Mijn “wetenschappelijke” hoed

Enkellaarsje3Of toeval nu wel of niet bestaat, het is een kunst om er handig gebruik van te maken. Op een avond met zo’n dertig studenten wilde ik iets plezierigs doen dat uiteraard ook leerzaam zou zijn. Ik wilde iets met voorwerpen doen, dat was eigenlijk het enige dat ik wist. De tijd begon te dringen. Wat te doen? Creativiteit heeft toch vrije tijd en vrije ruimte nodig? Onder druk kan het ook, dat wist ik eigenlijk wel, maar kwam nogmaals heel duidelijk bij me binnen. Of had ik gewoon geluk en hielp het toeval mij een handje?

Sinds niet al te lange tijd draag ik een hoed. Hij lijkt wel een beetje op een Indiana Jones hoofddeksel. Bruin met een brede rand. En ik dacht: “Laat ik eens een keer les geven met mijn hoed op!” Zo gezegd, zo gedaan. Het werd een onvergetelijke avond.

“Beste studenten”, zo begon ik de avond, met mijn hoed op voor de groep, “voordat we beginnen, deel ik jullie in zes groepen in, en elke groep krijgt vijf minuten tijd om een foto te maken van een voorwerp. Dus loop het gebouw rond en kies iets leuks of interessants.” Zonder dat ze wisten waar het die avond over zou gaan, gingen ze enthousiast het gebouw door en kwamen snel terug. Elke groep met een foto van een voorwerp. De een had ergens een microfoon gevonden, de ander een bosje bloemen, weer een andere groep vond een schaal met kroepoek en weer een andere groep had een foto gemaakt van een van de enkellaarsjes die een van hen droeg.

Het echte feest begon. Mijn hoed ging een rol spelen. Ik legde ze heel kort het principe uit van De Zes Denkhoeden van De Bono. Nu moesten ze echter bij hun voorwerp per gekleurde hoed van De Bono vijf vragen bedenken en die later op de avond in een vrije vorm presenteren. Als voorbeeld liet ik nogmaals mijn hoed zien, nu op een slide en liet zien ze zien hoe mijn hoed vragen over zichzelf kon stellen. De witte hoed vroeg “welke maat past het best?”, de groene “kun je me ook gebruiken om geld op te halen?” en de rode hoed vroeg “ben ik stoer of niet?”

six-thinking-hats-mindmapDat was voldoende voor een avond met zes keer vijf vragen per groep. Dertig vragen per groep. Met zes groepen leverde dat in totaal 180 vragen op. Interessante vragen over alledaagse voorwerpen. De presentaties maakten de avond helemaal onvergetelijk. Er werden toneelstukjes getoond, een heuse wie-van-de-drie-show, en een groep presteerde het om alle vragen in een lied aan de man te brengen.

Met een hoed en een paar alledaagse voorwerpen kom je dus een heel eind om breed te leren kijken en te onderzoeken. Daar hoef je echt geen wetenschapper voor te zijn!

IMG_1457Hans

 

Hans Stavleu
Lector Hogeschool Leiden (Honours-programma) en senior strategist bij TNO in Delft. Daar houdt hij zich bezig met innovatie en innovatiemanagement.

Dit bericht werd geplaatst op door .

2 gedachten over “Mijn “wetenschappelijke” hoed

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.