Het Experiment vs. MOOI

waaier1Het Experiment vs. MOOI – over kunsteducatie op het voortgezet onderwijs. Leraren hebben het druk, naast lesgeven heeft een docent nog vele andere taken. Hierdoor kan het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal en het experimenteren hiermee als een kluif worden ervaren. Toch is het belangrijk om te blijven groeien, ontwikkelen en ontdekken. Zowel voor jezelf als voor de leerling. Door het geven van workshops, lezingen en het aanbieden van nieuw lesmateriaal wil ik leraren binnen het kunstonderwijs enthousiasmeren, stimuleren en activeren om meer aandacht te besteden aan het creatieve proces in de les. Zo wil ik docenten en leerlingen bewust maken van de relatie tussen het proces en  het product en de reflectie hierop.

De esthetische illusie

Op de vraag wat kunst is, of wat kunst zou kunnen zijn krijg je al gauw het antwoord: ‘Kunst moet mooi zijn’. Deze heersende opvatting over kunst binnen het voortgezet onderwijs is hardnekkig. Leerlingen willen iets maken wat mooi is. Maar hoe leg je uit dat kunst zoveel meer kan zijn dan ‘mooi’ en wat betekent dit voor het kunstonderwijs?

Mooi kan een eigenschap zijn van alles wat waarneembaar is en mensen houden van mooie dingen. Heusden schrijft hierover: “Met kunst heeft dat echter niet zoveel te maken. Dat wil zeggen: ook van kunst willen we graag dat het mooi is. Maar dat iets mooi is wil niet zeggen dat het kunst is en omgekeerd is er nogal wat kunst die helemaal niet mooi is.”

Een leerling wil graag ‘iets moois’ maken, dat is terug te zien in de ontwikkelingslijn in het “Leerplan beeldende kunst en vormgeving” van VONKC. Als we kijken naar de kenmerken van een veertienjarige leerling zien we dat het plezier en het vertrouwen in beeldend werk vaak gebaseerd zijn op productieve (ambachtelijke) vaardigheden gericht op een vooraf bekend en gewaardeerd resultaat.

Dit resulteert in de reproductie wat ik een esthetische illusie noem. Het is mooi voor het oog, het ziet er gelikt uit. Maar wat heeft de leerling er van geleerd behalve reproduceren?

De beeldende opdrachten in het middelbaar onderwijs mogen van mij wel wat uitdagender. Opdrachten zijn gekaderd en resultaatgericht.

Zouden we onze leerlingen, de volwassenen van de toekomst, niet moeten stimuleren en uitdagen om hun creativiteit te gebruiken en ze prikkelen om fantasie te gebruiken. Ik wil de leerlingen meer vrijheid geven zodat ze eigen en oorspronkelijk werk kunnen maken. Uit de denkgeul van het mooie resultaat, maar leren onderzoeken, bevragen, experimenteren en spelen.

Patroon doorbrekend

Wij mensen denken in bepaalde patronen, een denksysteem. Deze systemen maken ons leven wat gemakkelijker, bijvoorbeeld het communiceren met elkaar. We hebben vrijwel dezelfde denkbeelden bij woorden als stoel, eten, schaar etc. Het is een combinatie van jou manier van doen, waarnemen en denken dat leidt tot deze bepaalde gedachtestromen of denkgeulen.

In het ontwikkelen van creativiteit of creatief denken ligt de nadruk op het bedenken van nieuwe oplossingen, het maken van originele verbindingen en het ontdekken van nieuwe kansen. Het doorbreken van bepaalde denkgeulen en voor de hand liggende associaties. Wanneer je de nieuwe gedachtestromen omzet tot maken, het aangaan van een beeldend proces, kan dit leiden tot een product.

Spel

Het afwijken van de gebaande paden kan creativiteit genereren. In de lessen die ik ontwikkel pas ik verschillende methodes toe om uit het dagelijks ritme te komen. Een kenmerk die in bijna elke werkvorm terugkeert is het spelelement. Spel is voor mij een ontzettend belangrijke factor, het geeft je de kans om alles wat minder serieus te benaderen. Dit is een belangrijke basis voor een onderzoekende houding. Want wanneer je hebt bepaald dat het werk niet perse ‘mooi’ hoeft te worden en het louter een experiment of een spel is, is alles mogelijk.

In een spel bevind je je even in een nieuwe wereld waar andere regels gelden. Dit maakt dat je niet meteen nieuwe ideeën afschiet. Kenmerkend voor het spel is dat fantasie en verbeelding hun gang mogen gaan. Er is een grote mate van vrijheid, wat een onderzoekende houding stimuleert. Je durft meer en sneller beslissingen te maken en wordt creatief uitgedaagd. Een kleine aanpassing in de les kan een grote verandering teweegbrengen.

Zo maakt ik geregeld gebruik van tijdsdruk. Dit is echter een fictieve tijd. Wanneer de leerlingen druk bezig zijn omdat ze ‘maar tien minuten’ hebben om de opdracht af te ronden, kun je dit als docent op zekere mate verlengen of verkorten. Tijd is relatief, het gaat om de ervaring van de tijd.

Een ander voorbeeld om spelelementen in je les te verwerken heeft te maken met het vormen van groepen. In de klas kun je een winnende en een verliezende groep hebben, maar je kunt ook spelen met het idee van een groep. Wanneer je in een groep zit voel je je verbonden met degene in dezelfde groep. Je hebt iets gemeen. Stel je eens voor dat de klas is opgedeeld in vier groepen. De opdracht is om collages te maken, dit laat je de leerlingen individueel doen. Elke groep heeft ander materiaal, niemand kan dus van elkaar winnen. Toch ontstaat er een sfeer waarin je als groep het beste eruit wil halen. Sommige leerlingen zullen de discussie uitlokken. Het is oneerlijk want het materiaal van de andere groep is beter. Een interessant onderwerp. Want waarom is touw beter dan krantenpapier?

Experimenteerwaaier

Simpele ingrepen of aanpassingen van een les kunnen zoveel energie brengen. Vanuit de verassing en het experiment een opdracht benaderen geeft een leerling vrijheid om te scheppen. Een kleine hulp om je les een andere draai te geven is de experimentenwaaier. De experimentenwaaier kun je inzetten zoals je zelf wil. Maak samen met de leerlingen regels over het gebruik ervan of bied een kaart aan wanneer een leerling vast zit in zijn proces. De leerling kiest een kaart en gaat verder. Een nieuwe invalshoek en het begin van een experiment.

femkevanosFemke van Os, BA
interdisciplinair kunstenaar
www.femkezeemeermin.nl

 

 

 

Bronnen:
Byttebier, I.(2002) “Creativiteit. Hoe? Zo!”.
Heusden, van, B. (2012) “Kunst in (niet:en) Cultuur”.
Vereniging onderwijs kunst en cultuur, (2013). “Leerplan beeldende kunst en vormgeving”.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Een gedachte over “Het Experiment vs. MOOI

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.