Auteursarchief: Redactie

Creativity by proxy (1)

N.a.v. artikel Guardian 15 januari 2018

Creatief denken is het bedenken van nieuwe en nuttige dingen door combinaties te maken van dingen die al bestaan en vaak op het eerste gezicht misschien niet zoveel met elkaar te maken lijken te hebben. 9 van de 10 definities van creatief denken die je in de onderzoeksliteratuur leest, komen daarop neer. En daar houd ik mij aan. Denk aan een kam en een mes, combineer ze in gedachten, klei er even mee, en je hebt een broodsnijmachine bedacht!

Iedereen heeft zo zijn eigen – eigenaardige – manieren om creatieve ideeën te bedenken – mentaal te kleien: husselen met losse woorden, afbeeldingen combineren of min of meer onbewust gedachten en herinneringen met elkaar verbinden. Bijvoorbeeld onder de douche of tijdens een boswandeling. En opeens… pats! boem!… een goed idee!

De manier, de wijze van handelen, mag van mens tot mens verschillen, maar wat er in het ene brein of het andere plaats vindt tijdens dit denkproces verschilt niet veel van elkaar. Onderzoek van Roger Beaty (Harvard University) et al. laat zien dat er steeds weer dezelfde hersengebieden bij betrokken zijn of dat nu bij jou is of bij mij. Wel kan het zo zijn dat bij jou bepaalde van die gebieden meer actief zijn of meer met interactie met elkaar hebben dan bij mij, of andersom. Het lijkt zo mogelijk dat aan de hand van geregistreerde hersenactiviteit kan worden voorspeld of iemand meer of minder in staat is om flexibel en origineel te denken; om creatieve ideeën te krijgen. (Beaty, 2017a, 2017b; Sample, 2018)

Proefpersonen werd gevraagd om originele dingen te bedenken terwijl hun hersenen werden gescand en de activiteit van zenuwverbindingen werd geregistreerd. Bedenk het meest originele gebruik voor het voorwerp dat je zo direct even te zien krijgt, werd aan de deelnemers gevraagd. De ideeën werden door een jury beoordeeld op originaliteit.

Hoe moeilijk is het niet om originele dingen te bedenken. Waar kun je een sok allemaal wel niet voor gebruiken? Om aan je voet te doen, ja natuurlijk. Maar wat nog meer? Verder dan een vuistschoen of een ploertendoder komen we vaak niet. En dat zijn eigenlijk geen originele ideeën, maar dingen die we al eens eerder bedacht of gezien hebben. Een koffiefilter of een klein boodschappentasje is dan alweer meer origineel. Voor mij in ieder geval.

In de groep deelnemers die met de meest originele ideeën kwamen, zagen de onderzoekers telkens sterke activiteit in en actieve verbindingen tussen drie hersengebieden t.w. het default mode-netwerk, het executive control-netwerk en het salience-netwerk.

  •  Het default-netwerk is vooral actief in een toestand van rust, waarin je niet op gebeurtenissen inde buitenwereld bent gericht.
  • Het executive control-netwerk is vooral actief bij het ‘hogere orde denken’ zoals plannen, afwegingen maken en beslissingen nemen.
  • Het salience-netwerk wordt vooral geactiveerd door opvallende gebeurtenissen in de omgeving en beslist waar onze aandacht naar toe gaat. (Wikipedia, 2018).

De eerste twee, het default- en het executive control-netwerk lijken antagonist van elkaar te zijn. Als de een actief is wordt de ander gedempt. De hersenscans die tijdens het onderzoek gemaakt zijn laten zien dat de proefpersonen die als meer creatief uit de bus kwamen (meer verschillende en meer originele toepassingen voor een sok konden bedenken) beter in staat zijn om beide netwerken tegelijkertijd ‘in de lucht te houden’; cognitief jongleren.

Hoe werkt dat dan bij het krijgen van creatieve ideeën?

Het default-netwerk stelt ons in staat om ‘ongestoord’ door ons geheugen te banjeren, lukraak herinneringen op te halen en door die te combineren gedachten te vormen: we noemen het dagdromen of ‘monkey-brain’. Het activeert – zoals we in de definitie van creatief denken hierboven zijn tegengekomen – gedachten aan ‘dingen die op het eerste gezicht misschien niet zoveel met elkaar te maken lijken te hebben’.

Het executive control-netwerk wordt actief om die vreemde nieuwe gedachten eens het vuur aan de schenen te leggen: Kan ik er wat mee? Wat heb ik er voor nodig? Moeten we er meteen wat mee doen of kan het wachten? In onze definitie van creatief denken: ‘nuttige dingen’ weten te herkennen.

Het salience-netwerk lijkt hierbij te helpen door deze vreemde gedachte-combinaties samen te brengen met bestaande zaken in ons geheugen. Dingen waar ‘we mee bezig zijn’. Het maakt als het ware uit of dingen opvallen of niet.

