Auteursarchief: Redactie

5 minuten Creatief Denken

5minutesAVeel leraren willen graag de creatieve denkvermogens van hun leerlingen prikkelen, aanspreken en ontwikkelen. Vaak ontbreekt het hen aan de tijd om daar interventies voor te verzinnen en maken. En net zo vaak lijkt het aan tijd te ontbreken om deze activiteiten in te passen in het lesprogramma. ‘5 minuten creatief denken’ is de manier om beide drempels te slechten.

Het nieuwste lid van de ‘5 minutenreeks’ van Onderwijs Maak Je Samen & Bazalt Educatieve Uitgaven is 5 minuten creatief denken!

40 kaarten met op iedere kaart een activiteiten die het creatieve denken en de vindingrijkheid van de leerlingen van groep 1 t/m 8 uitdagen en op de proef stellen. Creatief denken is het vermogen om nieuwe, verrassende en waardevolle ideeën te bedenken en houdt verband met nieuwsgierigheid, flexibiliteit, onderzoeken en ontwerpen. We vinden het niet alleen – en vanzelfsprekend – terug in de 21e eeuwse vaardigheid creativiteit, maar ook bij met name probleem oplossend denken en kritisch denken.

In alle activiteiten staat het leggen van nieuwe en betekenisvolle verbanden centraal. Wat de leerlingen waarnemen en aangeboden krijgen koppelen zij op diverse manieren en op onverwachte wijze aan wat zij al weten. Zo ontstaan nieuwe en potentieel waardevolle ideeën en producten, die weer kritisch onder de loep worden gelegd: creativiteit én kritisch denken. Een praktisch voorbeeld uit 5 minuten Creatief Denken:

De donkerlamp
“Bedenk samen met de leerlingen namen voor concrete voorwerpen of dingen met een tegenstelling erin, zoals donkerlamp, steenboom, zinkboot. Daarna bedenken ze voor een aantal van hun vondsten hoe dit toch functionele, waardevolle dingen kunnen zijn. Een zinkboot is bijvoorbeeld een onderzeeër – maar wat nog meer? – en een donkerlamp kun je bijvoorbeeld alleen in het donker aan knippen. En een steenboom dan…?”

De activiteiten zijn gerubriceerd naar vier creatieve denkvaardigheden en twee aspecten van creatieve attitude:

Denkvaardigheden
Creatief waarnemen stelt ons in staat om verschillenden en verrassende dingen te zien (horen, voelen) in alledaagse en vertrouwde zaken. Deze vaardigheid hangt nauw samen met nieuwsgierigheid.
Flexibel associëren stelt ons in staat om nieuwe verbindingen te maken. Door dingen die op het eerste gezicht weinig of niets met elkaar te maken hebben met elkaar te verbinden ontstaan originele ideeën.
Vreemde analogieën gebruiken stelt ons in staat om begrippen op basis van niet voor de hand liggende overeenkomsten te interpreteren. Het leidt tot inzicht in nieuwe verbanden en betekenissen. Hangt nauw samen met flexibel associëren.
Verbeelden stelt ons in staat om bekende dingen te vervormen tot nieuwe dingen. Zo kunnen we vooronderstellingen (een stoel heeft altijd vier poten en een zitting) doorbreken (een stoel zonder poten en alleen maar zitting: ‘beanbag’).

Attitude
Uitstel van oordeel is het vermogen om vreemde gedachten niet meteen te verwerpen maar uit te werken alvorens het ‘te wegen’.
Alternatieven blijven zoeken is het vermogen om veel verschillende ideeën te genereren en niet snel op te geven of tevreden te zijn.

Doelen
Belangrijke doelen van de activiteiten zijn het stimuleren van vrij en onafhankelijk denken, meer vragen stellen dan antwoorden zoeken, leren leren door te onderzoeken en te experimenteren en durven anders te denken dan misschien van je wordt verwacht.

De leerkracht
Bij het aanbieden van deze activiteiten ligt de aandacht van de leerkracht minder bij instructie en beoordeling en meer bij het begeleiden van het proces en samen met de leerlingen reflecteren om gemaakte keuzes. En vooral het uitstralen van een creatieve ‘mindset’ en daarmee de leerlingen ruimte en enthousiasme geven.

5 minuten Creatief Denken staat garant voor waardevolle leer- en ontwikkelingsmomenten en voor veel denk- en doe-plezier!

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Zuurstof & Tegenwind

ZT3 blog‘Voor iedereen die geen sanseveria is,’ staat er op de cover van het tweede nummer van Zuurstof & Tegenwind. Zuurstof & Tegenwind is een thematisch, leer, doe, kijk, lees en inspireer-tijdschrift voor kinderen van 8 jaar en ouder, leraren en ouders.

Ging het eerste nummer over ‘empathie’ – met onderwerpen: vertrouwen, nieuwsgierigheid, kijken en luisteren, emoties en verbeeldingskracht – in het tweede nummer (onlangs uitgekomen) staat het thema ‘denken’ centraal en passeren filosoferen, dwars denken, anders denken en creatief denken – Ja, ja, ik heb ook met plezier een bijdrage geleverd! Met dank aan Jelle – de revue. Wetenschapsjournalist Mark Mieras laat in een interview weten hoe hij over denken… denkt. Hij ziet denken bijvoorbeeld als een tijdmachine die je in staat stelt om na te denken over wat er gebeurd is en je voor te stellen hoe het in de toekomst zal zijn.

In het mooi vormgegeven en rijkelijk geïllustreerde tijdschrift wisselen achtergronden en praktische activiteiten rondom de thema’s en onderwerpen elkaar af. Waardevol voor leraren en ouders die op zoek zijn naar extra inzichten en bijzondere werkvormen om samen met de leerlingen/kinderen te werken aan… laten we het vaardigheden van de 21e eeuw noemen. Maar de kinderen kunnen ook zelf direct aan de slag met de toegankelijke en aantrekkelijke activiteiten, zoals ‘zet een hoed op je gedachten’ of ‘denken als een pionier’.

