Auteursarchief: Redactie

Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van C.D.O.

cdoblog-vvv16 februari jl. mocht ik een lezing houden bij de Algemene Onderwijsbond. Daar maak ik geen twee uur zendtijd van maar zoek interactie en discussie. De interactieve lezing “V.V.V. van Creatief Denken in Onderwijs” heeft als onderwerp drie aspecten die je als school(team) vroeg of laat in een of andere vorm gaat tegenkomen wanneer je er serieus voor kiest ‘creatieve ontwikkeling van leerling en leerkracht’ op te nemen in de VISIE die je als school naar buiten uitdraagt.

Het is dan namelijk van belang dat je samen weet waar je het over hebt; dat je een gezamenlijk VERTREKPUNT deelt. En nadat je de visie hebt besproken en geformuleerd (een stap die niet 1 2 3 genomen is) zal je ook willen (en moeten) laten zien hoe je die visie VORMGEEFT. Drie stappen dus:

  • VERTREKPUNTEN – Waar hebben we het samen over?
  • VISIE – Wat willen we en waarom?
  • VORMGEVING – Hoe gaan we het voor elkaar boksen?

Deze 3 V’s maakte ik bespreekbaar door de deelnemers stellingen voor te leggen om met elkaar over van gedachten te wisselen, meningen te delen en vooral ook om geuite meningen eens van een andere kant te bekijken. Deze stellingen heb ik ontleend aan het O21 spel, uitgegeven door Onderwijs Maak Je Samen (Van de Ven & Creemers, 2015). Omdat ik ze zelf in het spel heb ingebracht neem ik de vrijheid ze hier te quoten.

  • Zonder kennis, geen creativiteit.
  • Iets mag pas creatief heten wanneer het wordt geaccepteerd door de omgeving.
  • Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling.

De stellingen hebben ieder (en respectievelijk) te maken met de 3 V’s. Hierna sta ik bij iedere stelling kort stil en belicht een of twee aspecten ervan.

Vertrekpunten: Zonder kennis, geen creativiteit

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.40.36Zonder kennis, geen creativiteit – een stelling die ik graag tijdens een lezing of workshop voorleg aan de het publiek. De eerste reactie is altijd die van kennis = concreet en rationeel, dus niet creatief. En hup stelling om zeep geholpen. Zelfvoldane blikken staren me aan die lijken te zeggen ‘en ga je nog iets vertellen dat we nog niet weten?’De – mijns inziens – incorrecte conclusie wordt veroorzaakt doordat we de definitie van creativiteit niet helder hebben. Als je creativiteit definieert als lukraak ideeën krijgen en daar verder geen betekenis aan geven, dan zou creativiteit het misschien wel zonder kennis afkunnen. Een tuimelaar waar je een tik tegen geeft. Komt vanzelf weer tot rust, niets veranderd. Deze definitie van creativiteit is te beperkt, want creativiteit verandert.

De gangbare definities van creativiteit – in de o.m. door psychologen gebezigde creativiteitstheorieën – spreken allen van ‘nieuwe betekenis geven aan (combinaties van) wat al bestaat’. ‘Wat al bestaat’, daar kunnen we aan denken en dat heet kennis. Dingen die we al weten (hebben waargenomen, ervaren en onthouden) vormen de ingrediënten voor gedachten die we door elkaar roeren en dan proeven we eraan c.q. we zoeken betekenis in de nieuwe gedachten. Bah! of Namma, namma! Dat is zo bij jonge mensen in de schoolbanken (ach, dat is uit mijn tijd) net als bij wetenschappers die zwaartekrachtgolven postuleren.

Er zitten natuurlijk nog veel meer kanten aan de Vertrekpunten voor onderwijs dat creatief denken omarmt:

  • Kun je creativiteit leren? Check!
  • Creativiteit = expressie en kunstzinnige vorming? Negative!
  • Kun je het meten? Pas op dat je je vinder niet brandt…
  • En zo meer.

Allemaal zaken die je met elkaar moet bespreken en waar je common ground in moet vinden alvorens je visie op creativiteit helder te formuleren. Als je nog wat inspiratie zoekt dan kan ik je aanraden om nog eens door mijn Het Grote Vindingrijkboek (Van der Kooij, 2013) te bladeren dat ik juist heb geschreven om de drie V’s van Creativiteit in Onderwijs te belichten.

Visie: Iets is pas creatief als het geaccepteerd wordt door de omgeving

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.43.22We horen van alle kanten (o.m. Kennisnet, Platform Onderwijs 2032) dat de ontwikkeling van creativiteit binnen het onderwijs be

langrijk wordt geacht (wérd het dat dan niet?). Dan kun je denken, wij doen ook mee! Maar past creativiteit eigenlijk wel bij jouw school of organisatie? Uh?! Natuurlijk! Maar vergeet dan niet dat je créativiteit hebt en creativitéit. De ene schoolt denkt bij creativiteit aan een volledig vrij leerproces waarin kinderen hun leren zelf ‘uitdokteren’. De andere school wil kinderen ‘enkel’ stimuleren in het gebruiken van creatieve denkvaardigheden bij het maken van opdrachten in de natuur & techniekles. Allebei creativiteit – daar sta ik voor in –, maar het klinkt wel even anders. Creativiteit komt in verschillende smaken. Daarom is het zo belangrijk om goed stil te staan bij het Vertrekpunt: wat verstaan wij met elkaar onder creativiteit?

Uiteindelijk maakt de omgeving – op school: team, ouders, leerlingen – uit of bijzondere ideeën of vondsten geaccepteerd worden en als daadwerkelijk creatief worden erkent. Veel leraren hebben moeite met deze stellingname. Hè?! Wat is dat nou, bij creativiteit mag toch alles? Ieder idee, hoe gek ook mag toch meedoen? Ja, meedoen uiteraard, het is zelfs heel belangrijk dat al die vreemde ideeën verzonnen en getest worden. Maar een vreemd idee moet uiteindelijk waarde toevoegen voor de omgeving, het moet daar geaccepteerd worden. Andres is het slechts… een vreemd idee.

Soms kunnen vreemde ideeën die niet door de omgeving geaccepteerd worden jarenlang sluimeren totdat ze in een andere tijd en/of door andere ogen ‘ontdekt’ worden en opnieuw op waarde worden geschat. Een mooi voorbeeld is het werk van Vincent van Gogh, in zijn leven verkocht hij amper één doek, decennia na zijn dood brak zijn werk pas door en werd bijna letterlijk onbetaalbaar.

Wat voor Van Gogh in ‘het groot’ geldt, is net zo goed van toepassing in school. De leerling heeft een creatieve gedachte. Hoe reageert de leraar? Hè Lucas, nu even niet! Hoe reageert de groep? Wáááh, wat een idioot idee! Of is jouw school er klaar voor om te zeggen: Tjee Lucas, daar verras je ons mee!

Zomaar weer een van de zaken die je tegen zult komen wanneer je serieus kiest voor creativiteit binnen jouw school en het ontwikkelen van een visie daarop.

Nota bene: De Hongaars-Amerikaanse Psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi ontwikkelde de Systems-Theory of Creativity (Csikszentmihalyi, 2014).

Een uiterst elegant model waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe het spanningsveld tussen omgeving en creatieveling bepaalt of creativiteit als zodanig wordt geaccepteerd (en daarmee daadwerkelijk creatief wordt genoemd) of word verworpen.