Zo worden ‘nuttige gedachten’ als zodanig herkend en krijgen vorm. In een volgende bijdrage komen een paar creatieve denkstrategieën aan bod die dit neurale cognitieve mechanisme als het ware naspelen: “creativity by proxy”

David

Tekst

Tekst

Tekst

Sample, I. (2018) Creative thought has a pattern of its own, brain activity scans reveal. In The Guardian. Gevonden op 7 sep. 2018 op: https://www.theguardian.com/science/2018/jan/15/creative-thought-has-a-pattern-of-its-own-brain-activity-scans-reveal

Beaty, R.E. et al. (2017a). Robust prediction ofindividual creative ability from brain functional connectivity. Gevonden op 7 sep. 2018 op: http://www.pnas.org/content/115/5/1087

Beaty, R.E. et al. (2017b). Default and Executive Network Coupling Supports Creative Idea Production. Gevonden op 7sep. 2018 op: https://www.nature.com/articles/srep10964

Wikipeadia(2018). Salience network, default mode network en executive functions. Gevonden op 7 sep. 2018 op resp.  https://en.wikipedia.org/wiki/Salience_network; https://en.wikipedia.org/wiki/Default_mode_network;

https://en.wikipedia.org/wiki/Executive_functions.
Dit bericht werd geplaatst op door .

Briljant idee of bij voorbaat mislukt?

Onlangs hoorde ik op NPO Radio1 een presentator aan iemand vragen: ‘Is dit nu een briljant idee of een gelopen race?’ Waar de vraag op sloeg ben ik vergeten maar de opmerking is me bijgebleven omdat ik als eerste reactie had: sinds wanneer kunnen of mogen briljante ideeën niet meer mislukken?!

Briljante ideeën die mislukken zijn niet zeldzaam en dat ligt meestal niet aan het idee als wel aan wat de mensen van het idee vinden of wat ze ermee doen. Ik gebruik als voorbeeld vaak Vincent van Gogh, briljant en vernieuwend schilder, die in zijn tijd echter niet begrepen en geaccepteerd werd. Daar moesten nog decennia overheen. Hij heeft het niet mogen meemaken. Hij was zijn tijd vooruit.

In het boek ‘Creatieve Stromingen’ schrijft René Hartman over de grens tussen ideeën die wel geaccepteerd worden en welke niet; in het hoofdstuk ‘Innovatie op z’n best: Most advanced, yet acceptable’.

Voor mij, als ingenieur industrieel ontwerpen, is innovatie direct gekoppeld aan creatief denken. Innovatie kan niet zonder creativiteit. Ik verwoord het graag zo: creativiteit is de buitenboordmotor voor innovatie! Veel voorbeelden in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit de wereld van productinnovatie. Toch is veel van deze ervaring bruikbaar in andere sectoren. Waar je in dit hoofdstuk ‘product’ leest, mag je dat ook vervangen door ‘dienst’, ‘werkwijze’, etc.

Je leest het hele artikel hier (pdf).

David

Dit bericht werd geplaatst op door .

Visialiseren

Creativiteit betekent voor mij vooral loskomen van vaste patronen, om zo op nieuwe paden te komen. Vaste patronen (gedachten, maar ook handelen) slijten er al gauw in. Dat komt omdat ons brein er nu eenmaal van houdt om zo energiezuinig mogelijk informatie te transporteren. Het eenmaal aangelegde netwerk wordt dus constant gebruikt. Patronen slijten in en het denken en handelen gaan door die stramienen dan ook steeds sneller. Geweldig. Maar dit heeft zeker ook een keerzijde. De keerzijde van niet meer zien dat het ook anders kan. Blind worden voor de andere manier, andere mogelijkheden.

Creativiteit zorgt dus voor een paradigma-verschuiving.

Ik visualiseer graag informatie en ik merk steeds vaker dat dat iets doet met mensen. Men vindt het aantrekkelijk, en men realiseert zich dat informatie ‘anders’ binnenkomt en daardoor als het ware verfrissend werkt. Het is nieuw.

Daar komt bij dat visualisaties, beelden, sowieso al erg krachtig zijn. Totaal anders dan lappen tekst die verwerkt moeten worden.

Voor schoolteams visualiseer ik hun onderwijs-visie. Ik noem dat ‘visialiseren’. De visie verbeeld, gebruikmakend van een pakkende metafoor. Weergegeven op minimaal A3-formaat. Het effect ervan is vooral dat de eigen visie veel betekenisvoller wordt. Meer gaat leven en door meer mensen gedragen wordt. Men wordt ook veel kritischer op de boodschap en vaak binnen een paar maanden moet de visual al aangescherpt worden, om de boodschap nog duidelijker te laten zijn.

Bekijk hier een voorbeeld (red.)

Door het visialiseren (en het proces voorafgaand) wordt afgeweken van de bekende aanpak. Dat betekent dat men vaak ook tot nieuwe, andere inzichten komt. Logisch, want door de paradigma-verschuiving is men losgekomen van de bestaande denkpatronen.

Mijn stelling is (en daar wil ik mij binnen Creatief Denken in Onderwijs ook op richten): Willen we creativiteit nadrukkelijker in ons onderwijs een plek geven, dan zullen schoolteams zelf ook een creatieve impuls toe moeten laten binnen hun eigen werk. Door op een andere manier hun eigen onderwijsvisie onder de loep te nemen en weer te geven, wordt daarin een stap gezet.

Ed van Uden

Dit bericht werd geplaatst op door .