Zuurstof & Tegenwind is een ‘spinsel’ van Het Educatiebureau, uitgegeven door Vereniging Cultuuronderwijs en verkrijgbaar in de (electronische) boekhandel of je abonneert je bij www.zuurstofentegenwind / redactie@zuurstofentegenwind.nl

Empathie – ISBN 9789082310610
Denken – ISBN 9789082310627

Dit bericht werd geplaatst op door .

Hoe creatief wil je zijn?!

sternberg2In de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’ komt vraag voorbij: ‘Wat verstaan wij als school onder creativiteit en creatief gedrag?’ Een tegenvraag: Hoe creatief wil je zijn? De een vindt het vouwen van een kraanvogeltje al bijzonder creatief, de ander verstaat onder creativiteit ‘problemen (op een nieuwe manier) oplossen’, anderen denken meer richting revolutie waarbij fundamentele denkpatronen en overtuigingen omver worden geworpen. Dat laatste is niet noodzakelijk waar je op zit te wachten als schoolleider, maar wie weet: hoe creatief wil je zijn?

Robert Sternberg geeft in een ijzersterke bijdrage – ‘Creativity as an decision making process’ – aan het boek ‘Creative Development’ (Sawyer et al. 2003) een structuur die je beter in staat stelt om na te denken over hoe creatief een idee of vondst is en welke – al dan niet gewenste – impact het kan hebben. Van hele kleine veranderingen tot verschuivingen, kantelingen en integratie van paradigma’s.

Dit door Sternberg ‘propulsion model of creativity’ gedoopte model verdeelt creatieve bijdragen aan een ‘field’ – een domein, discipline, werkwijze of toepassingsgebied – in categorieën gebaseerd op de mate van impact die deze bijdragen op het betreffende domein hebben. Een en ander is hier schematisch weergegeven.

0-4brFxgZ72-NiQ7Ng

Een korte toelichting op de categorieën van creatieve bijdragen.

  1. Bijdrage bevestigt bestaande situatie: status quo.
  2. Bijdrage geeft een andere kijk op bestaande situatie.
  3. Bijdrage verandert bestaande situatie enigszins binnen wat in het domein als acceptabel wordt zien.
  4. Bijdrage daagt bestaande situatie uit door extremen te zoeken.
  5. Bijdrage beweegt de ontwikkeling van het domein in een richting die afwijkt van wat in de huidige situatie als gangbaar en acceptabel wordt gehouden.
  6. Bijdrage gaat terug naar een eerder ontwikkelingsstadium in het domein en zoekt van daaruit een nieuwe ontwikkelingsrichting.
  7. Bijdrage verwerpt (de fundamenten van) het bestaande domein en stelt een nieuw vertrekpunt voor met een nieuwe richting.
  8. Bijdrage integreert twee fundamenteel verschillende domeinen in één nieuw domein (deze staat niet in het diagram afgebeeld).

In alledaagse situaties – ook op school – blijft creativiteit meestal beperkt tot categorieën a, b en beetje c. Wanneer creativiteit de regels van de bestaande situatie begint op te rekken (d) en uit te dagen (e) gaan we ons vaak ongemakkelijk voelen. Er bekruipt ons het onrustige gevoel dat we de gang van zaken niet meer in de hand hebben.

Je staat dan voor een keuze. Zeg je: ‘Ho! Dat doen we hier niet zo, we gaan terug tot de orde van de dag.’ Of zeg je: ‘Laat maar waaien, we zien wel wat er gebeurt.’ Of zoek je de middenweg en probeer je creatieve bijdragen – gedrag en uitingen – te kanaliseren door het  bijvoorbeeld te beperken tot bepaalde tijden en/of activiteiten. Sternberg stelt niet voor niets ‘creativity is a decision-making proces’: Hoe creatief wil je zijn?

Ik hoop dat dit een interessante aanvulling is op de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’. Houd de weblog en nieuwsbrief van CDO in de gaten, want dit betoog ga ik zeker nog verder uitbouwen. Voor nu: veel wijsheid bij het maken van keuzes voor creativiteit.

Literatuur:
Sternberg R. J. (2003). Creativity as a Decision-Making Process in Sawyer, K.R. (ed.) (2003) Creativity and Development. New York: Oxford University Press

davidvanderkooijDavid

Dit bericht werd geplaatst op door .

Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van C.D.O.

cdoblog-vvv16 februari jl. mocht ik een lezing houden bij de Algemene Onderwijsbond. Daar maak ik geen twee uur zendtijd van maar zoek interactie en discussie. De interactieve lezing “V.V.V. van Creatief Denken in Onderwijs” heeft als onderwerp drie aspecten die je als school(team) vroeg of laat in een of andere vorm gaat tegenkomen wanneer je er serieus voor kiest ‘creatieve ontwikkeling van leerling en leerkracht’ op te nemen in de VISIE die je als school naar buiten uitdraagt.

Het is dan namelijk van belang dat je samen weet waar je het over hebt; dat je een gezamenlijk VERTREKPUNT deelt. En nadat je de visie hebt besproken en geformuleerd (een stap die niet 1 2 3 genomen is) zal je ook willen (en moeten) laten zien hoe je die visie VORMGEEFT. Drie stappen dus:

  • VERTREKPUNTEN – Waar hebben we het samen over?
  • VISIE – Wat willen we en waarom?
  • VORMGEVING – Hoe gaan we het voor elkaar boksen?

Deze 3 V’s maakte ik bespreekbaar door de deelnemers stellingen voor te leggen om met elkaar over van gedachten te wisselen, meningen te delen en vooral ook om geuite meningen eens van een andere kant te bekijken. Deze stellingen heb ik ontleend aan het O21 spel, uitgegeven door Onderwijs Maak Je Samen (Van de Ven & Creemers, 2015). Omdat ik ze zelf in het spel heb ingebracht neem ik de vrijheid ze hier te quoten.

  • Zonder kennis, geen creativiteit.
  • Iets mag pas creatief heten wanneer het wordt geaccepteerd door de omgeving.
  • Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling.

De stellingen hebben ieder (en respectievelijk) te maken met de 3 V’s. Hierna sta ik bij iedere stelling kort stil en belicht een of twee aspecten ervan.

Vertrekpunten: Zonder kennis, geen creativiteit

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.40.36Zonder kennis, geen creativiteit – een stelling die ik graag tijdens een lezing of workshop voorleg aan de het publiek. De eerste reactie is altijd die van kennis = concreet en rationeel, dus niet creatief. En hup stelling om zeep geholpen. Zelfvoldane blikken staren me aan die lijken te zeggen ‘en ga je nog iets vertellen dat we nog niet weten?’De – mijns inziens – incorrecte conclusie wordt veroorzaakt doordat we de definitie van creativiteit niet helder hebben. Als je creativiteit definieert als lukraak ideeën krijgen en daar verder geen betekenis aan geven, dan zou creativiteit het misschien wel zonder kennis afkunnen. Een tuimelaar waar je een tik tegen geeft. Komt vanzelf weer tot rust, niets veranderd. Deze definitie van creativiteit is te beperkt, want creativiteit verandert.

De gangbare definities van creativiteit – in de o.m. door psychologen gebezigde creativiteitstheorieën – spreken allen van ‘nieuwe betekenis geven aan (combinaties van) wat al bestaat’. ‘Wat al bestaat’, daar kunnen we aan denken en dat heet kennis. Dingen die we al weten (hebben waargenomen, ervaren en onthouden) vormen de ingrediënten voor gedachten die we door elkaar roeren en dan proeven we eraan c.q. we zoeken betekenis in de nieuwe gedachten. Bah! of Namma, namma! Dat is zo bij jonge mensen in de schoolbanken (ach, dat is uit mijn tijd) net als bij wetenschappers die zwaartekrachtgolven postuleren.

Er zitten natuurlijk nog veel meer kanten aan de Vertrekpunten voor onderwijs dat creatief denken omarmt:

  • Kun je creativiteit leren? Check!
  • Creativiteit = expressie en kunstzinnige vorming? Negative!
  • Kun je het meten? Pas op dat je je vinder niet brandt…
  • En zo meer.

Allemaal zaken die je met elkaar moet bespreken en waar je common ground in moet vinden alvorens je visie op creativiteit helder te formuleren. Als je nog wat inspiratie zoekt dan kan ik je aanraden om nog eens door mijn Het Grote Vindingrijkboek (Van der Kooij, 2013) te bladeren dat ik juist heb geschreven om de drie V’s van Creativiteit in Onderwijs te belichten.

Visie: Iets is pas creatief als het geaccepteerd wordt door de omgeving

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.43.22We horen van alle kanten (o.m. Kennisnet, Platform Onderwijs 2032) dat de ontwikkeling van creativiteit binnen het onderwijs be

langrijk wordt geacht (wérd het dat dan niet?). Dan kun je denken, wij doen ook mee! Maar past creativiteit eigenlijk wel bij jouw school of organisatie? Uh?! Natuurlijk! Maar vergeet dan niet dat je créativiteit hebt en creativitéit. De ene schoolt denkt bij creativiteit aan een volledig vrij leerproces waarin kinderen hun leren zelf ‘uitdokteren’. De andere school wil kinderen ‘enkel’ stimuleren in het gebruiken van creatieve denkvaardigheden bij het maken van opdrachten in de natuur & techniekles. Allebei creativiteit – daar sta ik voor in –, maar het klinkt wel even anders. Creativiteit komt in verschillende smaken. Daarom is het zo belangrijk om goed stil te staan bij het Vertrekpunt: wat verstaan wij met elkaar onder creativiteit?

Uiteindelijk maakt de omgeving – op school: team, ouders, leerlingen – uit of bijzondere ideeën of vondsten geaccepteerd worden en als daadwerkelijk creatief worden erkent. Veel leraren hebben moeite met deze stellingname. Hè?! Wat is dat nou, bij creativiteit mag toch alles? Ieder idee, hoe gek ook mag toch meedoen? Ja, meedoen uiteraard, het is zelfs heel belangrijk dat al die vreemde ideeën verzonnen en getest worden. Maar een vreemd idee moet uiteindelijk waarde toevoegen voor de omgeving, het moet daar geaccepteerd worden. Andres is het slechts… een vreemd idee.

Soms kunnen vreemde ideeën die niet door de omgeving geaccepteerd worden jarenlang sluimeren totdat ze in een andere tijd en/of door andere ogen ‘ontdekt’ worden en opnieuw op waarde worden geschat. Een mooi voorbeeld is het werk van Vincent van Gogh, in zijn leven verkocht hij amper één doek, decennia na zijn dood brak zijn werk pas door en werd bijna letterlijk onbetaalbaar.

Wat voor Van Gogh in ‘het groot’ geldt, is net zo goed van toepassing in school. De leerling heeft een creatieve gedachte. Hoe reageert de leraar? Hè Lucas, nu even niet! Hoe reageert de groep? Wáááh, wat een idioot idee! Of is jouw school er klaar voor om te zeggen: Tjee Lucas, daar verras je ons mee!

Zomaar weer een van de zaken die je tegen zult komen wanneer je serieus kiest voor creativiteit binnen jouw school en het ontwikkelen van een visie daarop.

Nota bene: De Hongaars-Amerikaanse Psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi ontwikkelde de Systems-Theory of Creativity (Csikszentmihalyi, 2014).

Een uiterst elegant model waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe het spanningsveld tussen omgeving en creatieveling bepaalt of creativiteit als zodanig wordt geaccepteerd (en daarmee daadwerkelijk creatief wordt genoemd) of word verworpen.

Vormgeving: Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.45.07Je kunt er menig schoolgids op naslaan. Je leest erover in de aanbevelingen van het Platform Onderwijs 2032 (Schnabel et al., 2016). We leven in een wereld waar creativiteit – en de nodige andere vaardigheden – broodnodig zijn. Kinderen van nu groeien in een wereld op die zo snel verandert en zoveel uitdagingen kent dat de kennis van nu ontoereikend is voor het onzekere straks. Kinderen moeten leren om met deze onzekerheden om te gaan*.

[*lees de Duizelingwekkende Jaren van Philipp Blom en je zult een andere kijk hebben op deze stellingname, maar de stelling blijft wel staan.]

De wens, de noodzaak, het waarom en wat we willen bereiken staan zo keurig geformuleerd in het ‘vision-statement’ van school en bestuur. Waar het aan ontbreken kan is een duidelijke invulling van hoe een en ander wordt gerealiseerd, wordt vormgegeven.

Er bestaan programma’s die heel concreet uiteenzetten hoe creatieve (denk)vaardigheden kunnen worden gestimuleerd. Het Ideeëntoestel is er een van. Sinds kort is er een compacte Methode Creatief Denken van de Belgische uitgeverij Djapo op de markt. De eerste reactie die je kunt hebben wanneer je een dergelijke uitgave in de hand hebt is: Ha lesbrieven! Mooi we kunnen aan de slag! Wat dan gebeurt kun je vergelijken met gaan autorijden zonder dat je voor je theoriecertificaat hebt geleerd en met de handrem erop.

Alvorens met de ontwikkeling van creatieve denkvaardigheden aan de slag te gaan is het raadzaam je te verdiepen in de theoretische onderbouwing van een en ander, de ontwikkeling van jonge mensen in relatie tot het benutten van hun creatieve denkpotentieel en de ontwikkeling van een creatieve grondhouding. Daarin speelt de leraar de sleutelrol. De creatieve ontwikkeling van de leraar gaat voorop. De leraar is het rolmodel en vormt een leerklimaat waarin creatief denken gedijt. Dit leerklimaat weerspiegelt idealiter de schoolcultuur.

De stelling ‘Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling’ is daar dan ook direct mee verbonden. We leven in een maatschappij waar het beschermen en veilig houden van onze kinderen misschien wel het hoogst gewaardeerd wordt. Risico’s worden vermeden en uit de weg geruimd. Er wordt een avontuurlijke speeltuin ingericht, met modderpoelen, heuveltjes en spannende klimtoestellen, maar er staat wel een hek omheen, zoals eerst om het betonnen schoolplein. Waar is de ruimte voor werkelijk ontdekken gebleven? Uitproberen, grenzen opzoeken en overschrijden, over het hek klimmen: ruimte voor meer dan een geschaafde knie. Creativiteit heeft risico nodig. Creativiteit is per definitie grenzen overschrijden, avontuur, onverwacht, toeval. Hoeveel ruimte en vrijheid geef je hiervoor als school en ouders?

Vergelijkbare dilemma’s komen we tegen in de omgang met elkaar. Hoe reageren leraar en medeleerling op elkaar als vreemde gedachten en gedragingen (die met creativiteit gepaard gaan) van deze of gene leerling zich manifesteren in de groep? Een veilig leerklimaat moet borgen dat leerlingen hun creatieve ik kunnen en mogen uiten. Betekent dit dat we alle ideeën van elkaar maar liefdevol moeten omarmen of mag er ook eens ‘ja maar’ gezegd worden? Creativiteit heeft vrijheid nodig, maar ook weerstand. Zonder weerstand geen vorm, maar slechts een vormeloze massa.

Het illustreert weer dat je als team opzoek gaat (moet gaan) om de creativiteit te vinden die past binnen de visie van de school. Creativiteit komt in soorten en maten, kan gedijen op een schoolplein met een hek erom, net zo goed als in het park of in een bos. Het ziet er misschien verschillend uit maar je herkent het meteen…

Tot slot

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.46.29Ik besluit dit drieluik over het gestalte geven aan een creatief leerklimaat op school door te onderschrijven dat creativiteit een bijzonder dynamisch gegeven is. Veel factoren spelen een rol in het creatieve proces, de creatieve persoon en de omgeving waarin het plaats heeft. Dat kan verwarrend en ontmoedigend werken: Waar moet ik beginnen? Wat moet ik – nu weer – doen? Gelukkig zijn daar handvatten voor. Zo kom ik ook terug op de 4 handvatten die Teresa Cremin et al. aanreiken voor het vormgeven van een creatief leerklimaat (Cremin, 2009): nieuwsgierig zijn, verbindingen maken, vernieuwing omarmen en ruimte geven aan autonomie. Je leest er hier over: https://creatiefdenkeninonderwijs.nl/…/profiel-van-de-creat…/ of in Het Grote Vindingrijkboek (2013).

Literatuur
Cremin, T.,Barnes, J. & Scoffham S. (2009). Creative Teaching for Tommorow, Fostering a Creative State of Mind. Deal, Kent: Future Creative.
Csikszentmihalyi, M. (2014). The Systems Model of Creativity, the Collected
Works of Mihaly Csikszentmihalyi. Dordrecht: Springer.
Schnabel, P. et al. (2016). Ons Onderwijs2032 – Eindadvies. Den Haag: Platform Onderwijs2032.
Van de Ven, M. & Creemers, M. (2015). 021 Spel, Hoe zie jij het onderwijs in de 21e eeuw? Helmond: Uitgeverij OMJS.
Van der Kooij, D. (2013) Het Grote Vindingrijkboek – Zo leer je kinderen creatief denken! Nieuwolda: Leuker.nu

Daviddavidvanderkooij

 

 

 

 

Deze post werd eerder in 4 delen gepubliceert op facebook.com/creatiefdenkeninonderwijs/

Dit bericht werd geplaatst op door .

Heeft psychologisch onderzoek naar creativiteit iets opgeleverd voor het onderwijs?

booksHeeft psychologisch onderzoek naar creativiteit iets opgeleverd voor het onderwijs?

Deze vraag heeft Mira Tiwari gebruikt om een essay te schrijven in haar eerste jaar als student Education and Modern Languages aan Christ’s College, University of Cambridge (UK). Mira is de dochter van een goede vriend van mij. Op een dag stuurde hij me een foto van een stapel boeken die Mira aan het lezen was over voornoemd onderwerp. Ik was meteen enthousiast voor haar interesse in dit onderwerp (uiteraard) en herkende verschillende van de werken van bekende psychologen in het veld van creativiteit (en onderwijs): Sternberg, Amabile, Beghetto, en Jauk om er een paar te noemen. Pas geleden stuurde haar vader mij het essay en ik heb het met veel plezier gelezen en er het nodige van bij- en afgeleerd. Een leuke en informatieve doorsnede van decennia psychologisch onderzoek naar creativiteit  en onderwijs (of liever education).

A good read and well done.

David

Je kunt het essay van Mira hier downloaden: Psychology and Education.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Help! Talentontwikkeling!

CDOTK300x200Leerkrachten voelen zich nogal eens onzeker als ze lessen in techniek willen of moeten gaan geven. Prof. dr. Ludo Verhoeven (Radbouduniversiteit, coördinator TalentenKracht) begon de opening van de bijeenkomst Daarom is geen reden (7 oktober 2015) van TalentenKracht met de geruststellende boodschap: Begin met iets makkelijks, neem je eigen interesses als vertrekpunt en zoek de verbinding met de thema’s die je aanbiedt. De kinderen doen het werk, jij hoeft niet per sé een ‘crack’ in techniek te zijn. Leer mee. Een belangrijke taak van de leerkracht is het sluimerende talent te herkennen. Maar ja, talent herkennen, hoe doe je dat? Wat is talent eigenlijk?

Ieder mens heeft talenten, het talent ontplooit zich in de wisselwerking tussen wat er in de blauwdruk staat die we bij onze geboorte/conceptie meekrijgen en wat de omgeving ons biedt. Talent kan al op zeer jonge leeftijd worden herkend, ook voor wetenschap en techniek. Kijk naar dit filmpje waarin de 4-jarige Jaap voorspellingen doet en logisch redeneert over de loop van een knikker in een knikkerbaan. Typische kenmerken van talent voor wetenschap en techniek zijn:

  • Leergierigheid, nieuwsgierigheid: WEETLUST!,
  • Ondernemend gedrag gedreven vanuit intrinsieke motivatie,
  • Sterke behoefte aan autonomie: ga toch opzij, ik wil het zelf onderzoeken, ik wil het zelf maken!

CDOweetlustDe leerkracht creëert een rijke leeromgeving, richt zich op het proces en de ontwikkeling van het kind door bewust gebruik te maken van bijvoorbeeld het principe van de Zone van Naaste Ontwikkeling (‘scaffolding’, Vygotsky), prikkelend (wisselend) materiaal dat nieuwsgierigheid opwekt aan te bieden, door onderzoekende (hoe werkt dit?) en ontwerpende (hoe maak ik dit, hoe los ik dit op?) opdrachten te geven, of liever… uit te lokken. En ruimte te geven voor zelfsturing en autonomie.

Dat is allemaal makkelijk gezegd, maar is het ook makkelijk gedaan? Tijdens de workshops lieten de 7 aan TalentenKracht verbonden universitaire werkgroepen zien wat de resultaten zijn van hun onderzoeken – die ze samen met meer dan 100 scholen uitvoerden – en hoe je die vaak op verrassend eenvoudige manier kunt toepassen. Zonder dat jezelf een Willy Wortel hoeft te zijn. De kinderen doen namelijk het (als van)zelf (…leren).

De dag werd afgesloten door dr. Hanno van Keulen (lector Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding bij HS Windesheim). In een rijke, humorvolle en zeer informatieve lezing van ruim een uur vroeg Hanno zich onder meer af: kunnen we redenen geven om taalonderwijs effectiever te maken door wetenschap en techniek in te zetten? Om ‘de methode’ eens los te laten. Om kunst- en cultuuronderwijs te combineren met techniekonderwijs? Om kinderen een schooladvies te geven dat rijker is dan de scores op de huidige Eindtoets Basisonderwijs?

Ook trakteerde hij het gehoor op affordanties: een begrip met een belangrijke betekenis voor hoe we zinvol en effectief onderwijs kunnen vormgeven. Een affordantie is de relatie tussen een organisme (jij, je leerling, een dolfijn) en een voorwerp (of de omgeving) die het organisme de mogelijkheid geeft te handelen. Vrij vertaald als het antwoord op de vraag ‘kan ik hier iets mee?’ Affordance+types

Het vertelt iets over in hoeverre iets past in of bij de je ‘denk- en handelings’ mogelijkheden en bewustzijn daarvan. Zo heeft een theekopje een heel andere affordantie voor een mensenkind dan voor een jonge tuimelaar. Tja, denk daar nog maar eens over na als je met de kat aan het spelen bent en lees erover op deze wikipedia-pagina: Affordances.

Van Keulen besloot zijn betoog met ‘vijf talenten waarop kinderen uit kunnen blinken en die je in het onderwijs kunt (moet?) ontwikkelen’. Samengevat in:

  • Nieuwsgierigheid (verkennen, vragen)
  • Creativiteit (verzinnen, opzoeken)
  • Doen (handigheid, ruimtelijk inzicht, zelfsturing)
  • Testen (kritisch denken)
  • Ontsluiten (vertellen, tekenen)

Alle vijf komen volop aan bod in ons nieuwe boek Het Ideeëntoestel. Natuurlijk waren Anouk en ik er trots op dat Het Ideeëntoestel nog even in het zonnetje werd gezet en iedere universitaire werkgroep twee exemplaren kreeg uitgedeeld! Kortom een geslaagde dag voor iedereen. Dank aan de organisatie!

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Over creativiteit, denken en handelen

hitboek1Het artikel ‘Over creativiteit, denken en handelen’ is gepubliceerd als voorwoord in het boek ‘Het Ideeëntoestel’ van David van der Kooij en Anouk Wissink (september 2015, ISBN 978-94-631-8987-3, Uitgever Leuker.nu). Het artikel gaat in op creativiteit in zijn brede betekenis. Creativiteit staat daarmee voor denken en de vaardigheid in het leggen van verbanden. Maar ook staat het voor nieuwsgierigheid en een ondernemende attitude. Onze kinderen en jeugdigen moeten gestimuleerd worden om deze te ontwikkelen. Zij moeten immers in de nog onbekende ‘wereld van straks’ oplossingen kunnen vinden voor vragen die we nu nog niet eens kunnen stellen. Het Ideeëntoestel van David van der Kooij en Anouk Wissink geeft goed uitgewerkt materiaal dat de leerkracht een handvat kan geven voor de bevordering van creatief denken en handelen.

Jolles, J. (2015) Over creativiteit, denken en handelen. Het Ideeëntoestel’ van David van der Kooij en Anouk Wissink (september 2015, ISBN 978-94-631-8987-3, Uitgever Leuker.nu). Download artikel

[Deze bijdrage verscheen eerder op www.jellejolles.nl]

jellejollesJelle Jolles is Universiteits- hoogleraar Neuro-psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt het Centrum Brein & Leren. Hij houdt zich bezig met onderwijsinnovatie en talentontwikkeling en met de cognitieve veroudering. Zijn standpunt is dat biologie én omgeving bepalend zijn voor ontplooiing.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creativity? In your dreams!

CDO incub1Over de rol van incubatie in het creatieve denkproces, n.a.v. de publicatie Creativity – the unconscious foundations of the incubation periode (Ritter en Dijksterhuis, 2014).

In de literatuur veel besproken en zelf vast wel eens meegemaakt: De BBB ervaring – Bed, Bad, Bus. Die staan voor de plekken en momenten waar je opeens, onverwacht en verrast dát ene idee krijgt. Die inval. Dat inzicht. Eureka! A-Ha! Toch komen die ideeën niet uit de lucht vallen.

In Het Grote Vindingrijkboek vertel ik over MADMEN, die prachtige tv-serie over reclamemakers op Madison Avenue in de jaren 50 en 60: “In de drama-serie MADMEN legt reclamemaker Don Draper het als volgt – kernachtig – uit: ‘Just think about it deeply, then forget it… an idea will jump up in your face.’”

Hij heeft het over incubatie. Niet van een vreselijke ziekte maar van ideeën, een meer prettige aandoening. Je bent ergens heel erg mee bezig: met een probleem, met iets wat je graag zou willen bedenken, of met zomaar iets waar je gewoon heel erg mee bezig bent, en dan wordt je afgeleid, je moet iets anders doen, of je hebt je hoofd leeg gemaakt onder de douche, in bad, bed of bus. “…then forget it…” zegt Don Draper. Maar ben je het wel écht vergeten? Denk je er écht niet aan? Daar is onderzoek naar gedaan, met interessante en soms verrassende uitkomsten.

Al in 1926 beschreef Graham Wallas in The Art of Thought het begrip incubatie als onderdeel van het creatieve proces, dat hij verdeelde in:

  • Preparation (Ergens hard over nadenken – “Just think about it deeply,…”)
  • Incubation (Er niet aan denken of over iets anders nadenken – (…then forget it…”)
  • Illumination (Eureka! – “…an idea will jump into your face.”)
  • Verifiaction (Leuk zo’n idee, maar wat hebben we eraan, werkt het? – De ideeën van wat zelfingenomen Draper werken natuurlijk altijd.)

Ervaringen opgetekend in de (auto)biografieën van bekende uitvinders, artiesten en wetenschappers (Lees eens Creating Minds van Howard Gardner, of Creativity van Mihaly Csikszentmihalyi) getuigen ook van het gegeven incubatie en de schijnbaar positief-effectieve werking die het kan hebben op het krijgen van ideeën. En zoals gezegd, er is veel onderzoek gedaan dat in dezelfde richting wijst. Maar het meeste van dat onderzoek beschouwt incubatie als een zwarte doos. Wat de constatering en vraag opwerpt: Het werkt zo te zien… maar hoe?

Ik ontmoette onlangs Dr. Simone Ritter, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onder meer onderzoek naar het effect van creatieve trainingen en interventies op creatieve prestaties. Ook incubatie en onbewuste denkprocessen die er mogelijk mee verband houden staan hoog op haar lijstje. We hadden een geanimeerd gesprek over een en ander en we wisselden wat publicaties en werk uit. Zo gaf ze mij het artikel Creativity – the unconsious foundations of the icubation period (Ritter & Dijksterhuis, 2014) mee. Download hier via Frontiers in Human Neuroscience. De auteurs inventariseren en bespreken recent onderzoek naar de mogelijke rol van onbewuste denkprocessen in het creatieve denkproces. Het inspireerde mij om dit stukje te schrijven dat eigenlijk een doorkijkje is op dat artikel.

De centrale vraag die naar voren wordt gebracht en een rol in de besproken experimenten speelt, is: Spelen onbewuste denkprocessen een rol bij het incubatie-effect of is het gewoon ‘afleiding’, ‘vergeten’ (“…then forget it…”), of allebei, of niet.

CDO-incub3De experimenten volgen een min of meer vast patroon: Deelnemers werken aan een opdracht. Bijvoorbeeld het oplossen van een probleem of de Alternate Uses Test (‘wat kun je allemaal nog meer met een baksteen doen?’). De opdracht wordt onderbroken om na een korte of langere tijd weer te worden opgepakt. Tijdens de onderbreking worden de deelnemers – in verschillende experimenten – aan verschillende condities blootgesteld: ze werken aan een andere opdracht, ze lopen een blokje om of slapen er een nachtje over. Wat werkt? Na de onderbreking wordt de oorspronkelijke opdracht weer voorgelegd en het resultaat bekeken. Welke incubatie-conditie heeft meer effect op het creatieve oplossende vermogen van de deelnemers gehad?

Een van de onderzoeksresultaten suggereert dat wanneer je tijdens de incubatieperiode van een creatieve denkactiviteit (1) een andere creatieve denkactiviteit (2) doet, die een beroep doet op een ándere denkvaardigheid dan bij activiteit (1), de creatieve prestatie bij activiteit (1), nadat die weer is opgepakt, hoger is. In gewoon Nederlands: Een verbale opdracht (Wat kun je allemaal met een baksteen doen?), gevolgd door een ruimtelijk-visuele opdracht (Bijv. het samenstellen van een betekenisvol object uit meerdere grondvormen), weer gevolgd door de opdracht met de veelzijdige baksteen.

CDO-incub4Tevens wijst het onderzoek uit dat wanneer je – in dit geval – tijdens de incubatie ook een verbale opdracht aanbiedt, bijbvoorbeeld het bedenken van verschillende betekenissen voor anagrammen, er geen significante toename van creatieve oplossingen voor het moordwapen – pardon, de baksteen – wordt gevonden. Verbaal-verbaal of ruimtelijk-ruimtelijk laat dus geen significante toename in creativiteit zien.

Een andere onderzoek kijkt naar de invloed van de duur van het incubatieproces. Bijvoorbeeld de effecten van dagdromen en dromen tijdens de slaap. Het onderzoek levert aanwijzingen (altijd voorzichtig de wetenschapper, en met recht) dat wanneer je tijdens de incubatie periode dagdroomt, in tegenstelling tot bijv. het doen van een eenvoudige geheugentest of gewoon niks doen, je creatieve opbrengsten in ‘activiteit 1’, nadat die werd voortgezet, omhoog gaan.

Onderzoek naar dromen tijdens de slaap suggereert dat de droom-slaap (REM-slaap) ook creatieve prestaties verhoogt bij een taak die door een periode van slaap (met droom/REM-fasen) wordt onderbroken. Dit effect zou kunnen samenhangen (hypothese) met het verleggen van associatieve verbindingen tijdens het dromen, wat we terugzien in het vaak bizarre karakter van dromen (waar haal ik dat nou vandaan?)

Gegeven dat incubatie lijkt bij te dragen aan creatieve prestatie (afhankelijk van de gekozen condities en taken) rest de vraag wat dit effectueert: onderbewuste denkprocessen of simpelweg het achterwege laten van bewust denken.

In het eerste geval draagt het onbewust doordenken over een probleem bij aan de (creatieve) oplossing(en) ervan. In het tweede gaat het om factoren als rust nemen (uitgerust denk je beter), toevallig prikkels ervaren (eens aan iets anders denken) of het denken afleiden van vastgelopen gedachten (patroon doorbreken).

Verschillende onderzoeken wijzen beiden kanten op en lijken er dus op te wijzen dat beiden een rol spelen binnen het incubatie-proces.

CDO-incub2De auteurs halen onder meer onderzoek aan dat gebruik maakt van de Remote Association Test (RAT). In deze test krijgen de deelnemers telkens drie woorden aangeboden met de opdracht het woord te vinden dat deze drie woorden verbindt. De woorden zijn zo gekozen dat ze op zichzelf sterke associaties oproepen die niet direct naar de andere twee woorden wijzen. Een voorbeeld: cookies, heart, sixteen => sweet. Door de deelnemers nu van te voren verkeerde suggesties te geven worden in het brein van deze deelnemers de associaties die in de goede richting wijze als het ware geremd (inhibitie), waardoor aan de ene kant voor de hand liggende juiste antwoorden niet meer ‘bereikbaar’ zijn maar mogelijkheden voor nieuwe en creatieve vondsten worden openleggen. Uiteraard met een controlegroep waarbij geen verkeerde suggesties werden gegeven en die dan ook minder creatief uit de hoek komt. Een voorbeeld van hoe ‘vergeten’ een rol kan spelen in incubatie.

We kennen allemaal wel het gevoel dat iets wat we ons willen herinneren op het puntje van onze tong ligt. Vaak gebruiken we dan ‘omwegen’ om bij het gezocht woord te komen en voelen we als het ware dat het antwoord dichterbij komt. Soms kan dat een heel erg sterk gevoel van ‘ik ben er bijná’ oproepen. En plots heb je het. Onderzoek waarin dit verschijnsel een rol speelt lijkt erop te wijzen dat hier onbewuste denkprocessen een rol spelen.

Dijksterhuis – auteur van Het slimme onbewuste (2007) – deed onderzoek waaruit naar voren komt dat bij het nemen van beslissingen het onbewuste een belangrijke rol lijkt te spelen, en dat beslissingen door onszelf vaak ‘al genomen’ zijn voordat we ons ervan bewust zijn. Spelen dergelijke onbewuste denkprocessen ook een rol spelen bij creativiteit?

Hij deed onder meer het volgende experiment. Deelnemers werd gevraag om bijvoorbeeld een lijst te maken van wat er allemaal met een… baksteen… kan worden gedaan. De controlegroep ging meteen aan de slag, de ‘bewuste’ groep mocht eerst drie minuten over het probleem nadenken alvorens te gaan schrijven en de ‘onbewuste’ groep voerde een andere – afleidende – taak uit. De bewuste groep kwam voornamelijk met voor de handliggende antwoorden terwijl de ‘onbewuste’ groep tot meer verschillende en creatievere alternatieven kwam, in tegenstelling ook tot de controlegroep.

Het artikel noemt nog veel meer voorbeelden en ik hoop dat ik een aantal van de experimenten die in het artikel worden beschreven enigszins toegankelijk heb kunnen samenvatten.

De auteurs sluiten af met prikkelende overwegingen ten aanzien van de mogelijkheden die dergelijke onderzoeksresultaten suggeren voor ondermeer onderwijs en het stimuleren van creativiteit in een onderwijs-setting.

Er zijn al heel lang allerhande trainingen en interventies beschikbaar die vooral gebruik maken van bewust creatief denken (denk aan het doorbreken van vooronderstellingen, het zoeken en gebruiken van ongebruikelijke analogieën, er is een keur aan ‘bewuste’ creatieve denktechnieken ontwikkeld en beschikbaar).

Soms speelt incubatie een rol in deze aanpakken, maar dan als ‘zwarte doos’: het werkt, dus we doen het. Maar hoe het werkt?

Nu er meer zicht en inzicht komt op en in de rol van (niet) bewuste en onbewuste denkprocessen in de incubatiefase, kan deze meer ‘bewust’ (excuse my French) worden ingezet. Zo’n relatief eenvoudig inzicht is dat het helpt om tijdens een incubatie-periode een eenvoudige (non-demanding) taak te verrichten die een beroep doet op andere denkvaardigheden dan die welke eerst werd aangewend (verbaal? => ruimtelijk!).

Uiteraard – en gelukkig – wijzen Ritter en Dijksterhuis er op dat er nog veel onderzoek nodig is om meer grip te krijgen op het verschijnsel incubatie. En ook dat incubatie alleen niet voldoende is: bewust denken is noodzakelijk om de nodige kennis te vergaren, te bepalen welke problemen relevant zijn en om voorgestelde vernieuwingen te verifiëren en te implenteren. Kennis en creativiteit: a dream team!

Lees het artikel van Ritter en Dijksterhuis: Gevonden op 23 augustus 2015 via http://dx.doi.org/10.3389/fnhum.2014.00215

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creatief denken en wereldoriëntatie

cdenwo1Hallo, mijn naam is Helga Hendriks- Fledderus en ik ben 27 jaar oud. In het dagelijks leven ben ik leerkracht van groep 7/8 op BBS De Klimboom. Daarnaast doe ik de opleiding Master Leren en Innoveren. Tijdens deze opleiding mag ik met een eigen gekozen onderwerp aan de slag.

Ik vind het heel belangrijk dat je als leerkracht aansluit bij de huidige kennissamenleving. Om die reden heb ik gekozen voor de 21st Century Skills. Via een uitgebreide literatuurstudie en onderzoek in mijn klas kwam ik uiteindelijk uit bij creatief denken. Mijn doel was om creatief denken vakgeïntegreerd aan te bieden. Aangezien we bij geschiedenis net met het onderwerp ´De Tweede Wereldoorlog´ waren begonnen, zag ik mooie kansen om creatief denken daaraan te koppelen. Hoe ik dat precies heb vorm gegeven, kun je lezen in mijn artikel Artikel Creatief denken en WO.

helgahendriksfledderusHelga

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Jeugdig perspectief

lions1Een tiental studenten van Hogeschool Leiden hebben onlangs hun interculturele creativiteits- en samenwerkingservaring achter de rug. Samen met studenten van verschillende Polytechnics in Singapore hebben ze in korte tijd, onder hoge druk en grotendeels buiten hun comfortzone gewerkt aan een wereldproblematieken. Met alle stress, plezier, uithoudingsvermogen en creativiteit van dien. Omdat in beide landen een leeuw het nationale symbool is, is de samenwerking “The Lions Exchange” gedoopt.

Het Honoursprogramma van Hogeschool Leiden is een driejarig programma dat talenten van verschillende opleidingen bovenop hun reguliere studie kunnen volgen. Dit speciale interdisciplinaire programma heeft eind 2014 een samenwerking gesloten met twee opleidingsinstituten in Singapore. De samenwerking is gebaseerd op een tweezijdige uitwisseling van studenten. Het doel van deze samenwerking is om studenten van beide landen te laten werken aan wereldproblemen die nu zijn te voorzien en vooral zijn gericht op de toenemende verstedelijking in de wereld. Daarnaast is de internationale gelijkwaardige samenwerking bedoeld om inzicht te krijgen welke onderwerpen van belang zijn om in het curriculum op te nemen. Voordat de samenwerking volop vorm kan krijgen, zijn er twee proeven geweest.

Eind februari was het zover. De eerste groep van vijf Nederlandse studenten vertrok naar Singapore om daar in één week tijd met vijf Singaporese studenten samen te werken. Hun opdracht was nog geheel onbekend voor ze. “Geheim”, zeiden we. Pas op de maandagochtend waarop ze samen aan hun klus begonnen werd de opdracht duidelijk: “How can Singaporean elderly in 2020 use a social context to cope to be independent?” Daar zit je dan, met z’n tienen om  de tafel met een wereldvraagstuk voor je neus en slechts een week om er een jeugdig perspectief op los te laten. En dat niet alleen. Er was ook nog een aantal excursies die met het onderwerp te maken had geregeld.
lions2Daarnaast was er ook een rolstoelentocht georganiseerd. Heel mooi was te zien dat dit niet alleen voor teambuilding in zo’n week zorgde. Maar hier was de creativiteit van de groep op een prachtige manier waarneembaar. Ze bedachten dat niet alleen het vertrouwen een rol speelt, maar ook communicatie. Veel Singaporese ouderen spreken niet of nauwelijks Engels, terwijl de jongeren voornamelijk, de officiële taal, Engels spreken. De studenten spraken af dat ieder de eigen taal (of een dialect) zouden spreken. Zo konden de studenten uit Singapore het Nederlands niet verstaan. Er werd van alles bedacht en uitgeprobeerd om in en achter de rolstoel met elkaar te communiceren.

De eindoplossing was eveneens een fris jeugdig perspectief: laten we de ongebruikte faciliteiten die er voor ouderen zijn een nieuw fris leven inblazen en allerlei activiteiten ontplooien die sociaal zijn en die er ook voor zorgen dat ouderen vitaal en weerbaar blijven. En die vooral ook gewoon leuk zijn voor ouderen. Hun presentatie “Do not leave anyone behind” werd afgesloten met het overhandigen van een certificaat uit handen van de Innovatie Attaché van de Nederlandse Ambassade in Singapore!

lions5In de laatste week van maart was de tweede groep aan de beurt. Een groep van drie studenten uit Singapore kwam eerst naar Nederland om hun uitdaging samen met vijf Nederlandse studenten aan te gaan. De week erop gingen de acht studenten gezamenlijk in Singapore verder met de opdracht die zij hadden gekregen: “How can the Floriade 2022 work together with Singapore’s Gardens by the Bay, in respect to Feeding the City?” Ook al zo’n uitdaging die je niet zo maar oplost. Dit team van acht meiden slaagde er in om door te gaan, door te gaan en door te gaan en maakte er ook een interessant succes van.
lions4Na een aantal inspirerende excursies (waaronder een workshop ‘The Science of Cooking’ en een bezoek aan TNO met ‘3D Printing of Food’) en diverse etentjes kwam er ook hier een oplossing uit die de komende jaren stap voor stap geïmplementeerd en uitgebreid kan worden.
Hun oplossingsrichting heet “Taste the Future”: een ruimte waarin bezoekers kunnen ervaren hoe voedsel in de toekomst wordt verbouwd en waarin bezoekers ook van alles kunnen proeven en ervaren. Ook deze studenten kregen, terecht, voor hun enorme inspanningen een mooi certificaat. En ze namen nog iets extra’s mee naar huis: een overzeese vriendschap voor het leven!

lions3De twee uitdagingen zijn geslaagd. Er is dus genoeg reden om de samenwerkingen voort te zetten en uit te breiden. Half juni brengen de twee groepen hun advies uit over hun perspectief op verdere voortzetting van de samenwerkingen. Ook hier hopen we dat het een mooie combinatie wordt van inhoud en creativiteit.

tomsmeets

 Hans Stavleu
Lector City Based Learning & Lions Exchange

 Tom Smeets, docent Lions Exchange

 

Tom Smeets, docent Lions Exchange

Dit bericht werd geplaatst op door .