Vormgeving: Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.45.07Je kunt er menig schoolgids op naslaan. Je leest erover in de aanbevelingen van het Platform Onderwijs 2032 (Schnabel et al., 2016). We leven in een wereld waar creativiteit – en de nodige andere vaardigheden – broodnodig zijn. Kinderen van nu groeien in een wereld op die zo snel verandert en zoveel uitdagingen kent dat de kennis van nu ontoereikend is voor het onzekere straks. Kinderen moeten leren om met deze onzekerheden om te gaan*.

[*lees de Duizelingwekkende Jaren van Philipp Blom en je zult een andere kijk hebben op deze stellingname, maar de stelling blijft wel staan.]

De wens, de noodzaak, het waarom en wat we willen bereiken staan zo keurig geformuleerd in het ‘vision-statement’ van school en bestuur. Waar het aan ontbreken kan is een duidelijke invulling van hoe een en ander wordt gerealiseerd, wordt vormgegeven.

Er bestaan programma’s die heel concreet uiteenzetten hoe creatieve (denk)vaardigheden kunnen worden gestimuleerd. Het Ideeëntoestel is er een van. Sinds kort is er een compacte Methode Creatief Denken van de Belgische uitgeverij Djapo op de markt. De eerste reactie die je kunt hebben wanneer je een dergelijke uitgave in de hand hebt is: Ha lesbrieven! Mooi we kunnen aan de slag! Wat dan gebeurt kun je vergelijken met gaan autorijden zonder dat je voor je theoriecertificaat hebt geleerd en met de handrem erop.

Alvorens met de ontwikkeling van creatieve denkvaardigheden aan de slag te gaan is het raadzaam je te verdiepen in de theoretische onderbouwing van een en ander, de ontwikkeling van jonge mensen in relatie tot het benutten van hun creatieve denkpotentieel en de ontwikkeling van een creatieve grondhouding. Daarin speelt de leraar de sleutelrol. De creatieve ontwikkeling van de leraar gaat voorop. De leraar is het rolmodel en vormt een leerklimaat waarin creatief denken gedijt. Dit leerklimaat weerspiegelt idealiter de schoolcultuur.

De stelling ‘Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling’ is daar dan ook direct mee verbonden. We leven in een maatschappij waar het beschermen en veilig houden van onze kinderen misschien wel het hoogst gewaardeerd wordt. Risico’s worden vermeden en uit de weg geruimd. Er wordt een avontuurlijke speeltuin ingericht, met modderpoelen, heuveltjes en spannende klimtoestellen, maar er staat wel een hek omheen, zoals eerst om het betonnen schoolplein. Waar is de ruimte voor werkelijk ontdekken gebleven? Uitproberen, grenzen opzoeken en overschrijden, over het hek klimmen: ruimte voor meer dan een geschaafde knie. Creativiteit heeft risico nodig. Creativiteit is per definitie grenzen overschrijden, avontuur, onverwacht, toeval. Hoeveel ruimte en vrijheid geef je hiervoor als school en ouders?

Vergelijkbare dilemma’s komen we tegen in de omgang met elkaar. Hoe reageren leraar en medeleerling op elkaar als vreemde gedachten en gedragingen (die met creativiteit gepaard gaan) van deze of gene leerling zich manifesteren in de groep? Een veilig leerklimaat moet borgen dat leerlingen hun creatieve ik kunnen en mogen uiten. Betekent dit dat we alle ideeën van elkaar maar liefdevol moeten omarmen of mag er ook eens ‘ja maar’ gezegd worden? Creativiteit heeft vrijheid nodig, maar ook weerstand. Zonder weerstand geen vorm, maar slechts een vormeloze massa.

Het illustreert weer dat je als team opzoek gaat (moet gaan) om de creativiteit te vinden die past binnen de visie van de school. Creativiteit komt in soorten en maten, kan gedijen op een schoolplein met een hek erom, net zo goed als in het park of in een bos. Het ziet er misschien verschillend uit maar je herkent het meteen…

Tot slot

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.46.29Ik besluit dit drieluik over het gestalte geven aan een creatief leerklimaat op school door te onderschrijven dat creativiteit een bijzonder dynamisch gegeven is. Veel factoren spelen een rol in het creatieve proces, de creatieve persoon en de omgeving waarin het plaats heeft. Dat kan verwarrend en ontmoedigend werken: Waar moet ik beginnen? Wat moet ik – nu weer – doen? Gelukkig zijn daar handvatten voor. Zo kom ik ook terug op de 4 handvatten die Teresa Cremin et al. aanreiken voor het vormgeven van een creatief leerklimaat (Cremin, 2009): nieuwsgierig zijn, verbindingen maken, vernieuwing omarmen en ruimte geven aan autonomie. Je leest er hier over: http://creatiefdenkeninonderwijs.nl/…/profiel-van-de-creat…/ of in Het Grote Vindingrijkboek (2013).

Literatuur
Cremin, T.,Barnes, J. & Scoffham S. (2009). Creative Teaching for Tommorow, Fostering a Creative State of Mind. Deal, Kent: Future Creative.
Csikszentmihalyi, M. (2014). The Systems Model of Creativity, the Collected
Works of Mihaly Csikszentmihalyi. Dordrecht: Springer.
Schnabel, P. et al. (2016). Ons Onderwijs2032 – Eindadvies. Den Haag: Platform Onderwijs2032.
Van de Ven, M. & Creemers, M. (2015). 021 Spel, Hoe zie jij het onderwijs in de 21e eeuw? Helmond: Uitgeverij OMJS.
Van der Kooij, D. (2013) Het Grote Vindingrijkboek – Zo leer je kinderen creatief denken! Nieuwolda: Leuker.nu

Daviddavidvanderkooij

 

 

 

 

Deze post werd eerder in 4 delen gepubliceert op facebook.com/creatiefdenkeninonderwijs/

Dit bericht werd geplaatst op door .

Heeft psychologisch onderzoek naar creativiteit iets opgeleverd voor het onderwijs?

booksHeeft psychologisch onderzoek naar creativiteit iets opgeleverd voor het onderwijs?

Deze vraag heeft Mira Tiwari gebruikt om een essay te schrijven in haar eerste jaar als student Education and Modern Languages aan Christ’s College, University of Cambridge (UK). Mira is de dochter van een goede vriend van mij. Op een dag stuurde hij me een foto van een stapel boeken die Mira aan het lezen was over voornoemd onderwerp. Ik was meteen enthousiast voor haar interesse in dit onderwerp (uiteraard) en herkende verschillende van de werken van bekende psychologen in het veld van creativiteit (en onderwijs): Sternberg, Amabile, Beghetto, en Jauk om er een paar te noemen. Pas geleden stuurde haar vader mij het essay en ik heb het met veel plezier gelezen en er het nodige van bij- en afgeleerd. Een leuke en informatieve doorsnede van decennia psychologisch onderzoek naar creativiteit  en onderwijs (of liever education).

A good read and well done.

David

Je kunt het essay van Mira hier downloaden: Psychology and Education.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Help! Talentontwikkeling!

CDOTK300x200Leerkrachten voelen zich nogal eens onzeker als ze lessen in techniek willen of moeten gaan geven. Prof. dr. Ludo Verhoeven (Radbouduniversiteit, coördinator TalentenKracht) begon de opening van de bijeenkomst Daarom is geen reden (7 oktober 2015) van TalentenKracht met de geruststellende boodschap: Begin met iets makkelijks, neem je eigen interesses als vertrekpunt en zoek de verbinding met de thema’s die je aanbiedt. De kinderen doen het werk, jij hoeft niet per sé een ‘crack’ in techniek te zijn. Leer mee. Een belangrijke taak van de leerkracht is het sluimerende talent te herkennen. Maar ja, talent herkennen, hoe doe je dat? Wat is talent eigenlijk?

