Poeren en Loeren

rozijn1Van mezelf kan ik gerust zeggen dat ik een creatief brein tot mijn beschikking heb. En daarmee wil ik eigenlijk alleen maar zeggen: ik neig vaak de creatieve kant op. Daarmee wil ik nog niet zeggen dat ik voor alles een creatieve oplossing heb, of allerlei nieuwe creatieve verbindingen in mijn hoofd ook daadwerkelijk ga toepassen. 
Sterker nog… dat creatieve deel van me ligt momenteel behoorlijk op z’n gat.

De drukte en zorgen van alledag slokken momenteel een aanzienlijk deel van m’n tijd op. En ik weet als geen ander hoe dat de creativiteitsstroom blokkeert. Jazeker, er flitsen de hele dag fraaie spinsels door m’n hoofd, maar ik vind de rust niet om daar eens goed en relaxed naar te kijken. Er is zodoende een file ontstaan van mogelijkheden en ideeën. En ik, als gepassioneerd creativiste, weet me er even geen raad mee. Wat moet ik?

“Zie alles voor het eerst” lees ik in de Flow van januari.  Ik citeer een stukje: “Door alles wat we weten en vinden, zijn we nauwelijks meer in staat om ‘gewoon’ naar iets te kijken. Maar hoeveel mooier is het als je alles kunt bezien met de blik van een beginner? En dat je niet wordt gehinderd door: zo moet het, zo hoort het, zo heb ik het altijd gedaan.”

Misschien zie je niet direct de link met wat ik schrijf over mijn file. Wat me raakte is het woordje ‘moeten’. Ik vind het doorgaans zonde als een goed idee niet uitgevoerd kan worden door drukte of wat dan ook. En daar blijkt nou precies de bottleneck te zitten. Wie zegt dat het moet? Ik besefte me dat het razen en moeten van alledag inmiddels ook in mijn creativiteit aan het huishouden is. Daar is de file ontstaan.

Zie alles voor het eerst, door de ogen van een beginner. In mindfulness wordt dit de beginners-mind genoemd. 
Wanneer we situaties of voorwerpen met een beginners-mind bekijken ontdekken we dingen waar we voorheen aan voorbij gegaan zijn. Een voorwerp blijkt zoveel meer te zijn dan een lepel waarmee je roert. Het heeft een bijzondere bolle en ook holle vorm en tegen je wang voelt het lekker koud aan. De beginners-mind leert je met volle aandacht te kijken. 
Er is niet veel ingewikkelds aan eigenlijk. De letterlijke betekenis is ‘opmerkzaam’, met volle, nieuwe, aandacht ergens naar kijken, ergens zijn. Het vraagt alleen een beetje ontvankelijkheid.

Vandaag de som op de proef genomen. In de palm van mijn hand een rozijn die door mij opnieuw bekeken werd. Normaal neem je er een stuk of wat en werpt ze in je mond. Kauwen, bijten doorslikken. Lekker, nog maar een een handje.
 Ik bekeek nu één rozijn. In eerste instantie nog wat lacherig. Kijk mij nou met een rozijn in m’n hand alsof het een weet-ik-niet-wat is!  Juist Ellen… goed zo… beginners-mind… je weet nog zippo!  En dus: ruiken, voor mijn oor houden (rozijnen maken geluid!) op mijn tong leggen, er bewust op bijten en pas doorslikken als het moment daar is. De sensatie was groots. Eén rozijn… die vele malen beter smaakte dan dat handjevol!! Had ik al eerder een rozijn geproefd? En wat ik niet allemaal ontdekte over de rozijn… Weet je dat een rozijn wel drie geuren heeft?

David van der Kooij heeft het in zijn boek ‘Het Grote Vindingrijkboek’ over de ontvankelijkheid waarmee de vroege mensch, onze voorouders lang lang geleden, voorovergebogen zaten en met een stok in de grond poerden en roerden, zich afvragend wat daar te ontdekken viel. Zonder tijdsdruk, zonder volle agenda’s, zonder te moeten. 
Het hoofdstuk ‘Poeren en Roeren’ behandelt verder de nieuwsgierigheid en het belang om met een nieuwsgierige instelling het leven te benaderen. David noemt de nadruk die er in het onderwijs gelegd wordt op het zoveel mogelijk kennis opdoen, met als doel goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Maar wat is goed functioneren? Is dat je beperken tot die geweldige kennis die je in pakweg 12 jaar hebt opgedaan in de schoolbanken? Wat doet dat met onze motivatie? We ‘moesten’ leren, goede cijfers halen, je bul op zak hebben. Maar het werkelijke intrinsieke leren zit hem nog altijd in nieuwsgierigheid en verwondering. In verwondering zit nooit het woordje ‘moeten’. We weten allemaal dat het leren het leukst was bij de leerkracht bij wie je nooit het idee had dat je iets moest. Nee, je mócht je laten inspireren door zijn ‘reislust’. 
David wil met zijn boek vooral bereiken dat leerkrachten en leerlingen met die verwondering op pad gaan. “Door meer in te spelen op de natuurlijke nieuwsgierigheid die in ons allemaal zit. Het brengt ons in een proces dat telkens heen en weer gaat tussen betekenis geven en loslaten.” David noemt dit de kern van de meest effectieve didactische strategie.

Ik leg de link weer naar mijn malle rozijnenexperimentje: er ontstond ruimte in m’n kop. Door het besef dat één rozijn minstens zoveel effect heeft als 16 rozijnen in je mond. 
Het gaat om een beetje vertragen, je aandacht, je verwondering. En het gaat dus niet zozeer over de hoeveelheid kennis die we opdoen. Het gaat vooral om de intensiteit en creativiteit waarmee we ieder enkel onderwerp benaderen, daar vind je de werkelijke inzichten.  In het opmerkzaam zijn voor alledaagse dingen. Het prikkelt je zonder dat er ook maar iets moet. Het leren gaat bijna vanzelf.

Ik hoef geen 16 ideeën meer in mijn brein, ik heb ze naar huis gestuurd. File opgelost. Ik ga wandelen met een beginners-mind vandaag.  Mocht je in een Rotterdams bos iemand voorovergebogen met een stok in de modder zien poeren en roeren… voel je welkom…

Meer informatie over het boek:
Het Grote Vindingrijkboek – David van der Kooij
Een inspiratieboek vol informatie en praktische lessuggesties over creatief denken.
Te bestellen bij: www.leuker.nu

ellensep07Ellen Bollen

Dit bericht werd geplaatst op door .

2 gedachten over “Poeren en Loeren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.