Microverhalen

Ga eens naar de website microverhalen.nl  Wat je daar vindt zijn verhalen van 150 of minder woorden, geschreven door… tja, door wie er maar zin in heeft. Schrijf je in als verhalenverteller, zoek een afbeelding uit en schrijven maar. Hoe het precies werkt en vooral wat je ermee zou kunnen doen met, voor en door jou en je leerlingen, dat lees je in de onderstaande microverhalen, geschreven door de initiatiefnemer van microverhalen.nl: Hans Stavleu.

De docent

Henk is al jaren docent Nederlands op zijn scholengemeenschap. Hij is gek op taal. Allerlei genres verslindt hij. Klassieke en moderne literatuur, stripboeken, poëzie en essays, alles dat publiek toegankelijk is, leest hij en geniet er met volle teugen van.

Het werd tijd voor een volgende stap: ook de woorden, zinnen, alinea’s en verhalen van zijn leerlingen moesten eigenlijk publiek toegankelijk worden. Het zouden geen standaard opstellen moeten zijn, maar ultrakorte verhalen, microverhalen, flash fiction. Verhalen die je binnen een minuut kunt lezen en die emoties, ervaringen en gedachten weergeven.

Na wat gekibbel met de directie lukt het hem een aparte pagina op de website van de scholengemeenschap te krijgen met microverhalen van zijn leerlingen.

Het resultaat is verrassender dan hij ooit had gedacht. Leerlingen schrijven en publiceren ook uit zichzelf. Vrienden, kennissen en familie lezen de microverhalen en geven reacties op de website.

Henk werd docent van het jaar.

De leerling

Het initiatief om leerlingen aan de hand van microverhalen hun perspectief op leren en op de wereld te geven breidde zich langzaam uit naar andere vakken. Zo publiceerde Daniël zijn ervaringen met een van zijn Natuurkunde-opdrachten.

‘Weer zit ik thuis te puzzelen hoe ik die praktijkopdracht kan uitvoeren. Het lukt me maar niet om een goede methode te vinden om de golflengte van het geluid dat een orgelpijp produceert te bepalen.
Samen met mijn oom die nogal handig is, heb ik een mooie opstelling gemaakt met een koperen buis met aan een kant een luidsprekertje en aan de andere kant een kleine microfoon. We koppelden ze aan de computer en konden zo een geluidsdiagram op het scherm krijgen. Met formules en het nodige rekenwerk bepaalden we de golflengte van het geluid.
Hoe ik dat met een echte orgelpijp moet doen weet ik niet, maar ik weet nu alles over geluid.’

De school

Zoals elke woensdagochtend komt Jesper als eerste op de project-werkplaats. Binnen enkele minuten stapt Melina eveneens het atelier binnen. Sinds de start van het project, zo’n drie maanden geleden, kunnen ze het uitstekend met elkaar vinden. Melina trekt haar hoofddoekje recht, glimlacht en zegt “Goedemorgen Jespertje”. Jesper moet daar steeds om lachen, hij vindt het wel lief van haar dat ze een verkleinwoord gebruikt. “Goedemorgen Melinaatje,” zegt hij glimlachend.

Het is een forse uitdaging om met een groep leerlingen groenten en kruiden in de kelder van de supermarkt te laten groeien op basis van licht en voedingsrijke damp: aeroponics. Maar zoals Melina vaak zegt “Het besef voor voedsel in de toekomst geeft ons veel energie om dit te doen.”

Jesper veegt zijn hand voorzichtig door de eerste plantjes tijm, oregano en basilicum. Hij brengt zijn hand naar haar gezicht. “De geur van onze toekomst, Melinaatje,” zegt hij op verliefde toon.

Hans Stavleu
Toekomstverkenner onderwijs en
eigenaar van microverhalen.nl

Dit bericht werd geplaatst op door .

Joni heeft wiebelbenen

Joni heeft wiebelbenen. Hij is zes jaar oud en zit op tekenles. Tijdens de uitleg loopt hij het liefst een rondje door het lokaal. Het is moeilijk om op te letten in een atelier vol mooie spullen en leuke verstopplekken. En als je door de ramen naar buiten kijkt is daar ook van alles te zien! Joni is nu bijna drie jaar in Nederland, maar de taal leren gaat nog niet zo goed. Klokkijken al wel.

De les gaat over wolkenkrabbers en wereldsteden. We tekenen op langwerpig papier grote flats en alles wat daarin te zien is. Als een flat af is mag je hem uitknippen, alle flats van alle kinderen vormen samen een wereldstad. De stiften liggen in verschillende bakjes verspreid over de tafels. Dat is handig want dan mag je wandelen om de juiste stift te vinden. Joni heeft al drie flats gemaakt, om de minuut weer op zoek naar een andere stift.

Dan wordt het plots rustig in het lokaal. Er wordt niet meer gelopen. Flat vier wordt, anders dan de andere flats, helemaal ingekleurd en krijgt een apart hoekje. Een trotse juf komt kijken en vraagt Joni naar zijn laatste flat. Joni zegt op mysterieuze toon: “Geen flat juf, …ZWAARD!”.