Ieder mens heeft talenten, het talent ontplooit zich in de wisselwerking tussen wat er in de blauwdruk staat die we bij onze geboorte/conceptie meekrijgen en wat de omgeving ons biedt. Talent kan al op zeer jonge leeftijd worden herkend, ook voor wetenschap en techniek. Kijk naar dit filmpje waarin de 4-jarige Jaap voorspellingen doet en logisch redeneert over de loop van een knikker in een knikkerbaan. Typische kenmerken van talent voor wetenschap en techniek zijn:

  • Leergierigheid, nieuwsgierigheid: WEETLUST!,
  • Ondernemend gedrag gedreven vanuit intrinsieke motivatie,
  • Sterke behoefte aan autonomie: ga toch opzij, ik wil het zelf onderzoeken, ik wil het zelf maken!

CDOweetlustDe leerkracht creëert een rijke leeromgeving, richt zich op het proces en de ontwikkeling van het kind door bewust gebruik te maken van bijvoorbeeld het principe van de Zone van Naaste Ontwikkeling (‘scaffolding’, Vygotsky), prikkelend (wisselend) materiaal dat nieuwsgierigheid opwekt aan te bieden, door onderzoekende (hoe werkt dit?) en ontwerpende (hoe maak ik dit, hoe los ik dit op?) opdrachten te geven, of liever… uit te lokken. En ruimte te geven voor zelfsturing en autonomie.

Dat is allemaal makkelijk gezegd, maar is het ook makkelijk gedaan? Tijdens de workshops lieten de 7 aan TalentenKracht verbonden universitaire werkgroepen zien wat de resultaten zijn van hun onderzoeken – die ze samen met meer dan 100 scholen uitvoerden – en hoe je die vaak op verrassend eenvoudige manier kunt toepassen. Zonder dat jezelf een Willy Wortel hoeft te zijn. De kinderen doen namelijk het (als van)zelf (…leren).

De dag werd afgesloten door dr. Hanno van Keulen (lector Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding bij HS Windesheim). In een rijke, humorvolle en zeer informatieve lezing van ruim een uur vroeg Hanno zich onder meer af: kunnen we redenen geven om taalonderwijs effectiever te maken door wetenschap en techniek in te zetten? Om ‘de methode’ eens los te laten. Om kunst- en cultuuronderwijs te combineren met techniekonderwijs? Om kinderen een schooladvies te geven dat rijker is dan de scores op de huidige Eindtoets Basisonderwijs?

Ook trakteerde hij het gehoor op affordanties: een begrip met een belangrijke betekenis voor hoe we zinvol en effectief onderwijs kunnen vormgeven. Een affordantie is de relatie tussen een organisme (jij, je leerling, een dolfijn) en een voorwerp (of de omgeving) die het organisme de mogelijkheid geeft te handelen. Vrij vertaald als het antwoord op de vraag ‘kan ik hier iets mee?’ Affordance+types

Het vertelt iets over in hoeverre iets past in of bij de je ‘denk- en handelings’ mogelijkheden en bewustzijn daarvan. Zo heeft een theekopje een heel andere affordantie voor een mensenkind dan voor een jonge tuimelaar. Tja, denk daar nog maar eens over na als je met de kat aan het spelen bent en lees erover op deze wikipedia-pagina: Affordances.

Van Keulen besloot zijn betoog met ‘vijf talenten waarop kinderen uit kunnen blinken en die je in het onderwijs kunt (moet?) ontwikkelen’. Samengevat in:

  • Nieuwsgierigheid (verkennen, vragen)
  • Creativiteit (verzinnen, opzoeken)
  • Doen (handigheid, ruimtelijk inzicht, zelfsturing)
  • Testen (kritisch denken)
  • Ontsluiten (vertellen, tekenen)

Alle vijf komen volop aan bod in ons nieuwe boek Het Ideeëntoestel. Natuurlijk waren Anouk en ik er trots op dat Het Ideeëntoestel nog even in het zonnetje werd gezet en iedere universitaire werkgroep twee exemplaren kreeg uitgedeeld! Kortom een geslaagde dag voor iedereen. Dank aan de organisatie!

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Over creativiteit, denken en handelen

hitboek1Het artikel ‘Over creativiteit, denken en handelen’ is gepubliceerd als voorwoord in het boek ‘Het Ideeëntoestel’ van David van der Kooij en Anouk Wissink (september 2015, ISBN 978-94-631-8987-3, Uitgever Leuker.nu). Het artikel gaat in op creativiteit in zijn brede betekenis. Creativiteit staat daarmee voor denken en de vaardigheid in het leggen van verbanden. Maar ook staat het voor nieuwsgierigheid en een ondernemende attitude. Onze kinderen en jeugdigen moeten gestimuleerd worden om deze te ontwikkelen. Zij moeten immers in de nog onbekende ‘wereld van straks’ oplossingen kunnen vinden voor vragen die we nu nog niet eens kunnen stellen. Het Ideeëntoestel van David van der Kooij en Anouk Wissink geeft goed uitgewerkt materiaal dat de leerkracht een handvat kan geven voor de bevordering van creatief denken en handelen.

Jolles, J. (2015) Over creativiteit, denken en handelen. Het Ideeëntoestel’ van David van der Kooij en Anouk Wissink (september 2015, ISBN 978-94-631-8987-3, Uitgever Leuker.nu). Download artikel

[Deze bijdrage verscheen eerder op www.jellejolles.nl]

jellejollesJelle Jolles is Universiteits- hoogleraar Neuro-psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt het Centrum Brein & Leren. Hij houdt zich bezig met onderwijsinnovatie en talentontwikkeling en met de cognitieve veroudering. Zijn standpunt is dat biologie én omgeving bepalend zijn voor ontplooiing.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creativity? In your dreams!

CDO incub1Over de rol van incubatie in het creatieve denkproces, n.a.v. de publicatie Creativity – the unconscious foundations of the incubation periode (Ritter en Dijksterhuis, 2014).

In de literatuur veel besproken en zelf vast wel eens meegemaakt: De BBB ervaring – Bed, Bad, Bus. Die staan voor de plekken en momenten waar je opeens, onverwacht en verrast dát ene idee krijgt. Die inval. Dat inzicht. Eureka! A-Ha! Toch komen die ideeën niet uit de lucht vallen.

In Het Grote Vindingrijkboek vertel ik over MADMEN, die prachtige tv-serie over reclamemakers op Madison Avenue in de jaren 50 en 60: “In de drama-serie MADMEN legt reclamemaker Don Draper het als volgt – kernachtig – uit: ‘Just think about it deeply, then forget it… an idea will jump up in your face.’”

Hij heeft het over incubatie. Niet van een vreselijke ziekte maar van ideeën, een meer prettige aandoening. Je bent ergens heel erg mee bezig: met een probleem, met iets wat je graag zou willen bedenken, of met zomaar iets waar je gewoon heel erg mee bezig bent, en dan wordt je afgeleid, je moet iets anders doen, of je hebt je hoofd leeg gemaakt onder de douche, in bad, bed of bus. “…then forget it…” zegt Don Draper. Maar ben je het wel écht vergeten? Denk je er écht niet aan? Daar is onderzoek naar gedaan, met interessante en soms verrassende uitkomsten.

Al in 1926 beschreef Graham Wallas in The Art of Thought het begrip incubatie als onderdeel van het creatieve proces, dat hij verdeelde in:

  • Preparation (Ergens hard over nadenken – “Just think about it deeply,…”)
  • Incubation (Er niet aan denken of over iets anders nadenken – (…then forget it…”)
  • Illumination (Eureka! – “…an idea will jump into your face.”)
  • Verifiaction (Leuk zo’n idee, maar wat hebben we eraan, werkt het? – De ideeën van wat zelfingenomen Draper werken natuurlijk altijd.)

Ervaringen opgetekend in de (auto)biografieën van bekende uitvinders, artiesten en wetenschappers (Lees eens Creating Minds van Howard Gardner, of Creativity van Mihaly Csikszentmihalyi) getuigen ook van het gegeven incubatie en de schijnbaar positief-effectieve werking die het kan hebben op het krijgen van ideeën. En zoals gezegd, er is veel onderzoek gedaan dat in dezelfde richting wijst. Maar het meeste van dat onderzoek beschouwt incubatie als een zwarte doos. Wat de constatering en vraag opwerpt: Het werkt zo te zien… maar hoe?

Ik ontmoette onlangs Dr. Simone Ritter, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onder meer onderzoek naar het effect van creatieve trainingen en interventies op creatieve prestaties. Ook incubatie en onbewuste denkprocessen die er mogelijk mee verband houden staan hoog op haar lijstje. We hadden een geanimeerd gesprek over een en ander en we wisselden wat publicaties en werk uit. Zo gaf ze mij het artikel Creativity – the unconsious foundations of the icubation period (Ritter & Dijksterhuis, 2014) mee. Download hier via Frontiers in Human Neuroscience. De auteurs inventariseren en bespreken recent onderzoek naar de mogelijke rol van onbewuste denkprocessen in het creatieve denkproces. Het inspireerde mij om dit stukje te schrijven dat eigenlijk een doorkijkje is op dat artikel.

De centrale vraag die naar voren wordt gebracht en een rol in de besproken experimenten speelt, is: Spelen onbewuste denkprocessen een rol bij het incubatie-effect of is het gewoon ‘afleiding’, ‘vergeten’ (“…then forget it…”), of allebei, of niet.

CDO-incub3De experimenten volgen een min of meer vast patroon: Deelnemers werken aan een opdracht. Bijvoorbeeld het oplossen van een probleem of de Alternate Uses Test (‘wat kun je allemaal nog meer met een baksteen doen?’). De opdracht wordt onderbroken om na een korte of langere tijd weer te worden opgepakt. Tijdens de onderbreking worden de deelnemers – in verschillende experimenten – aan verschillende condities blootgesteld: ze werken aan een andere opdracht, ze lopen een blokje om of slapen er een nachtje over. Wat werkt? Na de onderbreking wordt de oorspronkelijke opdracht weer voorgelegd en het resultaat bekeken. Welke incubatie-conditie heeft meer effect op het creatieve oplossende vermogen van de deelnemers gehad?

Een van de onderzoeksresultaten suggereert dat wanneer je tijdens de incubatieperiode van een creatieve denkactiviteit (1) een andere creatieve denkactiviteit (2) doet, die een beroep doet op een ándere denkvaardigheid dan bij activiteit (1), de creatieve prestatie bij activiteit (1), nadat die weer is opgepakt, hoger is. In gewoon Nederlands: Een verbale opdracht (Wat kun je allemaal met een baksteen doen?), gevolgd door een ruimtelijk-visuele opdracht (Bijv. het samenstellen van een betekenisvol object uit meerdere grondvormen), weer gevolgd door de opdracht met de veelzijdige baksteen.

CDO-incub4Tevens wijst het onderzoek uit dat wanneer je – in dit geval – tijdens de incubatie ook een verbale opdracht aanbiedt, bijbvoorbeeld het bedenken van verschillende betekenissen voor anagrammen, er geen significante toename van creatieve oplossingen voor het moordwapen – pardon, de baksteen – wordt gevonden. Verbaal-verbaal of ruimtelijk-ruimtelijk laat dus geen significante toename in creativiteit zien.

Een andere onderzoek kijkt naar de invloed van de duur van het incubatieproces. Bijvoorbeeld de effecten van dagdromen en dromen tijdens de slaap. Het onderzoek levert aanwijzingen (altijd voorzichtig de wetenschapper, en met recht) dat wanneer je tijdens de incubatie periode dagdroomt, in tegenstelling tot bijv. het doen van een eenvoudige geheugentest of gewoon niks doen, je creatieve opbrengsten in ‘activiteit 1’, nadat die werd voortgezet, omhoog gaan.

Onderzoek naar dromen tijdens de slaap suggereert dat de droom-slaap (REM-slaap) ook creatieve prestaties verhoogt bij een taak die door een periode van slaap (met droom/REM-fasen) wordt onderbroken. Dit effect zou kunnen samenhangen (hypothese) met het verleggen van associatieve verbindingen tijdens het dromen, wat we terugzien in het vaak bizarre karakter van dromen (waar haal ik dat nou vandaan?)

Gegeven dat incubatie lijkt bij te dragen aan creatieve prestatie (afhankelijk van de gekozen condities en taken) rest de vraag wat dit effectueert: onderbewuste denkprocessen of simpelweg het achterwege laten van bewust denken.

In het eerste geval draagt het onbewust doordenken over een probleem bij aan de (creatieve) oplossing(en) ervan. In het tweede gaat het om factoren als rust nemen (uitgerust denk je beter), toevallig prikkels ervaren (eens aan iets anders denken) of het denken afleiden van vastgelopen gedachten (patroon doorbreken).

Verschillende onderzoeken wijzen beiden kanten op en lijken er dus op te wijzen dat beiden een rol spelen binnen het incubatie-proces.

CDO-incub2De auteurs halen onder meer onderzoek aan dat gebruik maakt van de Remote Association Test (RAT). In deze test krijgen de deelnemers telkens drie woorden aangeboden met de opdracht het woord te vinden dat deze drie woorden verbindt. De woorden zijn zo gekozen dat ze op zichzelf sterke associaties oproepen die niet direct naar de andere twee woorden wijzen. Een voorbeeld: cookies, heart, sixteen => sweet. Door de deelnemers nu van te voren verkeerde suggesties te geven worden in het brein van deze deelnemers de associaties die in de goede richting wijze als het ware geremd (inhibitie), waardoor aan de ene kant voor de hand liggende juiste antwoorden niet meer ‘bereikbaar’ zijn maar mogelijkheden voor nieuwe en creatieve vondsten worden openleggen. Uiteraard met een controlegroep waarbij geen verkeerde suggesties werden gegeven en die dan ook minder creatief uit de hoek komt. Een voorbeeld van hoe ‘vergeten’ een rol kan spelen in incubatie.

We kennen allemaal wel het gevoel dat iets wat we ons willen herinneren op het puntje van onze tong ligt. Vaak gebruiken we dan ‘omwegen’ om bij het gezocht woord te komen en voelen we als het ware dat het antwoord dichterbij komt. Soms kan dat een heel erg sterk gevoel van ‘ik ben er bijná’ oproepen. En plots heb je het. Onderzoek waarin dit verschijnsel een rol speelt lijkt erop te wijzen dat hier onbewuste denkprocessen een rol spelen.

