap de uitstraling te geven die bij het boek past.

Dus ik houd me niet echt aan de mindmapregels, als ik het zelf maar begrijp dan vind ik dat wel voldoende. Ik begin wel met een tekening in het midden en maak de takken in dezelfde kleur enzo.

IMG_0468Ook heb ik wel mindmaps gebruikt voor spreekbeurten en presentaties.
Heel soms gebruik ik ze ook voor dingen die niet met school te maken hebben. Als ik plannen heb en die wil uitwerken bijvoorbeeld. Op de foto’s zie je een paar mindmaps die ik vorig jaar gemaakt heb voor literatuur.

Guido

guido2

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .