Auteursarchief: Redactie

Codex Seraphinianus

“Drie benen, mag dat wel?” “Natuurlijk!”, zei ik. “Echt!? Maar dat is toch niet logisch…” Verward keek Emma me aan en ging aarzelend maar enthousiast verder met haar tekening. Het was mijn tweede les in haar klas en deze reactie was precies waar ik voor gekomen was.

Vorig schooljaar mocht ik in vijf groepen van een Leonardoschool ‘creatieve’ lessen geven. Als grafisch vormgever met passie voor creatief denken én een pedagogisch-didactisch diploma was dit voor mij een mooie kans. In mijn eigen schoolloopbaan jaren geleden en nu in die van mijn kinderen was bijzonder weinig ruimte voor creativiteit. Wel voor knip-, plak-, schilder- of tekenwerkjes, maar erg weinig voor échte verwondering, voor eigen vondsten of gekke uitvindingen.

Ik wilde de kinderen graag laten ontdekken hoe vindingrijk ze zijn. Dat niet alles logisch is, of een uitkomst hoeft te hebben.

Ik introduceerde de Codex Seraphinianus, een –in mijn ogen- briljant kunstwerk. Een soort encyclopedie, gevuld met fascinerende creaties en teksten in een taal die geen mens kan ontcijferen.

Alle kinderen kregen van mij hun eigen (lege) codex en elke les voegden we een nieuw hoofdstuk toe. We tekenden zelfverzonnen dieren in hun leefomgeving en gebruikten de divergentiematrix van David van der Kooij om machines met meerdere functies te ontwerpen. We zongen over een held op sokken en combineerden woorden om uitvindingen te doen. Sommige kinderen schreven er in hun eigen geheimtaal een handleiding of beschrijving bij.

De verwarring van het meisje resulteerde in een robot die lege flessen verzamelde en ze hergebruikte als confetti. Eén van de vele prachtige uitvindingen. Aan het einde van de les toonden de kinderen trots aan de rest van de klas welke machine ze hadden bedacht. Er werd gelachen en aandachtig geluisterd.

“Dit was de gaafste les ooit, juf!”, zei Jens naderhand. Missie geslaagd. Ik ben blij dat ik komend voorjaar weer les mag komen geven.

David, bedankt voor je inspirerende ideeën!

Lindy Jansen

 

 

 

 

Hier vind je meer informatie over de Codex Seraphinianus.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Een nieuw perspectief

Is de eerste ingeving die je hebt altijd de beste? Wanneer ben je origineel? Hoe maak je een weloverwogen keuze? Tijdens de werkvorm ‘een nieuw perspectief’ ervaren de leerlingen de antwoorden op deze vragen. Deze werkvorm is dan ook uitermate geschikt om te werken aan de vaardigheden probleemoplossend vermogen en creativiteit.

Voor de uitvoering van deze werkvorm hebben de leerlingen een fototoestel nodig. Gelukkig is dat (in groep 8) geen enkel probleem. Elke leerling heeft thuis wel een tablet of mobieltje. Allen voorzien van een fototoestel komen ze op school. Voorafgaand aan de opdracht laat ik de leerlingen een aantal ‘reclamefoto’s’ zien. Ik vraag de leerlingen hoe deze foto’s zijn gemaakt. Waarom heeft de fotograaf voor dit beeld gekozen? Al snel volgt een gesprek over ‘wat is mooi’ en ‘wanneer is iets kunst’. Nu laat ik de kinderen stil staan bij de acties en gedachten van de fotograaf. Is dit zijn eerste ingeving geweest? Uit hoeveel foto’s heeft hij deze gekozen? Samen concluderen we dat de fotograaf waarschijnlijk veel verschillende perspectieven heeft geprobeerd. Daarna heeft hij de foto’s kritisch bekeken en de ‘beste’ uitgekozen. Ook valt het op dat de foto’s er bijzonder of ‘kunstig’ uit zien doordat ze anders zijn dan een foto die je zelf zou maken. Dit vergt een hoop creativiteit.

Willekeurig deel ik de leerlingen op in duo’s. Elk duo krijgt een enveloppe met daarin 6 kaartjes. Op elk kaartje staat een ‘titel’, zoals: ‘kleurrijk’, ‘sneller dan het licht’ en ‘alleen’. De leerlingen krijgen de opdracht te bedenken welke foto’s je kunt maken die betrekking hebben op een titel uit de enveloppe. Deze mogelijkheden schrijven ze op een papier.

Hierna doe ik de opdracht voor. Op de instructietafel ligt een appel. Ik vertel dat ik een foto ga maken van deze appel. Ik sta rechtop en gebruik een ‘traditioneel’ fotoperspectief. Ik vraag of dit perspectief een origineel perspectief is. De leerlingen antwoorden unaniem ‘nee’. ‘Zo maakt mijn moeder altijd foto’s’, merkt een leerling op. Ik neem een tweede perspectief aan en we concluderen dat deze maar een klein beetje anders is dan het eerste perspectief. Ook het derde perspectief is nog niet echt origineel. Wanneer ik bijna op de tafel lig met mijn fototoestel ondersteboven roepen de leerlingen: ‘Ja! nu, maak de foto!’

Als geheugensteun krijgen de leerlingen allemaal een strook waarop onder elkaar drie kruizen en een krul staan. Op het eerste kruis zit een wasknijper. De leerlingen moeten drie verschillende perspectieven innemen voordat ze de foto mogen maken. De wasknijper wordt na elke wisseling van perspectief verschoven.

De leerlingen krijgen een uur de tijd om de foto’s te maken. Ik spreek af in welke ruimtes ze mogen komen (het schoolgebouwen en een gedeelte van de aangrenzende wijk) en stuur ze op pad. Enthousiast en vol ideeën gaan ze op pad. Tijdens het rond lopen zie ik kinderen verschillende perspectieven innemen en vol vuur discussiëren over de beste ‘setting’ voor een foto. Ze vatten de titels die ik gegeven heb op verschillende manieren op. Ik zie nauwelijks leerlingen op dezelfde plek een foto maken.

Na het uur komen de leerlingen tevreden terug. Sommige duo’s hebben meer dan honderd foto’s geschoten! Nu is het tijd om te schiften. De leerlingen krijgen de opdracht om de foto’s die zij het meest origineel, bijzonder of creatief vinden naar mij toe te sturen. Hiervoor krijgen ze een aantal dagen de tijd.

Wanneer ik mijn mailbox open ben ik enorm verrast door het resultaat. Elke groep heeft een aantal foto’s geschoten die (in mijn optiek) ‘galerie waardig’ zijn. Elk groepje presenteert de foto’s op het smartboard. Trots vertellen de leerlingen hoe ze tot de keuze van dit perspectief zijn gekomen en waarom deze foto goed bij de titel past. Zichtbaar zijn ze onder de indruk van de foto’s die op het smartboard verschijnen. ‘Het lijken wel echte kunst of reclame foto’s.’ In het nagesprek praten we over ‘creativiteit’ en ‘origineel zijn’. Over ‘keuzes maken’ en ‘de eerste ingeving’. ‘Creativiteit heeft soms ook tijd nodig’ hoor ik een leerling vertellen. ‘Soms is het goed om langer na te denken over een oplossing van een probleem!’

Na de les staat één van mijn leerlingen gefocust naar het smartboard te kijken. Op het bord is een door hem gemaakte foto te zien. De complete afbeelding wordt goed bestudeerd. ‘Ik had echt deze foto echt nooit zomaar kunnen maken!’ merkt hij op.

En dat was nou precies de bedoeling!

Rudger Minnee
Leerkracht speciaal onderwijs cluster 4
Specialist 21e eeuws leren (post hbo)
Master SEN

 

 

Achtergrondinformatie:

Creatief denken en handelen is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden (SLO, 2015). Probleemoplossend vermogen is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen (SLO, 2015) Niet zo gek dat creativiteit en probleemoplossend vermogen dikwijls in één adem worden genoemd. Ze zijn immers aan elkaar verwant. Bij het oplossen van een vraagstuk probeer je creatieve oplossingen te zoeken en bij het creatief denken probeer je een vraagstuk op te lossen. Volgens de Jong (2004) kan bij het creatief denken een aantal stappen worden onderscheiden. Dit wordt beschreven in het creatief proces model:

  • Kaderen: Het afbakenen van het gebied waar je aandacht zich op gaat richten.
  • Waarnemen: Het verzamelen van informatie en ervaringen.
  • Focussen: Het aanscherpen van het gebied waar de aandacht zich op gaat richten.
  • Verbeelden: Het vormen van beelden van dingen die er niet zijn, of beter, die niet waarneembaar of meetbaar zijn.
  • Divergeren: Het bedenken van zoveel mogelijk oplossingen of manieren om een doel te bereiken. (divergent denken)
  • Experimenteren: Het uitproberen van mogelijke oplossingen en van ideeën, of van delen daarvan.
  • Convergeren: Het kiezen van de meest geschikte mogelijkheid. (convergent denken)
  • Vormgeven: Het tot stand brengen, het maken van het ‘product’. Het gaat dus om praktische vaardigheden.
  • Presenteren: Het uitgewerkte product of half-product tonen aan anderen.

Deze stappen hoeven niet in deze volgorde worden uitgevoerd. Het creatief denken is een ‘organisch’ proces. Stappen kunnen meerdere malen worden uitgevoerd, individueel of door meerdere personen. Onderdelen uit dit ‘creatief proces model’ vinden wij ook terug als deelvaardigheden van het probleemoplossend vermogen. Bijvoorbeeld het kennen van conventionele en innovatieve (oplossings)strategieën om met onbekende problemen om te gaan en het convergent denken (Marzano & Heflebower, 2012).

Tijdens het uitvoeren van de lessuggestie ‘een nieuw perspectief’ doorlopen we alle stappen van dit creatief proces model. Zo creëren  zij een origineel en vooral ook creatief product.

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Geen ge-ja-maar in het Ideeëntoestel

1000&1 dingenAls beginnend leerkracht zie ik dat veel leerkrachten door werkdruk, de visie van hun school of misschien wel het feit dat ze parttime voor de klas staan, niet toekomen aan wat zij leerlingen zelf willen meegeven. Zo wordt het belang van creativiteit door velen beaamd, maar zijn er slechts enkelen die bewust gehoor geven aan deze natuurlijke behoefte van kinderen. Ja-maar wat levert het op? Ja-maar het kost te veel tijd. Ja-maar wij doen toch al heel veel! Ja-maar wij doen het hier zo.

Een van de vijf basisvaardigheden van creativiteit is het uitstellen van oordeel. Dit punt laat ik iedere les of activiteit, met betrekking tot creatief denken, terugkomen en benoemen door leerlingen. Opvallend is dat de leerlingen het uitstellen van oordeel zowel binnen als buiten de klas toepassen en dat ze elkaar hier scherp op houden. Zo bouwen ze tijdens het werken met thema’s voort op elkaars ideeën en reageren ze met ‘ja-en’ op elkaar. Bewust bezig zijn met de ontwikkeling van creatief denken kan leiden tot grootse doelen, in mijn geval dat ieder kind voelt dat het zichzelf kan zijn.

Cb0kBYMUYAA14xFHet ideeëntoestel geeft mij het gevoel dat ik mijn leerlingen voorbereid op de toekomst. Dit omdat het vermogen om creatief te kunnen denken antwoord kan geven op de problemen die de toekomst gaat bieden. Het onderwijs waarin ik actief ben is ontwikkelingsgericht, hierin wordt veel gewerkt binnen thema’s. De lessen die het ideeëntoestel biedt zijn kant- en klaar om te gebruiken maar ze zijn ook gemakkelijk aan te passen, bijvoorbeeld aan een thema.

Ik gebruik het ideeëntoestel nu al meer dan een jaar met veel plezier en ik ben van plan om het nog lang te gaan gebruiken. Het maakt mij een betere leerkracht en het heeft ervoor gezorgd dat ik me bewust geworden ben van mijn eigen creatieve proces. Het ideeëntoestel is een must-have voor alle leerkrachten van de toekomst.

ronaldwilkRonald

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creatief in het doel

doelcdoblogSoms vraag je je af of je creativiteit kunt meten. En of dat eigenlijk wel nodig is om te bepalen. Misschien moet je creativiteit wat minder proberen te bepalen, maar wel wat vaker waarderen als je het tegenkomt!

Mijn kleindochter Maartje werd onlangs twaalf jaar. Een bijzondere gebeurtenis. Er ligt immers iets heel bijzonders in het verschiet. Het duurt nog slechts een aantal maanden en dan ga je naar de middelbare school. Keuzes voor het schooltype, keuzes voor de school zelf, en keuzes voor talentvakken die je buiten het rooster om kunt doen.

Het vak creativiteit staat niet in het aanbod dat de scholen haar boden, behalve dan wat we de creatieve vakken noemen. Hoewel ze in de “creatieve vakken” geen slechte beurt maakt, vindt ze rekenen toch wel een van haar favoriete vakken. Met haar rekenvaardigheid verbaasde ze me op een zeer creatieve manier.

Sinds een tijdje is ze keepster in een hockey-ploeg. Ze ziet er bijzonder stoer uit met al de beschermingslagen voor haar benen, voeten, haar groeiende lijf en haar gezicht. Als een professional staat ze in het doel en houdt de ene bal na de andere tegen. Onlangs vroeg ze zichzelf hoe goed ze eigenlijk is. Het is hartstikke fijn als iedereen zegt dat ze goed is. Ook een keer de beste keepster van het toernooi zijn is natuurlijk fantastisch. Maar kun je dat “goed zijn” ook op de een of andere manier bepalen, vroeg ze zichzelf af?
Ze bedacht dat als ze nou meer ballen zou tegenhouden dan dat ze zou doorlaten, dan zou dat een goede maat zijn voor een wedstrijd. Doordat ze rekenen leuk vindt kreeg dat een interessante wending.

Na een wedstrijd zei ze tegen me, dat het een goede wedstrijd voor haar was. Ze had een persoonlijke score van 70 procent. Ik kende haar maatgeving op dat moment nog niet, dus stond ik een beetje met mijn ogen te knipperen. “70 procent?”, vroeg ik voorzichtig, “dat klinkt heel goed.” “Ja, zei, kijk, ik heb 20 ballen op het doel gekregen, ik heb er 14 tegen weten te houden. Dus heb ik 70 procent tegen weten te houden.” Ze vervolgde, “ik wil meer dan de helft van de ballen tegenhouden, dan heb ik het goed gedaan. Ik moet dus meer dan 50 procent wegschoppen, vangen of bovenop gaan liggen. Als ik 60 procent of meer tegenhoud dan heb ik tijdens een wedstrijd goed gedaan.”

Ik was trots. Trots op een goede keepster en trots op haar creatieve vaardigheid. Een resultaat dat klinkt als een klok, en nooit in een CITO-toets zal worden gemeten.

hansstavleuHans Stavleu

Dit bericht werd geplaatst op door .

Nieuwsgierige aagjes… eh… oogjes!

Schermafbeelding 2016-04-10 om 10.47.16Met het volle programma op de basisschool komt er helaas weinig van grote projecten omtrent creatief denken. Tijdens mijn pabo studie heb ik onderzocht of het toepassen van korte spelletjes het creatief denken bij kinderen vergroot. Denk hierbij aan energizers, raadsels, puzzels en associaties. Deze zijn makkelijk in te zetten in plaats van andere bezigheden als er wat tijd over is.  

Het volgende spelletje heb ik al in veel groepen gedaan. Dat gaat dan ongeveer zo:

We hebben hard gewerkt vandaag en er is zowaar wat tijd over. De kinderen zijn heel braaf aan het werk met dingen die ze doen als ze klaar zijn met hun taken. Sommigen werken samen aan een project, anderen zitten achter de computer rekenspelletjes te doen, oefenen spelling, weer anderen maken nog wat werk af. Niemand let op mij. Mooi! Tijd voor actie. Stiekem maak ik het volgende tekeningetje op het whiteboard:

wat is dit cdoblogIk loop mijn gewoonlijke rondje door de klas om te kijken of ik nog kinderen hulp kan bieden. Dan zie ik een opgestoken vinger. Ik knik de jongen toe. “Juf, wat is dat op het bord?” De halve klas kijkt op en naar het bord. Ik kijk ook en zeg: “Oh, nu je het zegt… geen idee. Wat denk jij?” “Ja, uh, dat weet ik niet, moet het wat zijn dan?” Ik vraag hem: “Wat denk jij dat het zou kunnen zijn?”. Nu is de hele klas nieuwsgierig geworden. Een meisje zegt: “Het lijken wel twee oogjes, van een slak die over een muurtje kijkt.” “Of nee, een alien!” roept een jongetje. Kinderen staan op en lopen naar het bord. Ze beginnen enthousiast door elkaar te roepen. Even wat structuur aanbrengen… Niet veel later zitten alle kinderen weer op hun plaats. Ik vraag ze eens goed naar de tekening te kijken en zoveel mogelijk dingen te bedenken wat het zou kunnen zijn.

Ik geef nooit suggesties, ze gaan lekker hun gang. Kinderen die eerst niet durven, moedig ik aan. Als ze eenmaal iets hebben bedacht, gaan ze meestal helemaal los. Foute antwoorden zijn er immers niet. Het grappige is, dat het altijd volgens een bepaald stramien verloopt. In eerste instantie bekijken ze de tekening zoals hij er staat, rechtop. Dan krijg ik een hele rits antwoorden als de slak en de alien. Dan volgen er dingen op stokjes en palen, zoals verkeersborden, lolly’s, gesuikerde appels en bomen. Borsten worden ook genoemd, vooral in groep 6 ;-). En dan ineens is er eentje die zegt: “Het is een skateboard ondersteboven”. Sommige kinderen gaan dan zelfs met hun hoofd ondersteboven de tekening bekijken. Er volgen wat antwoorden als een kar, een auto, skates et cetera. De tekening wordt daarna gekanteld en dan zijn het ineens knoopjes aan een jas of twee liftknopjes. Uiteindelijk wordt de tekening ook van bovenaf bekeken, met als mooiste antwoord dat ik hierbij heb gekregen (uit een groep 8): “Twee Mexicanen die tegen een muurtje piesen”.

Een lesje creatief denken, zonder dat ze er erg in hebben. Even de dagelijkse routine doorbreken en de hersentjes nieuwe weggetjes laten inslaan. Leren creatief te denken, het kan zo simpel zijn, soms.

mylenemcilveen2Mylène Mcilveen
Leerkracht bovenbouw IKC Vankampen Vlaardingen

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

5 minuten Creatief Denken

5minutesAVeel leraren willen graag de creatieve denkvermogens van hun leerlingen prikkelen, aanspreken en ontwikkelen. Vaak ontbreekt het hen aan de tijd om daar interventies voor te verzinnen en maken. En net zo vaak lijkt het aan tijd te ontbreken om deze activiteiten in te passen in het lesprogramma. ‘5 minuten creatief denken’ is de manier om beide drempels te slechten.

Het nieuwste lid van de ‘5 minutenreeks’ van Onderwijs Maak Je Samen & Bazalt Educatieve Uitgaven is 5 minuten creatief denken!

40 kaarten met op iedere kaart een activiteiten die het creatieve denken en de vindingrijkheid van de leerlingen van groep 1 t/m 8 uitdagen en op de proef stellen. Creatief denken is het vermogen om nieuwe, verrassende en waardevolle ideeën te bedenken en houdt verband met nieuwsgierigheid, flexibiliteit, onderzoeken en ontwerpen. We vinden het niet alleen – en vanzelfsprekend – terug in de 21e eeuwse vaardigheid creativiteit, maar ook bij met name probleem oplossend denken en kritisch denken.

In alle activiteiten staat het leggen van nieuwe en betekenisvolle verbanden centraal. Wat de leerlingen waarnemen en aangeboden krijgen koppelen zij op diverse manieren en op onverwachte wijze aan wat zij al weten. Zo ontstaan nieuwe en potentieel waardevolle ideeën en producten, die weer kritisch onder de loep worden gelegd: creativiteit én kritisch denken. Een praktisch voorbeeld uit 5 minuten Creatief Denken:

De donkerlamp
“Bedenk samen met de leerlingen namen voor concrete voorwerpen of dingen met een tegenstelling erin, zoals donkerlamp, steenboom, zinkboot. Daarna bedenken ze voor een aantal van hun vondsten hoe dit toch functionele, waardevolle dingen kunnen zijn. Een zinkboot is bijvoorbeeld een onderzeeër – maar wat nog meer? – en een donkerlamp kun je bijvoorbeeld alleen in het donker aan knippen. En een steenboom dan…?”

De activiteiten zijn gerubriceerd naar vier creatieve denkvaardigheden en twee aspecten van creatieve attitude:

Denkvaardigheden
Creatief waarnemen stelt ons in staat om verschillenden en verrassende dingen te zien (horen, voelen) in alledaagse en vertrouwde zaken. Deze vaardigheid hangt nauw samen met nieuwsgierigheid.
Flexibel associëren stelt ons in staat om nieuwe verbindingen te maken. Door dingen die op het eerste gezicht weinig of niets met elkaar te maken hebben met elkaar te verbinden ontstaan originele ideeën.
Vreemde analogieën gebruiken stelt ons in staat om begrippen op basis van niet voor de hand liggende overeenkomsten te interpreteren. Het leidt tot inzicht in nieuwe verbanden en betekenissen. Hangt nauw samen met flexibel associëren.
Verbeelden stelt ons in staat om bekende dingen te vervormen tot nieuwe dingen. Zo kunnen we vooronderstellingen (een stoel heeft altijd vier poten en een zitting) doorbreken (een stoel zonder poten en alleen maar zitting: ‘beanbag’).

Attitude
Uitstel van oordeel is het vermogen om vreemde gedachten niet meteen te verwerpen maar uit te werken alvorens het ‘te wegen’.
Alternatieven blijven zoeken is het vermogen om veel verschillende ideeën te genereren en niet snel op te geven of tevreden te zijn.

Doelen
Belangrijke doelen van de activiteiten zijn het stimuleren van vrij en onafhankelijk denken, meer vragen stellen dan antwoorden zoeken, leren leren door te onderzoeken en te experimenteren en durven anders te denken dan misschien van je wordt verwacht.

De leerkracht
Bij het aanbieden van deze activiteiten ligt de aandacht van de leerkracht minder bij instructie en beoordeling en meer bij het begeleiden van het proces en samen met de leerlingen reflecteren om gemaakte keuzes. En vooral het uitstralen van een creatieve ‘mindset’ en daarmee de leerlingen ruimte en enthousiasme geven.

5 minuten Creatief Denken staat garant voor waardevolle leer- en ontwikkelingsmomenten en voor veel denk- en doe-plezier!

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Zuurstof & Tegenwind

ZT3 blog‘Voor iedereen die geen sanseveria is,’ staat er op de cover van het tweede nummer van Zuurstof & Tegenwind. Zuurstof & Tegenwind is een thematisch, leer, doe, kijk, lees en inspireer-tijdschrift voor kinderen van 8 jaar en ouder, leraren en ouders.

Ging het eerste nummer over ‘empathie’ – met onderwerpen: vertrouwen, nieuwsgierigheid, kijken en luisteren, emoties en verbeeldingskracht – in het tweede nummer (onlangs uitgekomen) staat het thema ‘denken’ centraal en passeren filosoferen, dwars denken, anders denken en creatief denken – Ja, ja, ik heb ook met plezier een bijdrage geleverd! Met dank aan Jelle – de revue. Wetenschapsjournalist Mark Mieras laat in een interview weten hoe hij over denken… denkt. Hij ziet denken bijvoorbeeld als een tijdmachine die je in staat stelt om na te denken over wat er gebeurd is en je voor te stellen hoe het in de toekomst zal zijn.

In het mooi vormgegeven en rijkelijk geïllustreerde tijdschrift wisselen achtergronden en praktische activiteiten rondom de thema’s en onderwerpen elkaar af. Waardevol voor leraren en ouders die op zoek zijn naar extra inzichten en bijzondere werkvormen om samen met de leerlingen/kinderen te werken aan… laten we het vaardigheden van de 21e eeuw noemen. Maar de kinderen kunnen ook zelf direct aan de slag met de toegankelijke en aantrekkelijke activiteiten, zoals ‘zet een hoed op je gedachten’ of ‘denken als een pionier’.

Zuurstof & Tegenwind is een ‘spinsel’ van Het Educatiebureau, uitgegeven door Vereniging Cultuuronderwijs en verkrijgbaar in de (electronische) boekhandel of je abonneert je bij www.zuurstofentegenwind / redactie@zuurstofentegenwind.nl

Empathie – ISBN 9789082310610
Denken – ISBN 9789082310627

Dit bericht werd geplaatst op door .

Hoe creatief wil je zijn?!

sternberg2In de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’ komt vraag voorbij: ‘Wat verstaan wij als school onder creativiteit en creatief gedrag?’ Een tegenvraag: Hoe creatief wil je zijn? De een vindt het vouwen van een kraanvogeltje al bijzonder creatief, de ander verstaat onder creativiteit ‘problemen (op een nieuwe manier) oplossen’, anderen denken meer richting revolutie waarbij fundamentele denkpatronen en overtuigingen omver worden geworpen. Dat laatste is niet noodzakelijk waar je op zit te wachten als schoolleider, maar wie weet: hoe creatief wil je zijn?

Robert Sternberg geeft in een ijzersterke bijdrage – ‘Creativity as an decision making process’ – aan het boek ‘Creative Development’ (Sawyer et al. 2003) een structuur die je beter in staat stelt om na te denken over hoe creatief een idee of vondst is en welke – al dan niet gewenste – impact het kan hebben. Van hele kleine veranderingen tot verschuivingen, kantelingen en integratie van paradigma’s.

Dit door Sternberg ‘propulsion model of creativity’ gedoopte model verdeelt creatieve bijdragen aan een ‘field’ – een domein, discipline, werkwijze of toepassingsgebied – in categorieën gebaseerd op de mate van impact die deze bijdragen op het betreffende domein hebben. Een en ander is hier schematisch weergegeven.

0-4brFxgZ72-NiQ7Ng

Een korte toelichting op de categorieën van creatieve bijdragen.

  1. Bijdrage bevestigt bestaande situatie: status quo.
  2. Bijdrage geeft een andere kijk op bestaande situatie.
  3. Bijdrage verandert bestaande situatie enigszins binnen wat in het domein als acceptabel wordt zien.
  4. Bijdrage daagt bestaande situatie uit door extremen te zoeken.
  5. Bijdrage beweegt de ontwikkeling van het domein in een richting die afwijkt van wat in de huidige situatie als gangbaar en acceptabel wordt gehouden.
  6. Bijdrage gaat terug naar een eerder ontwikkelingsstadium in het domein en zoekt van daaruit een nieuwe ontwikkelingsrichting.
  7. Bijdrage verwerpt (de fundamenten van) het bestaande domein en stelt een nieuw vertrekpunt voor met een nieuwe richting.
  8. Bijdrage integreert twee fundamenteel verschillende domeinen in één nieuw domein (deze staat niet in het diagram afgebeeld).

In alledaagse situaties – ook op school – blijft creativiteit meestal beperkt tot categorieën a, b en beetje c. Wanneer creativiteit de regels van de bestaande situatie begint op te rekken (d) en uit te dagen (e) gaan we ons vaak ongemakkelijk voelen. Er bekruipt ons het onrustige gevoel dat we de gang van zaken niet meer in de hand hebben.

Je staat dan voor een keuze. Zeg je: ‘Ho! Dat doen we hier niet zo, we gaan terug tot de orde van de dag.’ Of zeg je: ‘Laat maar waaien, we zien wel wat er gebeurt.’ Of zoek je de middenweg en probeer je creatieve bijdragen – gedrag en uitingen – te kanaliseren door het  bijvoorbeeld te beperken tot bepaalde tijden en/of activiteiten. Sternberg stelt niet voor niets ‘creativity is a decision-making proces’: Hoe creatief wil je zijn?

Ik hoop dat dit een interessante aanvulling is op de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’. Houd de weblog en nieuwsbrief van CDO in de gaten, want dit betoog ga ik zeker nog verder uitbouwen. Voor nu: veel wijsheid bij het maken van keuzes voor creativiteit.

Literatuur:
Sternberg R. J. (2003). Creativity as a Decision-Making Process in Sawyer, K.R. (ed.) (2003) Creativity and Development. New York: Oxford University Press

davidvanderkooijDavid

Dit bericht werd geplaatst op door .

Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van C.D.O.

cdoblog-vvv16 februari jl. mocht ik een lezing houden bij de Algemene Onderwijsbond. Daar maak ik geen twee uur zendtijd van maar zoek interactie en discussie. De interactieve lezing “V.V.V. van Creatief Denken in Onderwijs” heeft als onderwerp drie aspecten die je als school(team) vroeg of laat in een of andere vorm gaat tegenkomen wanneer je er serieus voor kiest ‘creatieve ontwikkeling van leerling en leerkracht’ op te nemen in de VISIE die je als school naar buiten uitdraagt.

Het is dan namelijk van belang dat je samen weet waar je het over hebt; dat je een gezamenlijk VERTREKPUNT deelt. En nadat je de visie hebt besproken en geformuleerd (een stap die niet 1 2 3 genomen is) zal je ook willen (en moeten) laten zien hoe je die visie VORMGEEFT. Drie stappen dus:

  • VERTREKPUNTEN – Waar hebben we het samen over?
  • VISIE – Wat willen we en waarom?
  • VORMGEVING – Hoe gaan we het voor elkaar boksen?

Deze 3 V’s maakte ik bespreekbaar door de deelnemers stellingen voor te leggen om met elkaar over van gedachten te wisselen, meningen te delen en vooral ook om geuite meningen eens van een andere kant te bekijken. Deze stellingen heb ik ontleend aan het O21 spel, uitgegeven door Onderwijs Maak Je Samen (Van de Ven & Creemers, 2015). Omdat ik ze zelf in het spel heb ingebracht neem ik de vrijheid ze hier te quoten.

  • Zonder kennis, geen creativiteit.
  • Iets mag pas creatief heten wanneer het wordt geaccepteerd door de omgeving.
  • Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling.

De stellingen hebben ieder (en respectievelijk) te maken met de 3 V’s. Hierna sta ik bij iedere stelling kort stil en belicht een of twee aspecten ervan.

Vertrekpunten: Zonder kennis, geen creativiteit

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.40.36Zonder kennis, geen creativiteit – een stelling die ik graag tijdens een lezing of workshop voorleg aan de het publiek. De eerste reactie is altijd die van kennis = concreet en rationeel, dus niet creatief. En hup stelling om zeep geholpen. Zelfvoldane blikken staren me aan die lijken te zeggen ‘en ga je nog iets vertellen dat we nog niet weten?’De – mijns inziens – incorrecte conclusie wordt veroorzaakt doordat we de definitie van creativiteit niet helder hebben. Als je creativiteit definieert als lukraak ideeën krijgen en daar verder geen betekenis aan geven, dan zou creativiteit het misschien wel zonder kennis afkunnen. Een tuimelaar waar je een tik tegen geeft. Komt vanzelf weer tot rust, niets veranderd. Deze definitie van creativiteit is te beperkt, want creativiteit verandert.

De gangbare definities van creativiteit – in de o.m. door psychologen gebezigde creativiteitstheorieën – spreken allen van ‘nieuwe betekenis geven aan (combinaties van) wat al bestaat’. ‘Wat al bestaat’, daar kunnen we aan denken en dat heet kennis. Dingen die we al weten (hebben waargenomen, ervaren en onthouden) vormen de ingrediënten voor gedachten die we door elkaar roeren en dan proeven we eraan c.q. we zoeken betekenis in de nieuwe gedachten. Bah! of Namma, namma! Dat is zo bij jonge mensen in de schoolbanken (ach, dat is uit mijn tijd) net als bij wetenschappers die zwaartekrachtgolven postuleren.

Er zitten natuurlijk nog veel meer kanten aan de Vertrekpunten voor onderwijs dat creatief denken omarmt:

  • Kun je creativiteit leren? Check!
  • Creativiteit = expressie en kunstzinnige vorming? Negative!
  • Kun je het meten? Pas op dat je je vinder niet brandt…
  • En zo meer.

Allemaal zaken die je met elkaar moet bespreken en waar je common ground in moet vinden alvorens je visie op creativiteit helder te formuleren. Als je nog wat inspiratie zoekt dan kan ik je aanraden om nog eens door mijn Het Grote Vindingrijkboek (Van der Kooij, 2013) te bladeren dat ik juist heb geschreven om de drie V’s van Creativiteit in Onderwijs te belichten.

Visie: Iets is pas creatief als het geaccepteerd wordt door de omgeving

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.43.22We horen van alle kanten (o.m. Kennisnet, Platform Onderwijs 2032) dat de ontwikkeling van creativiteit binnen het onderwijs be

langrijk wordt geacht (wérd het dat dan niet?). Dan kun je denken, wij doen ook mee! Maar past creativiteit eigenlijk wel bij jouw school of organisatie? Uh?! Natuurlijk! Maar vergeet dan niet dat je créativiteit hebt en creativitéit. De ene schoolt denkt bij creativiteit aan een volledig vrij leerproces waarin kinderen hun leren zelf ‘uitdokteren’. De andere school wil kinderen ‘enkel’ stimuleren in het gebruiken van creatieve denkvaardigheden bij het maken van opdrachten in de natuur & techniekles. Allebei creativiteit – daar sta ik voor in –, maar het klinkt wel even anders. Creativiteit komt in verschillende smaken. Daarom is het zo belangrijk om goed stil te staan bij het Vertrekpunt: wat verstaan wij met elkaar onder creativiteit?

Uiteindelijk maakt de omgeving – op school: team, ouders, leerlingen – uit of bijzondere ideeën of vondsten geaccepteerd worden en als daadwerkelijk creatief worden erkent. Veel leraren hebben moeite met deze stellingname. Hè?! Wat is dat nou, bij creativiteit mag toch alles? Ieder idee, hoe gek ook mag toch meedoen? Ja, meedoen uiteraard, het is zelfs heel belangrijk dat al die vreemde ideeën verzonnen en getest worden. Maar een vreemd idee moet uiteindelijk waarde toevoegen voor de omgeving, het moet daar geaccepteerd worden. Andres is het slechts… een vreemd idee.

Soms kunnen vreemde ideeën die niet door de omgeving geaccepteerd worden jarenlang sluimeren totdat ze in een andere tijd en/of door andere ogen ‘ontdekt’ worden en opnieuw op waarde worden geschat. Een mooi voorbeeld is het werk van Vincent van Gogh, in zijn leven verkocht hij amper één doek, decennia na zijn dood brak zijn werk pas door en werd bijna letterlijk onbetaalbaar.

Wat voor Van Gogh in ‘het groot’ geldt, is net zo goed van toepassing in school. De leerling heeft een creatieve gedachte. Hoe reageert de leraar? Hè Lucas, nu even niet! Hoe reageert de groep? Wáááh, wat een idioot idee! Of is jouw school er klaar voor om te zeggen: Tjee Lucas, daar verras je ons mee!

Zomaar weer een van de zaken die je tegen zult komen wanneer je serieus kiest voor creativiteit binnen jouw school en het ontwikkelen van een visie daarop.

Nota bene: De Hongaars-Amerikaanse Psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi ontwikkelde de Systems-Theory of Creativity (Csikszentmihalyi, 2014).

Een uiterst elegant model waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe het spanningsveld tussen omgeving en creatieveling bepaalt of creativiteit als zodanig wordt geaccepteerd (en daarmee daadwerkelijk creatief wordt genoemd) of word verworpen.

Vormgeving: Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.45.07Je kunt er menig schoolgids op naslaan. Je leest erover in de aanbevelingen van het Platform Onderwijs 2032 (Schnabel et al., 2016). We leven in een wereld waar creativiteit – en de nodige andere vaardigheden – broodnodig zijn. Kinderen van nu groeien in een wereld op die zo snel verandert en zoveel uitdagingen kent dat de kennis van nu ontoereikend is voor het onzekere straks. Kinderen moeten leren om met deze onzekerheden om te gaan*.

[*lees de Duizelingwekkende Jaren van Philipp Blom en je zult een andere kijk hebben op deze stellingname, maar de stelling blijft wel staan.]

De wens, de noodzaak, het waarom en wat we willen bereiken staan zo keurig geformuleerd in het ‘vision-statement’ van school en bestuur. Waar het aan ontbreken kan is een duidelijke invulling van hoe een en ander wordt gerealiseerd, wordt vormgegeven.

Er bestaan programma’s die heel concreet uiteenzetten hoe creatieve (denk)vaardigheden kunnen worden gestimuleerd. Het Ideeëntoestel is er een van. Sinds kort is er een compacte Methode Creatief Denken van de Belgische uitgeverij Djapo op de markt. De eerste reactie die je kunt hebben wanneer je een dergelijke uitgave in de hand hebt is: Ha lesbrieven! Mooi we kunnen aan de slag! Wat dan gebeurt kun je vergelijken met gaan autorijden zonder dat je voor je theoriecertificaat hebt geleerd en met de handrem erop.