Dijksterhuis – auteur van Het slimme onbewuste (2007) – deed onderzoek waaruit naar voren komt dat bij het nemen van beslissingen het onbewuste een belangrijke rol lijkt te spelen, en dat beslissingen door onszelf vaak ‘al genomen’ zijn voordat we ons ervan bewust zijn. Spelen dergelijke onbewuste denkprocessen ook een rol spelen bij creativiteit?

Hij deed onder meer het volgende experiment. Deelnemers werd gevraag om bijvoorbeeld een lijst te maken van wat er allemaal met een… baksteen… kan worden gedaan. De controlegroep ging meteen aan de slag, de ‘bewuste’ groep mocht eerst drie minuten over het probleem nadenken alvorens te gaan schrijven en de ‘onbewuste’ groep voerde een andere – afleidende – taak uit. De bewuste groep kwam voornamelijk met voor de handliggende antwoorden terwijl de ‘onbewuste’ groep tot meer verschillende en creatievere alternatieven kwam, in tegenstelling ook tot de controlegroep.

Het artikel noemt nog veel meer voorbeelden en ik hoop dat ik een aantal van de experimenten die in het artikel worden beschreven enigszins toegankelijk heb kunnen samenvatten.

De auteurs sluiten af met prikkelende overwegingen ten aanzien van de mogelijkheden die dergelijke onderzoeksresultaten suggeren voor ondermeer onderwijs en het stimuleren van creativiteit in een onderwijs-setting.

Er zijn al heel lang allerhande trainingen en interventies beschikbaar die vooral gebruik maken van bewust creatief denken (denk aan het doorbreken van vooronderstellingen, het zoeken en gebruiken van ongebruikelijke analogieën, er is een keur aan ‘bewuste’ creatieve denktechnieken ontwikkeld en beschikbaar).

Soms speelt incubatie een rol in deze aanpakken, maar dan als ‘zwarte doos’: het werkt, dus we doen het. Maar hoe het werkt?

Nu er meer zicht en inzicht komt op en in de rol van (niet) bewuste en onbewuste denkprocessen in de incubatiefase, kan deze meer ‘bewust’ (excuse my French) worden ingezet. Zo’n relatief eenvoudig inzicht is dat het helpt om tijdens een incubatie-periode een eenvoudige (non-demanding) taak te verrichten die een beroep doet op andere denkvaardigheden dan die welke eerst werd aangewend (verbaal? => ruimtelijk!).

Uiteraard – en gelukkig – wijzen Ritter en Dijksterhuis er op dat er nog veel onderzoek nodig is om meer grip te krijgen op het verschijnsel incubatie. En ook dat incubatie alleen niet voldoende is: bewust denken is noodzakelijk om de nodige kennis te vergaren, te bepalen welke problemen relevant zijn en om voorgestelde vernieuwingen te verifiëren en te implenteren. Kennis en creativiteit: a dream team!

Lees het artikel van Ritter en Dijksterhuis: Gevonden op 23 augustus 2015 via http://dx.doi.org/10.3389/fnhum.2014.00215

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creatief denken en wereldoriëntatie

cdenwo1Hallo, mijn naam is Helga Hendriks- Fledderus en ik ben 27 jaar oud. In het dagelijks leven ben ik leerkracht van groep 7/8 op BBS De Klimboom. Daarnaast doe ik de opleiding Master Leren en Innoveren. Tijdens deze opleiding mag ik met een eigen gekozen onderwerp aan de slag.

Ik vind het heel belangrijk dat je als leerkracht aansluit bij de huidige kennissamenleving. Om die reden heb ik gekozen voor de 21st Century Skills. Via een uitgebreide literatuurstudie en onderzoek in mijn klas kwam ik uiteindelijk uit bij creatief denken. Mijn doel was om creatief denken vakgeïntegreerd aan te bieden. Aangezien we bij geschiedenis net met het onderwerp ´De Tweede Wereldoorlog´ waren begonnen, zag ik mooie kansen om creatief denken daaraan te koppelen. Hoe ik dat precies heb vorm gegeven, kun je lezen in mijn artikel Artikel Creatief denken en WO.

helgahendriksfledderusHelga

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Jeugdig perspectief

lions1Een tiental studenten van Hogeschool Leiden hebben onlangs hun interculturele creativiteits- en samenwerkingservaring achter de rug. Samen met studenten van verschillende Polytechnics in Singapore hebben ze in korte tijd, onder hoge druk en grotendeels buiten hun comfortzone gewerkt aan een wereldproblematieken. Met alle stress, plezier, uithoudingsvermogen en creativiteit van dien. Omdat in beide landen een leeuw het nationale symbool is, is de samenwerking “The Lions Exchange” gedoopt.

Het Honoursprogramma van Hogeschool Leiden is een driejarig programma dat talenten van verschillende opleidingen bovenop hun reguliere studie kunnen volgen. Dit speciale interdisciplinaire programma heeft eind 2014 een samenwerking gesloten met twee opleidingsinstituten in Singapore. De samenwerking is gebaseerd op een tweezijdige uitwisseling van studenten. Het doel van deze samenwerking is om studenten van beide landen te laten werken aan wereldproblemen die nu zijn te voorzien en vooral zijn gericht op de toenemende verstedelijking in de wereld. Daarnaast is de internationale gelijkwaardige samenwerking bedoeld om inzicht te krijgen welke onderwerpen van belang zijn om in het curriculum op te nemen. Voordat de samenwerking volop vorm kan krijgen, zijn er twee proeven geweest.

Eind februari was het zover. De eerste groep van vijf Nederlandse studenten vertrok naar Singapore om daar in één week tijd met vijf Singaporese studenten samen te werken. Hun opdracht was nog geheel onbekend voor ze. “Geheim”, zeiden we. Pas op de maandagochtend waarop ze samen aan hun klus begonnen werd de opdracht duidelijk: “How can Singaporean elderly in 2020 use a social context to cope to be independent?” Daar zit je dan, met z’n tienen om  de tafel met een wereldvraagstuk voor je neus en slechts een week om er een jeugdig perspectief op los te laten. En dat niet alleen. Er was ook nog een aantal excursies die met het onderwerp te maken had geregeld.
lions2Daarnaast was er ook een rolstoelentocht georganiseerd. Heel mooi was te zien dat dit niet alleen voor teambuilding in zo’n week zorgde. Maar hier was de creativiteit van de groep op een prachtige manier waarneembaar. Ze bedachten dat niet alleen het vertrouwen een rol speelt, maar ook communicatie. Veel Singaporese ouderen spreken niet of nauwelijks Engels, terwijl de jongeren voornamelijk, de officiële taal, Engels spreken. De studenten spraken af dat ieder de eigen taal (of een dialect) zouden spreken. Zo konden de studenten uit Singapore het Nederlands niet verstaan. Er werd van alles bedacht en uitgeprobeerd om in en achter de rolstoel met elkaar te communiceren.

De eindoplossing was eveneens een fris jeugdig perspectief: laten we de ongebruikte faciliteiten die er voor ouderen zijn een nieuw fris leven inblazen en allerlei activiteiten ontplooien die sociaal zijn en die er ook voor zorgen dat ouderen vitaal en weerbaar blijven. En die vooral ook gewoon leuk zijn voor ouderen. Hun presentatie “Do not leave anyone behind” werd afgesloten met het overhandigen van een certificaat uit handen van de Innovatie Attaché van de Nederlandse Ambassade in Singapore!

lions5In de laatste week van maart was de tweede groep aan de beurt. Een groep van drie studenten uit Singapore kwam eerst naar Nederland om hun uitdaging samen met vijf Nederlandse studenten aan te gaan. De week erop gingen de acht studenten gezamenlijk in Singapore verder met de opdracht die zij hadden gekregen: “How can the Floriade 2022 work together with Singapore’s Gardens by the Bay, in respect to Feeding the City?” Ook al zo’n uitdaging die je niet zo maar oplost. Dit team van acht meiden slaagde er in om door te gaan, door te gaan en door te gaan en maakte er ook een interessant succes van.
lions4Na een aantal inspirerende excursies (waaronder een workshop ‘The Science of Cooking’ en een bezoek aan TNO met ‘3D Printing of Food’) en diverse etentjes kwam er ook hier een oplossing uit die de komende jaren stap voor stap geïmplementeerd en uitgebreid kan worden.
Hun oplossingsrichting heet “Taste the Future”: een ruimte waarin bezoekers kunnen ervaren hoe voedsel in de toekomst wordt verbouwd en waarin bezoekers ook van alles kunnen proeven en ervaren. Ook deze studenten kregen, terecht, voor hun enorme inspanningen een mooi certificaat. En ze namen nog iets extra’s mee naar huis: een overzeese vriendschap voor het leven!

lions3De twee uitdagingen zijn geslaagd. Er is dus genoeg reden om de samenwerkingen voort te zetten en uit te breiden. Half juni brengen de twee groepen hun advies uit over hun perspectief op verdere voortzetting van de samenwerkingen. Ook hier hopen we dat het een mooie combinatie wordt van inhoud en creativiteit.

tomsmeets

 Hans Stavleu
Lector City Based Learning & Lions Exchange

 Tom Smeets, docent Lions Exchange

 

Tom Smeets, docent Lions Exchange

Dit bericht werd geplaatst op door .

Curiosity, what else…?

ikzouweleenswillenwetenDavid interviewt Martijn Sytsma. Martijn is docent Sport & Bewegen op het AOC Oost en Coach op Het Groene Lyceum. Daarnaast is hij student Master Leren & Innoveren. Zijn ding? Nieuwsgierigheid!

Voor je studie doe je onderzoek naar nieuwsgierigheid, vertel eens.

Ik heb onderzocht welke aspecten van het onderwijs, zoals we dat op het Groene Lyceum van AOC Oost verzorgen, een positieve invloed hebben op de nieuwsgierigheid van leerlingen. Daarbij veronderstelde ik een sterke relatie tussen de mogelijkheid voor leerlingen om hun eigen vragen te kunnen onderzoeken in combinatie met leren over verschillende type vragen en nieuwsgierigheid. Daarvoor heb ik rondom een project een voor- en nameting gedaan, met behulp van een vragenlijst, en tijdens het project interviews met verschillende groepjes leerlingen gehouden.

Wat was het onderwerp van dat project?

Het project ging over ‘lifestyle’; leerlingen kozen uit tien verschillende lifestyles een lifestyle waar ze nog niet zoveel van wisten om onderzoek naar te doen. Op basis van de ingevulde vragenlijsten werden de leerlingen ingedeeld naar de mate en soort van nieuwsgierigheid die ze aangaven te hebben. Voor de nieuwsgierige leerlingen was het vooral belangrijk dat ze konden kiezen in onderwerp; ze konden gaan voor een onderwerp dat aansloot op een al bestaande interesse of iets anders wat ze het meest aansprak. Voor de minder nieuwsgierige leerlingen leek dit in eerste instantie minder van belang. Ze hadden liever wat anders gedaan, maar als ze dan toch moesten kiezen, dan maar iets wat zo dicht mogelijk bij een bestaande interesse lag.

Wat moesten de leerlingen vervolgens doen?

nieuwsgierig1De leerlingen gingen hun eigen onderzoeksvragen stellen. Voor de nieuwsgierigen vooral van belang om hun onderzoek wat gerichter te maken. Hun nieuwsgierigheid ging duidelijk over ‘leuk’, ‘ergens meer over te weten komen’, ‘ontdekken’: nieuwsgierigheid vanuit interesse. Voor de minder nieuwsgierigen leek dit van groot belang. Het stellen van vragen confronteert namelijk met een tekort: Je weet iets niet. Dat was in de gesprekken met leerlingen een kantelpunt: Nu wil ik het antwoord weten ook! De achterliggende theorie die ik heb gebruikt noemt dit curiosity as a feeling of deprivation (nieuwsgierigheid als een gevoel van gemis). Hierna was er eigenlijk geen onderscheid te maken tussen de verschillende type leerlingen. Ze wilden allemaal graag antwoord op hun vragen en daar maakten ze geen half werk van. Ze gebruikten bijvoorbeeld allemaal meer bronnen dan verplicht want “je wilt toch een compleet antwoord hebben op je vragen”.

Hoe faciliteer je een en ander als docent?

Ik heb gekeken naar de rol van de docent en die van ‘informatie’. Dat laatste is een lastige, want informatie is passief en zal iemand niet ‘zomaar’ nieuwsgierig maken. Het lijkt vanuit de theorie wel essentieel: geef leerlingen niet te weinig informatie, maar ook niet te veel. In het project is er voor gekozen om geen informatie te geven, behalve dan de clichématige foto’s van lifestyles op basis waarvan de leerlingen een keuze konden maken. Dat maakte de rol van de docent juist weer extra belangrijk: een ‘wegenwacht’ noemde een leerling het. “Als je vast zit, stelt zij op zo’n manier vragen dat het makkelijker wordt, maar toch ook niet, waardoor je het weer verder wilt onderzoeken.” Wat ik mooi vond was dat de leerlingen helemaal geen antwoorden van de docent willen, ze willen er echt zelf achter komen. Maar de docent was wel essentieel als coach en gids om leerlingen over of om een drempel heen te helpen of om een ‘routekaart’ uit te delen. Ik denk dat het nog wel eens vergeten wordt dat leerlingen geen ervaren (onder)zoekers zijn. Leerlingen lopen dan vast in frustratie en worden op die manier niet beloond voor hun nieuwsgierigheid.

Kun je al wat over de opbrengsten van het onderzoek prijsgeven?

Hm ja, het onderzoek geeft ten eerste hints wat betreft het rekening houden met verschillen in nieuwsgierigheid tussen leerlingen, het geeft verder zicht op de rol van de docent daarbij en laat ten slotte – voorlopig tenslotte – zien hoe belangrijk de hele cyclus van interesse, vragen stellen – onderzoeken – antwoorden – en weer nieuwe vragen vinden, is voor de nieuwsgierigheid van de leerlingen. En niet te vergeten: als nieuwsgierigheid een doel wordt binnen onderwijs, dan is het van belang leerlingen te leren zichzelf nieuwsgierig te maken. Leer ze dus zelf – verschillende – vragen stellen en onderzoeksstrategieën!

Is het kunstje of verandert er ook iets in de grondhouding van de leerling?

brebadIemand nieuwsgierig maken is een kunstje. Zie reclame. Ken je het boek van Roland van der Vorst hierover?  Misschien zijn films of series wel een beter voorbeeld. Er wordt daar zo met informatie gespeeld dat je erg nieuwsgierig wordt. In ‘whodunnit’s’ wordt bewust informatie achtergehouden zodat je zelf mee gaat zoeken naar de dader. Cliffhangers worden gebruikt om mogelijkheden open te laten, je gaat zelf al invullen hoe het verder zou kunnen gaan. De kern van dat ‘genoeglijk gemis’ (van der Vorst, 2011) is dat je geconfronteerd wordt met iets niet weten, maar dat je uitzicht hebt op het wel te weten. Wat een prettig gevoel is. Dit zijn ‘kunstjes’ die je ook in een onderwijscontext in zou kunnen zetten. Daarbij is vragen stellen, of ‘het oproepen van een genoeglijk gemis’ essentieel. Volgens Kashdan (2010) moet je dat dan gewoon zo vaak mogelijk doen: hoe vaker je iemand nieuwsgierig maakt, des te nieuwsgieriger die iemand wordt. Op dat moment verandert er dus echt iets in de persoon.

Maar wat gebeurt er als de vragen stoppen? Ik denk dat expliciteren van wat je doet – Waarom is om je heen kijken zo belangrijk? Waarom is vragen stellen belangrijk, Welke vragen geven welke antwoorden? Wat leer je van ‘met een vragende blik’ de wereld in kijken? Etcetera – en daar op een metacognitieve manier aandacht aan besteden daarom belangrijk is naast het nieuwsgierig onderzoeken zelf. Dan heeft ‘leren nieuwsgierig te worden’ – het wordt zo een beetje vervelende instrumentele terminologie voor zo’n prachtig iets… sorry – te maken met kinderen bewust om zich heen laten kijken, daar vragen over leren stellen en ze te helpen bij het vinden en ontdekken van antwoorden. Je zet dan inderdaad kunstjes in om kinderen te laten ontdekken dat je van dat proces kunt genieten. Maar zo kun je volgens mij ook daadwerkelijk iets veranderen in de grondhouding.

Ik las in een blog van je dat je ervoor pleit om het begrip talent te vervangen door nieuwsgierigheid. Leg eens uit?

Het gaat daarbij om het begrip ‘talent’ in het strategisch beleidsplan van onze school. Let op, ik pleit niet voor het afschaffen van aandacht voor talent. Al helemaal niet op het vmbo, waar leerlingen toch al niet overlopen van het zelfvertrouwen. Als algemeen uitgangspunt voor onderwijs (we gaan uit van het talent van de leerling) vind ik het echter een te smal perspectief. Ik denk dat het een taak in het onderwijs is om leerlingen te helpen ontdekken waar ze goed in zijn, maar ook waar ze niet goed in zijn (cursivering redactie). Ik vind het verder een belofte die je niet waar kan maken, kinderen weten vaak helemaal niet wat hun talent is, laat staat dat wij als docenten daar vanuit kunnen gaan. En dat nog los van het idee dat er ook een hoop negatieve talenten zijn die we liever niet ontwikkelen.

dr satanDat laatste is wel een beetje flauw, nieuwsgierigheid heeft natuurlijk ook een ‘duistere kant’. Maar die laatste biedt wat mij betreft wel meer aanknopingspunten om daadwerkelijk vanuit zo’n strategisch beleidsplan te vertalen naar de praktijk. De praktijk in de klas: nieuwsgierig kijken naar jezelf (wat vind je mooi, moeilijk, spannend, wat kun je, wat zou je willen kunnen, …) en naar de wereld om je heen (zie alle voorgaande vragen!). Maar het biedt ook implicaties voor wat je van docenten verwacht voor wat betreft hun nieuwsgierigheid. Welke ontwikkelingen op mijn vakgebied zijn er? Hoe passen die in mijn dagelijkse praktijk? Op die manier vind ik ‘nieuwsgierigheid’ een veel bredere en zinvollere basis dan ‘talent’. (Lees hier de betreffende blogpost)

MartijnsytsmaMartijn Sytsma

Docent Sport & Bewegen op het AOC Oost
Coach op Het Groene Lyceum
Student Master Leren & Innoveren
Weblog van Martijn: ‘Let’s go exploring!’:

 

Literatuur / referenties:

  • Vorst, R. Van der (2011) Nieuwsgierigheid, hoe wij elke dag worden verleid. Nieuw Amsterdam.
  • Kasdan, T. (2010). Nieuwsgierig? Spectrum.
Dit bericht werd geplaatst op door .

Profiel van de creatieve leerkracht

2015-01-22 13.32.35In het maartnummer van het tijdschrift Jeugd in School en Wereld (JSW) verscheen een artikel van Anouk en mij: De Creatieve Leerkracht. In dat artikel hebben we het onder meer over een oude bekende op deze weblog: Teresa Cremin. De Britse hoogleraar education die onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen die een creatieve leerkracht en een creatief leerklimaat kenmerken. Je kunt het artikel hier downloaden: De Creatieve leerkracht (JSW 03/15).

DSC01155In het onderzoeksrapport Creatieve Teaching for Tomorrow beschrijven de auteurs 4 pedagogische ‘praktijken’ die in het onderzoek telkens weer zichtbaar werden, en die creativiteit stimuleren: het profiel van de creatieve leerkracht als het ware.
We noemden ze al eerder op deze website en in het artikel vatten we ze als volgt samen:

  • Nieuwsgierigheid – Leerkracht en leerling verwonderen zich, stellen vragen en speculeren hardop. Er is tijd en ruimte om op zoek te gaan naar verschillende antwoorden.
  • Verbinding – Lesstof wordt relevant gemaakt door verbinding te zoeken met de wereld van het kind, hun interesses en voorkeuren. Ook worden andere mogelijkheden verkend.
  • Originaliteit – Nieuwe ideeën en onverwachte gebeurtenissen zijn hefboom voor Avontuurlijk leren: het oplossen van problemen en het zien van nieuwe mogelijkheden.
  • Eigenaarschap – Kinderen krijgen in toenemende mate zeggenschap over hun eigen leerproces. De leerkracht instrueert, stuurt en faciliteert op passend wijze.

foto-5Bij het onderzoek werden tientallen leraren geobserveerd en ondervraagd met betrekking tot hun houding en gedrag ten aanzien van creatieve ontwikkeling in hun onderwijspraktijk. Een van de vragenlijsten die daarbij gebruikt werd vind je hier: Reflecteren op jouw rol als creatieve leraar.
Gebruik deze vragenlijst eens om jezelf en je collega’s een spiegel voor te houden waar het gaat om jouw houding en gedrag ten aanzien van creatief denken in de klas. Wat is jouw creatieve profiel?

In het artikel verwijzen we ook naar creatieve basis-denkvaardigheden (flexibel associëren, creatief waarnemen, analogieën gebruiken en transformeren) en hoe die in de creatieve denktechniek De Divergentiematrix worden gebruikt. Een praktisch lesvoorbeeld ervan is te vinden in de les Het 1000 & 1 Dingen-Ding van Het Ideeëntoestel. De beschrijving van deze les kun je hier downloaden (+ materialen) of via de nieuwsbrief van C.D.O. van mei 2015.

Tot slot een quote van een van de co-auteurs van Creative teaching for tomorrow, Dr Stephen Scoffham (Principal Lecturer, Faculty of Education, Canterbury Christ Church University):
“One of the most interesting findings from our research was that teachers who think of themselves as creative seem likely to promote creativity in their pupils. In other words,
they have a creative state of mind. Future Creative and creative partners have a critical role to play in promoting this mind-set in both teachers and young people. We also found that creative practice was likely to flourish best in schools where there was a clear commitment to a shared ethos and where staff enjoyed the active support of the school leadership.”

David2klDavid

Dit bericht werd geplaatst op door .

Het nut van een Vlek

inktvlekIn mijn lokaal is een klein atelierhoekje gecreëerd. Daar staat materiaal wat ik af en toe verwissel en er zijn opdrachten die leerlingen kunnen maken na een korte instructie.  Enkele huishoudelijke regels en wat richtlijnen zorgen ervoor dat er doelgericht gewerkt kan worden. En het is steeds weer netjes na afloop. Dat loopt dus gesmeerd.

Tot op een dag Finn naar me toekomt met enigszins de staart tussen de benen. Hij had met de Oost-Indische inkt gewerkt en dat potje was nu helemaal omgevallen en leeg, maar hij zou het meteen opruimen beloofde hij beduusd. “Opruimen? Opruimen? Ik wil eerst zien wat voor vlek dat is!!”

Samen zijn we gaan kijken. Een behoorlijke vlek was het inmiddels; zijn tekenpapier was er vol van..
“Weet je wat? Laat die vlek maar even. Ruim de rest op en leg je vlek te drogen. En als het droog is praten we verder.”  Dat laatste hoefde ik niet meer te doen, want er ontstond de volgende ochtend vanzelf een groepje kinderen rondom De Vlek. “Het is een vrouw die iets wil pakken!” “Nee, het is een  dier wat hard weg wil rennen.”  De kinderen gingen er helemaal in op.  En ik hoefde niets te doen voor deze ontdekkingen; deze zo waardevolle gesprekken.

lindasinnigeVandaag had ik een hartstikke inspirerend gesprek met Linda (www.buroeigendeeg.nl) . En we vroegen ons samen hardop af of creatieve vaardigheden nou een apart vak zou moeten zijn, of niet. En als wel – hoe bied je dat dan aan? En als niet – hoe zorg je dan toch voor deze vaardigheid?  Want we zijn het er beiden roerend over eens dat creatieve vaardigheden in de brede zin een onmisbare factor is bij onze ontwikkeling.
Moeten we hier de kinderen van overtuigen? Welnee, zij zijn ons lichtend voorbeeld van Creativiteit. Hebben wij ze hier dan nog wel iets in te leren? Goeie vraag… Wie moet er dan eigenlijk bereikt worden?

Mijn idee hierover is dat je niet bij de leerling maar bij de leerkracht begint.  Hoe kun je met leerlingen op ontdekkingsreis gaan als je zelf niet ervaren hebt hoe het is om je creatieve vermogens aan te boren? Waar die creativiteit in zit, waar je het vindt en hoe je het ziet? Hoe dat is om oordeel uit te stellen, te ontwerpen vanuit een probleem. Iets zien wat niet eens meer lijkt op wat je zag?
Tegelijkertijd is juist je leerling een geweldige leermeester – als je de onbevangenheid van de kinderen omarmt en de mogelijkheden ziet om met en van ze te leren.
Het gaat er niet om dat wij de kinderen creatief denken bij moeten brengen. Het gaat erom dat wij de kinderen die aangeboren vaardigheid durven laten behouden. En daarvoor zullen wij als volwassenen hier en daar wat moeten afleren en aanleren.

Ik voel me gezegend met mijn talent om zo’n vlek te durven laten ‘leven’. En ik ben er erg trots op dat ik van de gebaande paden af durf te gaan om daadwerkelijk zo’n ontdekkingsreisje in het klein aan te gaan. Met het risico van onbegrip en onwetendheid binnen mijn werkveld op de koop toe nemend. Maar ik wil zo graag dat meer leerkrachten dit ervaren. En ik weet dat er genoeg collega’s zijn die dat best zouden willen durven maar niet goed weten hoe. We zijn in de groep zo intensief bezig met de ‘verplichte lesstof’ en de rust in de groep  – dat zo’n Vlek iets is wat opgelost kan en moet worden, opdat we weer over kunnen gaan tot het werkelijke nut van de dag. Vlekken kosten leertijd. En leertijd is werkdruk voor de leerkracht.
Ik ben ervan overtuigd dat creatieve vaardigheden meer vliegen in één klap slaan. Daarvoor even terug naar De Vlek. Wat deden de kinderen? Ze namen de tijd om te kijken. Ze verwoordden de beelden die ontstonden. Ze luisterden naar elkaar. Ze bleven bij het onderwerp. Is dit niet een belangrijk onderdeel in de taalmethodes? Spreken en luisteren? En wat heb ik ervoor moeten doen? Niets anders dan ruimte geven en stilstaan bij mogelijke uitdagingen die zich voordoen bij iets wat in eerste instantie een probleem leek. Ik heb ruimte gegeven voor creatief inzicht en tegelijkertijd een taalmoment gecreëerd. Werkdruk? Welnee.. het kostte me 27 seconden.

Ik weet zeker dat we ons dat als leerkracht (weer) eigen kunnen maken.  Stop eventjes met moeten – en kijk dan wat er allemaal mag.  Heb dat lef!

Tegen degenen die dit (h)erkennen zou ik willen zeggen:  Gooi die inktpot zelf eens om in een onbewaakt moment en neem er lekker de tijd voor. Kijk naar wat je ziet. Het nut hiervan moet je voelen, en dan praten we verder. (over probleemoplossend denken, uitstellen van oordeel, verwonderen, durven –  bijvoorbeeld…)

En tegen schooldirecties en –besturen zou ik willen zeggen: Investeer in het creatieve denkproces van je leerkracht. Blaas leven in de lesstof. Zorg dat je team met Lef durft te onderwijzen.
Organiseer een goede workshop tijdens een studiemiddag. Creatief denken leer je vooral door het te ervaren en met een stuk theoretische achtergrond geef je je team een basis om hier gericht op voort te borduren.  Het wordt tijd dat creatief denken niet blijft bij het toevallig omvallen van een inktpot op het juiste moment bij de ‘juiste’ juf, maar dat het op waarde geschat wordt en gezien wordt als het cement van onze bouwstenen die we de kinderen aanbieden. Durf die eigenwijze inspirerende leerkracht te zijn! Moet ‘creatief denken’ een vak worden binnen het onderwijs? Wat mij betreft totaal niet! Moet ‘creatief denken’ een belangrijke vaardigheid zijn? Absoluut!

De gastheer van deze waardevolle website, David van der Kooij, organiseert deze workshops.
Voor mijn eigen lespraktijk maak ik graag gebruik van Davids boek “Het Grote Vindingrijkboek”.  Ik gebruik hierbij de achtergrondinformatie die hij hierin op een laagdrempelige manier omschrijft en ga daar dan graag zelf mee aan de slag. Vind je dit lastig, dan vind je per onderwerp leuke lessuggesties. (Download hier de vlekkerige lessuggestie Continenten op drift uit Het Grote Vindingrijkboek)

kickstarterOok wil ik graag aandacht voor twee geweldig gemotiveerde vrouwen die Buro Eigen Deeg hebben opgezet. Wat begon als afstudeerproject (met een prachtig werkboek!) is uitgebloeid tot een missie vanuit ook weer de visie dat creativiteit zoveel en tegelijkertijd zo eenvoudig is. Iedereen is  het en creativiteit is overal. Ook zij geven je graag dat zetje om het weer te hervinden. Kijk voor meer informatie op: www.buroeigendeeg.nl

En ik hoop u vandaag het nut van een vlek te hebben bijgebracht.  😉

Ellen Bollen (Klein formaat)Ellen

Dit bericht werd geplaatst op door .