Samen knippen ze het zwaard uit en verstevigen het. Joni danst door het lokaal en vecht tegen onzichtbare monsters. De andere kinderen kijken vol verwondering. Geïnspireerd door Joni’s vondst worden er nog een aantal flat-zwaarden gemaakt. Binnen een mum van tijd staat de halve klas te zwaardvechten. Joni komt bij de juf staan en wijst naar de klok. “Hoeveel minuutjes nog juf?”.

Femke


Dit bericht werd geplaatst op door .

Let’s meet!

Geen betere manier om kennis te maken met creatief denken en het verder ontwikkelen ervan dan tijdens een ontmoeting. Een workshop of een lezing tijdens studiebijeenkomst of onderwijscongres zijn momenten bij uitstek voor een creatieve workout.

Creativiteit en creatief denken in het onderwijs

Creativiteit is een unieke eigenschap van de mens. Kijk om je heen, alles wat verzonnen en gemaakt is vindt zijn oorsprong in het menselijk brein. Dat geldt niet alleen voor kunstzinnige uitingen, creativiteit vind je terug in alle domeinen waarin de mens actief is. Niet alleen in kunst en cultuur, maar ook in technologie en wetenschap, in landbouw, logistiek en zorg. Met deze brede vakoverstijgende kijk op creativiteit krijgt de ontwikkeling van creativiteit – creatief denken – meerwaarde over de volle breedte van het onderwijscurriculum.

Workshops, lezingen – aanbod 2018-2019

Het workshopaanbod van C.D.O. is vernieuwd en aangescherpt op basis van feedback van workshopdeelnemers van de afgelopen jaren. De workshops spitsen zich nu vooral toe op het ‘hoe’ van creatief denken in onderwijs. Een compacte en toegankelijke wetenschappelijke onderbouwing geeft de ruimte om volop daadwerkelijk met creatieve denkvaardigheden kennis te maken en ermee aan de slag te gaan. Veel doen en gedachten uitwisselen.

Doelgroep
De workshops zijn vooral bedoeld voor leraren, leraren in opleiding, schoolleiders, cultuurcoördinatoren, intern begeleiders, plusklas begeleiders en onderwijsadviseurs in het PO, en docenten in de onderbouw van het VO.
Maar er zijn ook mogelijkheden om in overleg workshops voor MBO- en HBO- studenten en/of docenten aan te bieden.

Stamtafel ‘Creativiteit’
Het nieuwe aanbod is aangevuld met de mogelijkheid om in klein gezelschap te discussiëren en ervaringen uit te wisselen m.b.t. creatief denken in de onderwijspraktijk. Meer nieuws volgt via de websites van Vindingrijk en Creatief Denken in Onderwijs.

Verbaas mij!
Samen met kunstenares en docente beeldende vorming Femke van Os ontwikkelt C.D.O. een activiteiten reeks rondom verbazing. Momenten van verbazing stimuleren creatief denken. Breng een gezonde hoeveelheid verbazing en reuring in de klas en school!

Download het aanbod hier.

Interesse? Vragen? Stuur een bericht!

Tot snel!
David

Dit bericht werd geplaatst op door .

Meetup035 -Creatief denken bestaat niet

Wat krijg je als je een kangoeroe en een broodrooster combineert?
En waar moet jij aan denken bij een Wuppie?

Dit zijn een paar vragen waar David leraren, vanuit verschillende sectoren, over liet nadenken tijdens zijn keynote bij Meetup035. Het thema van de avond was creativiteit met hart, hoofd en handen. David zijn lezing ging over creatief denken, wat volgens hem eigenlijk niet bestaat. Iedereen denkt gewoon door het leggen van associaties. En wanneer je die combineert kan je tot verrassende inzichten en ideeën komen: creatieve ideeën door gewoon na te denken.

Wat kan het onderwijs daar dan mee? Hoe kunnen we leerlingen stimuleren om tot die ideeën te komen?

Leraren kunnen deze manier van denken bewust stimuleren en vaak, zodat je het jezelf en de leerlingen eigen kan maken.

Het toepassen juist bij andere vakken dan de creatieve zorgt ervoor dat leerlingen ook hier hun creativiteit blijven ontwikkelen.

Tot slot gaf David ons nog het volgende mee om over na te denken:

  • Creativiteit: niet ‘waarom’ maar ‘hoe’?
  • Breng kennis en creativiteit in balans
  • Creatief denken is niet ‘iets erbij’

Meer over weten? Nodig David uit.

We danken David voor zijn inzet en kijken terug op een mooie avond!

Renske Hoving
Initiatiefnemer Meetup035, ambassadeur Onderwijscoöperatie, deelnemer Leraren Ontwikkel Fonds, leerkracht PO

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creatief vermogen binnen wereldoriëntatie

Projectmatig werken binnen wereldoriëntatie  

Het creatief vermogen vergroten

In mijn klas zie ik leerlingen die mee willen gaan met hun tijd. Ze vinden het belangrijk om mee te denken over maatschappelijke kwesties en zijn nieuwsgierig naar de wereld om hen heen. Binnen de vakken taal, rekenen en wereldoriëntatie worden andere vaardigheden steeds belangrijker. Steeds vaker vliegt de term ‘21e eeuwse vaardigheden’ ons om de oren. Op basisschool De Biezen willen wij deze 21e eeuwse vaardigheden implementeren, beginnend bij een van onze kernwaarden: creatief denken en handelen. Maar hoe kan een leerkracht het creatief vermogen in de klas vergroten binnen een vak als wereldoriëntatie?

De 21e eeuwse vaardigheden worden in de literatuur zowel als vaardigheden en competenties omschreven. Beide zijn vakoverstijgend en persoonsgebonden. De vaardigheden creëren, kritisch denken, probleemoplossend vermogen en samenwerken gaan vaak samen met creatief denken. De scholen die hiermee werken doen dit vaak in projectvorm waarin met vakoverstijgende methodes wordt gewerkt (Thijs, Fisser & Van der Hoeven, 2010)

21e eeuwse vaardigheden (Thijs, Fisser & Van der Hoeven, 2010)

Wat is creatief vermogen?

Het creatief vermogen is de overkoepelende term voor creatief denken en handelen. Vaak denkt men dat dit vermogen alleen ontwikkeld wordt bij vakken als handvaardigheid en tekenen, echter kan dit vermogen ook vergroot worden in andere vakken. De scholen die hiermee werken doen dit vaak in projectvorm, waarin met vakoverstijgende methodes wordt gewerkt (Thijs et al., 2014). Om creatief vermogen te ontwikkelen moet er gezorgd worden dat de leerlingen intrinsiek en extrinsiek gemotiveerd zijn. De leerkracht moet de leerlingen coachen en faciliteren tijdens het creatief (denk)proces. Om deze reden is besloten om met een project te starten binnen wereldoriëntatie, waarin wij vooraf en achteraf het creatief vermogen meten.

Hoe meet je creatief vermogen?

Er is gekeken naar drie testen om het creatief vermogen te meten. Deze zijn onderzocht en vervolgens is bekeken welke test zou kunnen worden afgenomen in groep 7/8. TNO heeft in opdracht van het ministerie van OCW een meetinstrument ontwikkeld waarmee de mate van creativiteit bij leerlingen vastgesteld kan worden. De test van TNO meet competenties van creatief vermogen:

  • Nieuwsgierig,
  • Vindingrijk,
  • Volhardend,
  • Anders durven zijn,
  • Interacterend met anderen,
  • Output gericht,
  • Trots op je werk.

Daarnaast meet de test ook de omgevingsfactoren op school: richting, ruimte en ruggesteun.

De leerlingen scoorden bij de startmeting al erg hoog op de test, waardoor verwacht kon worden dat het creatief vermogen niet significant zou gaan toenemen tijdens de innovatie. Maar hoe geef je zo’n innovatie vorm?

De innovatie

Om het creatief vermogen van de leerlingen uit mijn klas te vergroten heb ik de creatieve (denk)modellen, Bloom’s taxonomie en projectwerk naast elkaar gelegd en mijn innovatie daarop gebaseerd (tabel 1). Uit een eerdere literatuurstudie kwam naar voren dat er vaak thematisch, vakoverstijgend en met projectwerk gewerkt wordt om het creatief vermogen te vergroten. Ik heb gekozen om met een actueel thema te gaan werken, waar de interesse van de leerlingen snel mee gepakt kon worden, ‘De Verkiezingen’.

Tabel 1: fases projectwerk Laevers et al. (2004) en overeenkomsten met het creatief (denk)model (Wallas, 1926; Sawyer, 2011; SLO Nationaal Expertisecentrum voor Leerplanontwikkeling, 2015; Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling SLO).

Het project over de verkiezingen

Aan de hand van het projectwerk van Laevers et al. (2004) heb ik het project vormgegeven. Gedurende twee weken hebben de leerlingen vol enthousiasme gewerkt aan het project over de verkiezingen. Allereerst hebben zij kennis opgedaan over bestaande politieke partijen en deze gepresenteerd aan de groep. De leerlingen gaven elkaar voor deze presentatie tips en tops. Vervolgens hebben de leerlingen in groepen nagedacht over wat zij zouden willen veranderen of verbeteren op school. Daarna hebben de leerlingen hun eigen partij opgericht. In hun partijprogramma kwamen hun verbeter –en veranderpunten terug. Vervolgens hebben ze een betoog geschreven en heeft de lijsttrekker deze gehouden voor de groepen 6 ,7 ,7/8 en 8. De leerlingen van deze groepen mochten stemmen op de partij van hun keuze. De partij die zou winnen mocht in gesprek met de directrice over hun verbeterplannen voor de school. De leerlingen werden formatief beoordeeld op het creatieve proces en het creatieve product.

Tips voor in de praktijk:

  1. Geef de les vorm via het creatieve (denk)model, Bloom’s Taxonomie of projectwerk.
  2. Werk vakoverstijgend.
  3. Wees een coach.
  4. Gebruik een onderwerp wat in de belevingswereld van de leerlingen ligt of een actueel thema.
  5. Neem minstens drie of vier weken de tijd voor een project.
  6. Geef instructie over hoe je kunt samenwerken.