Alvorens met de ontwikkeling van creatieve denkvaardigheden aan de slag te gaan is het raadzaam je te verdiepen in de theoretische onderbouwing van een en ander, de ontwikkeling van jonge mensen in relatie tot het benutten van hun creatieve denkpotentieel en de ontwikkeling van een creatieve grondhouding. Daarin speelt de leraar de sleutelrol. De creatieve ontwikkeling van de leraar gaat voorop. De leraar is het rolmodel en vormt een leerklimaat waarin creatief denken gedijt. Dit leerklimaat weerspiegelt idealiter de schoolcultuur.

De stelling ‘Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling’ is daar dan ook direct mee verbonden. We leven in een maatschappij waar het beschermen en veilig houden van onze kinderen misschien wel het hoogst gewaardeerd wordt. Risico’s worden vermeden en uit de weg geruimd. Er wordt een avontuurlijke speeltuin ingericht, met modderpoelen, heuveltjes en spannende klimtoestellen, maar er staat wel een hek omheen, zoals eerst om het betonnen schoolplein. Waar is de ruimte voor werkelijk ontdekken gebleven? Uitproberen, grenzen opzoeken en overschrijden, over het hek klimmen: ruimte voor meer dan een geschaafde knie. Creativiteit heeft risico nodig. Creativiteit is per definitie grenzen overschrijden, avontuur, onverwacht, toeval. Hoeveel ruimte en vrijheid geef je hiervoor als school en ouders?

Vergelijkbare dilemma’s komen we tegen in de omgang met elkaar. Hoe reageren leraar en medeleerling op elkaar als vreemde gedachten en gedragingen (die met creativiteit gepaard gaan) van deze of gene leerling zich manifesteren in de groep? Een veilig leerklimaat moet borgen dat leerlingen hun creatieve ik kunnen en mogen uiten. Betekent dit dat we alle ideeën van elkaar maar liefdevol moeten omarmen of mag er ook eens ‘ja maar’ gezegd worden? Creativiteit heeft vrijheid nodig, maar ook weerstand. Zonder weerstand geen vorm, maar slechts een vormeloze massa.

Het illustreert weer dat je als team opzoek gaat (moet gaan) om de creativiteit te vinden die past binnen de visie van de school. Creativiteit komt in soorten en maten, kan gedijen op een schoolplein met een hek erom, net zo goed als in het park of in een bos. Het ziet er misschien verschillend uit maar je herkent het meteen…

Tot slot

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.46.29Ik besluit dit drieluik over het gestalte geven aan een creatief leerklimaat op school door te onderschrijven dat creativiteit een bijzonder dynamisch gegeven is. Veel factoren spelen een rol in het creatieve proces, de creatieve persoon en de omgeving waarin het plaats heeft. Dat kan verwarrend en ontmoedigend werken: Waar moet ik beginnen? Wat moet ik – nu weer – doen? Gelukkig zijn daar handvatten voor. Zo kom ik ook terug op de 4 handvatten die Teresa Cremin et al. aanreiken voor het vormgeven van een creatief leerklimaat (Cremin, 2009): nieuwsgierig zijn, verbindingen maken, vernieuwing omarmen en ruimte geven aan autonomie. Je leest er hier over: //creatiefdenkeninonderwijs.nl/…/profiel-van-de-creat…/ of in Het Grote Vindingrijkboek (2013).

Literatuur
Cremin, T.,Barnes, J. & Scoffham S. (2009). Creative Teaching for Tommorow, Fostering a Creative State of Mind. Deal, Kent: Future Creative.
Csikszentmihalyi, M. (2014). The Systems Model of Creativity, the Collected
Works of Mihaly Csikszentmihalyi. Dordrecht: Springer.
Schnabel, P. et al. (2016). Ons Onderwijs2032 – Eindadvies. Den Haag: Platform Onderwijs2032.
Van de Ven, M. & Creemers, M. (2015). 021 Spel, Hoe zie jij het onderwijs in de 21e eeuw? Helmond: Uitgeverij OMJS.
Van der Kooij, D. (2013) Het Grote Vindingrijkboek – Zo leer je kinderen creatief denken! Nieuwolda: Leuker.nu

Daviddavidvanderkooij

 

 

 

 

Deze post werd eerder in 4 delen gepubliceert op facebook.com/creatiefdenkeninonderwijs/

Dit bericht werd geplaatst op door .

Heeft psychologisch onderzoek naar creativiteit iets opgeleverd voor het onderwijs?

booksHeeft psychologisch onderzoek naar creativiteit iets opgeleverd voor het onderwijs?

Deze vraag heeft Mira Tiwari gebruikt om een essay te schrijven in haar eerste jaar als student Education and Modern Languages aan Christ’s College, University of Cambridge (UK). Mira is de dochter van een goede vriend van mij. Op een dag stuurde hij me een foto van een stapel boeken die Mira aan het lezen was over voornoemd onderwerp. Ik was meteen enthousiast voor haar interesse in dit onderwerp (uiteraard) en herkende verschillende van de werken van bekende psychologen in het veld van creativiteit (en onderwijs): Sternberg, Amabile, Beghetto, en Jauk om er een paar te noemen. Pas geleden stuurde haar vader mij het essay en ik heb het met veel plezier gelezen en er het nodige van bij- en afgeleerd. Een leuke en informatieve doorsnede van decennia psychologisch onderzoek naar creativiteit  en onderwijs (of liever education).

A good read and well done.

David

Je kunt het essay van Mira hier downloaden: Psychology and Education.

Dit bericht werd geplaatst op door .