Waardevol

Kijkend naar het verschil tussen de voor –en nameting is te zien dat er geen statistisch significante toename was in het creatief vermogen. Op basis van de evaluatie met de leerlingen kwam naar voren dat ze op het gebied van samenwerken veel geleerd hebben. Ze vinden projectmatig werken leuk, geven aan meer te leren en ervaren meer plezier in het werken met de leerstof. Hieruit kan je concluderen dat projectmatig werken binnen de vakken van wereldoriëntatie, het creatief vermogen van de leerlingen heeft gestimuleerd. Na het project ben ik met de hele klas naar de stembus geweest om te gaan stemmen. Dit was zeer waardevol. In de toekomst gaan wij als school ook zeker verder om wereldoriëntatie thematisch aan te gaan bieden. Wel raden wij aan om genoeg tijd te nemen, bestaande projecten of vakoverstijgende methodes te gebruiken, leerkrachten te begeleiden in hun rol als coach en instructie op samenwerken te geven. Wij hebben op school de smaak te pakken. Jullie ook?

 

Irene van den Hoogenband
Leerkracht groep 8 en schoolopleider bij stichting KPOA
Student master Leren en Innoveren

 

 

Download dit artikel in pdf formaat hier >  Artikel creatief vermogen

 Literatuurlijst

Laevers, F., Heylen, L., Daniels, D., Herbots, E., Van Keer, F., & Wijnen, M. T. (2004). Ervaringsgericht werken met 6- tot 12-jarigen in het basisonderwijs. Leuven, België: CEGO Publishers.

Sawyer, R. K. (2011). Explaining Creativity: The Science of Human Innovation. New York, NY: Oxford University Press

SLO Nationaal Expertisecentrum voor Leerplanontwikkeling. (2015). Voorbeeld Leerplankalender. Geraadpleegd op 2 oktober 2016, van http://curriculumvandetoekomst.slo.nl: http://curriculumvandetoekomst.slo.nl/21e-eeuwse-vaardigheden/creatief-denken-en-handelen/voorbeeldmatig-leerplankader

SLO Nationaal Expertisecentrum voor Leerplanontwikkeling. (z.j.). Blooming lessen. Geraadpleegd op 9 oktober 2016, van https://talentstimuleren.nl: https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/rijke-leeractiviteiten/bloom/blooming-lessen

Thijs, A., Fisser,P. & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO

Wallas, G. (1926). Thr art of thought..

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

BRIL.brussels = CREATIEVE BLIK OP KLAS & STAD

“Hoe geraak jij zonder file tot in de school?”, “bedenk een stoel waardoor elke leerling blijft zitten”, “Waar en hoe plaats jij een extra school in de overvolle stad?”… Dit zijn maar enkele voorbeelden uit het traject BRIL.brussels; een online creatief denktraject voor leraren in en rond de Belgische hoofdstad.

BRIL.brussels is een initiatief vanuit het Kenniscentrum Urban Coaching & Education van de Erasmushogeschool Brussel en wordt mee gefinancierd door de Vlaamse Overheid.

Het kenniscentrum gelooft dat creatief denken wel eens dé survival-tool kan zijn voor de leraar in het grootstedelijk onderwijs; een onderwijs met vele troeven, maar ook met vele bochten. Het Brussels onderwijs vereist hierdoor – zoals in elke hoofdstad – een flexibele, creatieve oplossingsgerichte mindset.

Dat deze grootstedelijke uitdagingen geen evidentie zijn voor leraren die meestal in de Vlaamse rand rond Brussel wonen, blijkt uit het grote verloop. Na enkele jaren kiest immers een groot deel van de leraren voor een job in een Vlaamse school buiten de hoofdstad van België.

Daarom wil het project BRIL.brussels de geest van leraren (in spé) in een verfrissende stand brengen; kietelen en eenvoudige, creatieve denkpistes aanreiken waardoor het onderwijs en de hoofdstad vanuit diverse, verrassende perspectieven kan gezien worden.

Een laagdrempelig, online traject is de eerste tool die BRIL.brussels heeft uitgewerkt : door middel van 12 bril-brieven en evenveel vragen over klas & stad, wordt de leraar (in spé) uitgedaagd een creatief idee te spuien op de website. H/zij wordt hierbij geholpen door tips & tricks; waaronder technieken zoals de divergentiematrix, voorbeelden uit Brussel en ook ‘eenvoudige brillen’ waardoor je de vraag en de werkelijkheid ‘anders’ kan bekijken.

De creatieve hersenactiviteit die de leraar hierbij ontwikkelt en gebruikt, maakt hem creatief, adaptief, tolerant en geeft hem vertrouwen; vertrouwen in zichzelf als mens en leraar, maar ook in de leerlingen en de bredere context.

Het project startte in oktober 2016 en vandaag hebben 180 leraren en leraren in spé zich ingeschreven. Inschrijven kan op elk moment, maar in april zal de eerste lichting deelnemers het traject volledig doorlopen hebben. Aan de hand van hun feedback wordt de online omgeving bijgesteld. Tussentijds werden reeds ‘levels’ toegevoegd, waardoor men kan groeien van ‘creatieve benjamin’ tot ‘creatief natuurtalent’? Dit doet men door creatieve ideeën te spuien en de ideeën van anderen te liken.

Maar BRIL.brussels is ook voor niet-Belgen interessant om te doen.
Bekijk het als een creatieve denk-trip naar Brussel vanuit je Nederlandse stoel.
Surf naar WWW.BRIL.BRUSSELS en schrijf je in.

Griet Deknopper
Kenniscentrum Urban Coaching & Creative Education
Erasmushogeschool Brussel – dep. EDU

Dit bericht werd geplaatst op door .

Make creativity great again!

Ik ben nu 26 jaar en werk al een aantal jaren in het technische onderwijs. De laatste tijd zie ik een verandering bij het bedrijfsleven en hierdoor ook bij onze school. Er worden op het Graafschap College studies ontwikkeld met de naam ‘Smart building’ en ‘Smart industrie’. Technologie ontwikkeld zich razend snel. De afgelopen jaren is er door de komst van het internet, de computer en daarna de smartphone veel veranderd.

Robots vervangen steeds vaker de banen van mensen. Door deze veranderingen worden er ook veranderingen verwacht van ons als mensen. In onderwijsland wordt al een lange tijd gezegd dat we studenten moeten opleiden voor de toekomst. Er wordt gesproken over 21-eeuwse vaardigheden. Het kennisnet heeft hier een nieuw model voor ontwikkeld. Een belangrijk onderdeel van deze 21-eeuwse vaardigheden zijn ‘creatief denken’ en ‘probleem oplossen’. Vaardigheden zijn al veel belangrijker geworden dan parate kennis. Voor mij is het creatief denken een belangrijke vaardigheid. Hoe ga je je straks nog onderscheiden van een robot? Deze kan toch alles veel sneller! Hij zeurt nooit, werkt 24 uur per dag en kost op den duur minder geld dan een werknemer. Ik denk dat je je kunt onderscheiden van de robot door dingen te doen waar een robot op dit moment nog niet voor gemaakt is, namelijk zelf nadenken. Een robot wordt geprogrammeerd en volgt zijn programma, hier zal hij niet vanaf wijken. Als mens kun je dit juist wel doen!

Om mee te gaan in de maatschappij die zich razendsnel ontwikkeld ben ik van mening dat je je juist moet kunnen onderscheiden. Wanneer je creatief kunt denken kun je juist andere associaties maken als die voor de hand liggen. Is het niet vreemd dat kleuters creatiever zijn dan volwassen mensen? Kleuters kunnen makkelijker buiten de kaders denken dan volwassenen. Ken Robinson is al een lange tijd bezig om creativiteit belangrijker te maken in het onderwijs. Wij leren in de huidige maatschappij creativiteit juist af! Door onze regels en structuren zijn we gewend om alles binnen deze structuren te doen. Als ontwerper, docent en als persoon is mijn ontwerpvraag daarom dan ook: Hoe kan ik een methode of tool ontwikkelen dat de MBO-student motiveert om meerdere ideeën te gaan ontwikkelen.

Tijdens mijn studie industrieel product ontwerp (IPO) werd ik al direct geduwd in het korset van ‘methodisch ontwerpen’. Dit is een lineair proces dat elke stap eerst afsluit voordat je naar de volgende stap gaat. In 2008 heb ik zelf een kaart gemaakt met de belangen in het ontwerpproces.

Deze kaart laat het methodisch ontwerpen zien met de belangen van mensen tijdens het ontwerpproces. Dit ontwerpproces zit lineair in elkaar en in het ontwerpproces worden ideeën en concepten getoetst aan de hand van een programma van eisen (PVE). Waar is hier de plek voor een uniek idee? Waar is de ruimte voor een bijzondere ingeving? Waar is de creativiteit? Aan deze zoektocht ben ik al een tijd geleden begonnen. In de herfstvakantie ben ik afgereisd naar Amerika om te kijken hoe ze hier met het ontwerpproces omgaan. Ik ben twee weken verbleven bij Cynthia Harrison. Zij is docente Graphic Deisgn aan het Casper College. Tijdens deze reis heb ik de overeenkomsten en de verschillen in kaart gebracht. Het is mij opgevallen dat er in Amerika veel tijd wordt besteed aan de keuze momenten en studenten elkaar ook feedback geven op elkaars ontwerpen. Deze resultaten heb ik vast gelegd in een poster.

Het Casper College werkt niet met projecten en studenten lopen geen stage. Hierdoor is er weinig creativiteit nodig bij de technische opleidingen. Studenten krijgen opdrachten die ze moeten uitvoeren. Dit systeem vind ik erg ouderwets. Het schoolsysteem dat wordt gehanteerd in Amerika zal in Nederland niet kunnen werken. De klassen zijn erg klein (maximaal 12 leerlingen) en elke leraar heeft zijn eigen lokaal en kantoor. Door de kleine klassen zie je dat de docenten veel meer persoonlijke aandacht aan de student kan geven.

Tijdens mijn verblijf in Amerika heb ik verschillende aspecten bevestigd gekregen, namelijk dat de drempel laag moet zijn om zonder weerstand verschillende concepten op te leveren. De leerlingen moeten zich in de klas veilig voelen en respect hebben voor elkaars opmerkingen hierdoor kunnen ze beter en eerlijker feedback aan elkaar geven. Door mijlpalen te zetten tijdens het ontwerpproces kunnen de leerlingen hier naar toe werken. Presentaties aan de gehele klas werkte op het Casper College erg goed. Doordat leerlingen hun ontwerp aan elkaar laten zien, willen ze ook allemaal ontwerpen opleveren van goede kwaliteit.

Om antwoord te vinden op mijn hoofdvraag (Hoe kan ik een methode/tool ontwikkelen die de MBO-student motiveert om meerdere ideeën te genereren?) heb ik deze in twee deelvragen opgedeeld:

  1. Hoe motiveer je een MBO-student?
  2. Hoe worden unieke ideeën ontwikkelt?

Om studenten gemotiveerder te maken voor de opdrachten die ze voor school moeten doen maak ik gebruik van de zelfdeterminatietheorie (deci en ryan 2000). Deze theorie beschrijft dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering en groei van een persoon toestaan. Deze basisbehoeften zijn verbondenheid, bekwaam voelen en het gevoel zelf de regie te hebben. Om meer verbondenheid te creëren in de school met de projecten van de studenten heb ik een wand gemaakt waar de studenten hun projecten visueel maken. Deze wand zorgt ervoor dat de studenten de projecten zichtbaar maken en niet alle informatie alleen maar op de computer laten staan.

Het internet beïnvloed ons dagelijkse leven. We veranderen van een kennismaatschappij naar een maatschappij waarin veel kennis kan worden opgezocht op internet. Om te ontdekken hoe unieke ideeën worden ontwikkeld heb ik een experiment gedaan met eerste jaars studenten ‘Industrieel Design’. Studenten hadden de opdracht om een vouwkruk te ontwerpen. Om niet direct op het internet te blijven hangen heb ik studenten de opdracht gegeven om een ‘spuugmodel’ te maken voor hun ontwerp. Ze hebben verschillende vouwsystemen gemaakt en ze zijn hier een les mee bezig geweest.

Aan het einde van de les heb ik de studenten gevraagd wat ze hieraan hadden gehad. Dit hebben ze verwoordt in 3 woorden per persoon. Wat mij het meeste opviel is dat een hoop studenten het ‘tijdsverdoening’ vonden, maar dat sommige studenten ook het gevoel hadden elkaar beter te leren kennen en dit terwijl leerlingen al bijna een schooljaar bij elkaar in de klas zaten. Een volgend experiment was het geven van een opdracht die minder strak is geformuleerd. Studenten moesten een instelbare bureaulamp ontwerpen die een 3d geprint onderdeel bevatte. Studenten die het lastig vonden om zelf een product te maken hebben een product gemaakt die in de buurt komt van een standaard bureaulamp. Hier was mijn doel om van kopiëren naar creëren te komen.

 

De verschillende creativiteitstechnieken heb ik geplaatst in een grafiek om zo te zien welke techniek voor mijn participanten goed werkt. De grafiek heeft 3 variabelen namelijk; patronen doorbreken, ideecreativiteit en de motivatie van de student. Uit deze grafiek blijkt dat het morfologisch overzicht de meeste ideecreativiteit en de meeste motivatie wekt.

Het morfologisch overzicht is een onderdeel geworden van een lessenserie ‘creatief denken’. Creativiteit is altijd al van belang geweest in onze maatschappij, maar vanwege de snelle technologische ontwikkelingen worden vaardigheden steeds belangrijker, zeker het ‘creatief denken’ en het ‘oplossen van problemen’. Na gesprekken met verschillende experts (Harold van Dartel, David van der KooijHilko van Idsinga, Dick Swaab en Nol Twigt) is deze lessenserie ‘creatief denken’ ontwikkeld. Het boek ‘Creativiteit Hoe? Zo!’ van Igor Byttebier is mijn leidraad geweest voor deze lessenserie. De lessenserie bestaat op dit moment uit 5 lessen:

Les 1         Bewustwording van patronen denken
Les 2/3    Groepsbrainstormsessie
Les 4         Uitwerken ideeën tot de oplossing
Les 5         Eindpresentaties

De ideeënmatrix is een deel geworden van de lessenserie. Deze ideeënmatrix is een bestaande matrix (morfologisch overzicht) die ik heb aangepast en visueel heb gemaakt. Expert Nol Twigt gebruikt het morfologisch overzicht in zijn eigen ontwerpmethode. Deze ideeënmatrix is een start van mijn eigen tool of methode die de MBO-student moet motiveren om meerdere ideeën te gaan genereren. De matrix maakt inzichtelijk welke oplossingen er allemaal zijn bedacht voor een essentiële functie. Deze oplossingen kun je met elkaar combineren om zo meerdere ideeën te ontwikkelen.

Om de matrix goed te kunnen gebruiken moet je de essentiële functies van het ontwerpprobleem zien te vinden. De matrix heeft mij het inzicht gegeven dat studenten makkelijk meerdere ideeën kunnen genereren, maar ze vinden het erg moeilijk om de essentiële functies van en een ontwerpprobleem te vinden. Ook vind ik dat er nog te weinig creativiteit wordt gebruikt om de matrix in te vullen. Er zal een herontwerp moeten komen…  Zal het dan toch lukken om creativiteit weer ‘great again’ te maken?

Louise Elferink
Teacher Industrial Design
Graafschap College

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .