Auteursarchief: Redactie

BRIL.brussels = CREATIEVE BLIK OP KLAS & STAD

“Hoe geraak jij zonder file tot in de school?”, “bedenk een stoel waardoor elke leerling blijft zitten”, “Waar en hoe plaats jij een extra school in de overvolle stad?”… Dit zijn maar enkele voorbeelden uit het traject BRIL.brussels; een online creatief denktraject voor leraren in en rond de Belgische hoofdstad.

BRIL.brussels is een initiatief vanuit het Kenniscentrum Urban Coaching & Education van de Erasmushogeschool Brussel en wordt mee gefinancierd door de Vlaamse Overheid.

Het kenniscentrum gelooft dat creatief denken wel eens dé survival-tool kan zijn voor de leraar in het grootstedelijk onderwijs; een onderwijs met vele troeven, maar ook met vele bochten. Het Brussels onderwijs vereist hierdoor – zoals in elke hoofdstad – een flexibele, creatieve oplossingsgerichte mindset.

Dat deze grootstedelijke uitdagingen geen evidentie zijn voor leraren die meestal in de Vlaamse rand rond Brussel wonen, blijkt uit het grote verloop. Na enkele jaren kiest immers een groot deel van de leraren voor een job in een Vlaamse school buiten de hoofdstad van België.

Daarom wil het project BRIL.brussels de geest van leraren (in spé) in een verfrissende stand brengen; kietelen en eenvoudige, creatieve denkpistes aanreiken waardoor het onderwijs en de hoofdstad vanuit diverse, verrassende perspectieven kan gezien worden.

Een laagdrempelig, online traject is de eerste tool die BRIL.brussels heeft uitgewerkt : door middel van 12 bril-brieven en evenveel vragen over klas & stad, wordt de leraar (in spé) uitgedaagd een creatief idee te spuien op de website. H/zij wordt hierbij geholpen door tips & tricks; waaronder technieken zoals de divergentiematrix, voorbeelden uit Brussel en ook ‘eenvoudige brillen’ waardoor je de vraag en de werkelijkheid ‘anders’ kan bekijken.

De creatieve hersenactiviteit die de leraar hierbij ontwikkelt en gebruikt, maakt hem creatief, adaptief, tolerant en geeft hem vertrouwen; vertrouwen in zichzelf als mens en leraar, maar ook in de leerlingen en de bredere context.

Het project startte in oktober 2016 en vandaag hebben 180 leraren en leraren in spé zich ingeschreven. Inschrijven kan op elk moment, maar in april zal de eerste lichting deelnemers het traject volledig doorlopen hebben. Aan de hand van hun feedback wordt de online omgeving bijgesteld. Tussentijds werden reeds ‘levels’ toegevoegd, waardoor men kan groeien van ‘creatieve benjamin’ tot ‘creatief natuurtalent’? Dit doet men door creatieve ideeën te spuien en de ideeën van anderen te liken.

Maar BRIL.brussels is ook voor niet-Belgen interessant om te doen.
Bekijk het als een creatieve denk-trip naar Brussel vanuit je Nederlandse stoel.
Surf naar WWW.BRIL.BRUSSELS en schrijf je in.

Griet Deknopper
Kenniscentrum Urban Coaching & Creative Education
Erasmushogeschool Brussel – dep. EDU

Dit bericht werd geplaatst op door .

Make creativity great again!

Ik ben nu 26 jaar en werk al een aantal jaren in het technische onderwijs. De laatste tijd zie ik een verandering bij het bedrijfsleven en hierdoor ook bij onze school. Er worden op het Graafschap College studies ontwikkeld met de naam ‘Smart building’ en ‘Smart industrie’. Technologie ontwikkeld zich razend snel. De afgelopen jaren is er door de komst van het internet, de computer en daarna de smartphone veel veranderd.

Robots vervangen steeds vaker de banen van mensen. Door deze veranderingen worden er ook veranderingen verwacht van ons als mensen. In onderwijsland wordt al een lange tijd gezegd dat we studenten moeten opleiden voor de toekomst. Er wordt gesproken over 21-eeuwse vaardigheden. Het kennisnet heeft hier een nieuw model voor ontwikkeld. Een belangrijk onderdeel van deze 21-eeuwse vaardigheden zijn ‘creatief denken’ en ‘probleem oplossen’. Vaardigheden zijn al veel belangrijker geworden dan parate kennis. Voor mij is het creatief denken een belangrijke vaardigheid. Hoe ga je je straks nog onderscheiden van een robot? Deze kan toch alles veel sneller! Hij zeurt nooit, werkt 24 uur per dag en kost op den duur minder geld dan een werknemer. Ik denk dat je je kunt onderscheiden van de robot door dingen te doen waar een robot op dit moment nog niet voor gemaakt is, namelijk zelf nadenken. Een robot wordt geprogrammeerd en volgt zijn programma, hier zal hij niet vanaf wijken. Als mens kun je dit juist wel doen!

Om mee te gaan in de maatschappij die zich razendsnel ontwikkeld ben ik van mening dat je je juist moet kunnen onderscheiden. Wanneer je creatief kunt denken kun je juist andere associaties maken als die voor de hand liggen. Is het niet vreemd dat kleuters creatiever zijn dan volwassen mensen? Kleuters kunnen makkelijker buiten de kaders denken dan volwassenen. Ken Robinson is al een lange tijd bezig om creativiteit belangrijker te maken in het onderwijs. Wij leren in de huidige maatschappij creativiteit juist af! Door onze regels en structuren zijn we gewend om alles binnen deze structuren te doen. Als ontwerper, docent en als persoon is mijn ontwerpvraag daarom dan ook: Hoe kan ik een methode of tool ontwikkelen dat de MBO-student motiveert om meerdere ideeën te gaan ontwikkelen.

Tijdens mijn studie industrieel product ontwerp (IPO) werd ik al direct geduwd in het korset van ‘methodisch ontwerpen’. Dit is een lineair proces dat elke stap eerst afsluit voordat je naar de volgende stap gaat. In 2008 heb ik zelf een kaart gemaakt met de belangen in het ontwerpproces.

Deze kaart laat het methodisch ontwerpen zien met de belangen van mensen tijdens het ontwerpproces. Dit ontwerpproces zit lineair in elkaar en in het ontwerpproces worden ideeën en concepten getoetst aan de hand van een programma van eisen (PVE). Waar is hier de plek voor een uniek idee? Waar is de ruimte voor een bijzondere ingeving? Waar is de creativiteit? Aan deze zoektocht ben ik al een tijd geleden begonnen. In de herfstvakantie ben ik afgereisd naar Amerika om te kijken hoe ze hier met het ontwerpproces omgaan. Ik ben twee weken verbleven bij Cynthia Harrison. Zij is docente Graphic Deisgn aan het Casper College. Tijdens deze reis heb ik de overeenkomsten en de verschillen in kaart gebracht. Het is mij opgevallen dat er in Amerika veel tijd wordt besteed aan de keuze momenten en studenten elkaar ook feedback geven op elkaars ontwerpen. Deze resultaten heb ik vast gelegd in een poster.

Het Casper College werkt niet met projecten en studenten lopen geen stage. Hierdoor is er weinig creativiteit nodig bij de technische opleidingen. Studenten krijgen opdrachten die ze moeten uitvoeren. Dit systeem vind ik erg ouderwets. Het schoolsysteem dat wordt gehanteerd in Amerika zal in Nederland niet kunnen werken. De klassen zijn erg klein (maximaal 12 leerlingen) en elke leraar heeft zijn eigen lokaal en kantoor. Door de kleine klassen zie je dat de docenten veel meer persoonlijke aandacht aan de student kan geven.

Tijdens mijn verblijf in Amerika heb ik verschillende aspecten bevestigd gekregen, namelijk dat de drempel laag moet zijn om zonder weerstand verschillende concepten op te leveren. De leerlingen moeten zich in de klas veilig voelen en respect hebben voor elkaars opmerkingen hierdoor kunnen ze beter en eerlijker feedback aan elkaar geven. Door mijlpalen te zetten tijdens het ontwerpproces kunnen de leerlingen hier naar toe werken. Presentaties aan de gehele klas werkte op het Casper College erg goed. Doordat leerlingen hun ontwerp aan elkaar laten zien, willen ze ook allemaal ontwerpen opleveren van goede kwaliteit.

Om antwoord te vinden op mijn hoofdvraag (Hoe kan ik een methode/tool ontwikkelen die de MBO-student motiveert om meerdere ideeën te genereren?) heb ik deze in twee deelvragen opgedeeld:

  1. Hoe motiveer je een MBO-student?
  2. Hoe worden unieke ideeën ontwikkelt?

Om studenten gemotiveerder te maken voor de opdrachten die ze voor school moeten doen maak ik gebruik van de zelfdeterminatietheorie (deci en ryan 2000). Deze theorie beschrijft dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering en groei van een persoon toestaan. Deze basisbehoeften zijn verbondenheid, bekwaam voelen en het gevoel zelf de regie te hebben. Om meer verbondenheid te creëren in de school met de projecten van de studenten heb ik een wand gemaakt waar de studenten hun projecten visueel maken. Deze wand zorgt ervoor dat de studenten de projecten zichtbaar maken en niet alle informatie alleen maar op de computer laten staan.

Het internet beïnvloed ons dagelijkse leven. We veranderen van een kennismaatschappij naar een maatschappij waarin veel kennis kan worden opgezocht op internet. Om te ontdekken hoe unieke ideeën worden ontwikkeld heb ik een experiment gedaan met eerste jaars studenten ‘Industrieel Design’. Studenten hadden de opdracht om een vouwkruk te ontwerpen. Om niet direct op het internet te blijven hangen heb ik studenten de opdracht gegeven om een ‘spuugmodel’ te maken voor hun ontwerp. Ze hebben verschillende vouwsystemen gemaakt en ze zijn hier een les mee bezig geweest.

Aan het einde van de les heb ik de studenten gevraagd wat ze hieraan hadden gehad. Dit hebben ze verwoordt in 3 woorden per persoon. Wat mij het meeste opviel is dat een hoop studenten het ‘tijdsverdoening’ vonden, maar dat sommige studenten ook het gevoel hadden elkaar beter te leren kennen en dit terwijl leerlingen al bijna een schooljaar bij elkaar in de klas zaten. Een volgend experiment was het geven van een opdracht die minder strak is geformuleerd. Studenten moesten een instelbare bureaulamp ontwerpen die een 3d geprint onderdeel bevatte. Studenten die het lastig vonden om zelf een product te maken hebben een product gemaakt die in de buurt komt van een standaard bureaulamp. Hier was mijn doel om van kopiëren naar creëren te komen.

 

De verschillende creativiteitstechnieken heb ik geplaatst in een grafiek om zo te zien welke techniek voor mijn participanten goed werkt. De grafiek heeft 3 variabelen namelijk; patronen doorbreken, ideecreativiteit en de motivatie van de student. Uit deze grafiek blijkt dat het morfologisch overzicht de meeste ideecreativiteit en de meeste motivatie wekt.

Het morfologisch overzicht is een onderdeel geworden van een lessenserie ‘creatief denken’. Creativiteit is altijd al van belang geweest in onze maatschappij, maar vanwege de snelle technologische ontwikkelingen worden vaardigheden steeds belangrijker, zeker het ‘creatief denken’ en het ‘oplossen van problemen’. Na gesprekken met verschillende experts (Harold van Dartel, David van der KooijHilko van Idsinga, Dick Swaab en Nol Twigt) is deze lessenserie ‘creatief denken’ ontwikkeld. Het boek ‘Creativiteit Hoe? Zo!’ van Igor Byttebier is mijn leidraad geweest voor deze lessenserie. De lessenserie bestaat op dit moment uit 5 lessen:

Les 1         Bewustwording van patronen denken
Les 2/3    Groepsbrainstormsessie
Les 4         Uitwerken ideeën tot de oplossing
Les 5         Eindpresentaties

De ideeënmatrix is een deel geworden van de lessenserie. Deze ideeënmatrix is een bestaande matrix (morfologisch overzicht) die ik heb aangepast en visueel heb gemaakt. Expert Nol Twigt gebruikt het morfologisch overzicht in zijn eigen ontwerpmethode. Deze ideeënmatrix is een start van mijn eigen tool of methode die de MBO-student moet motiveren om meerdere ideeën te gaan genereren. De matrix maakt inzichtelijk welke oplossingen er allemaal zijn bedacht voor een essentiële functie. Deze oplossingen kun je met elkaar combineren om zo meerdere ideeën te ontwikkelen.

Om de matrix goed te kunnen gebruiken moet je de essentiële functies van het ontwerpprobleem zien te vinden. De matrix heeft mij het inzicht gegeven dat studenten makkelijk meerdere ideeën kunnen genereren, maar ze vinden het erg moeilijk om de essentiële functies van en een ontwerpprobleem te vinden. Ook vind ik dat er nog te weinig creativiteit wordt gebruikt om de matrix in te vullen. Er zal een herontwerp moeten komen…  Zal het dan toch lukken om creativiteit weer ‘great again’ te maken?

Louise Elferink
Teacher Industrial Design
Graafschap College

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Codex Seraphinianus

“Drie benen, mag dat wel?” “Natuurlijk!”, zei ik. “Echt!? Maar dat is toch niet logisch…” Verward keek Emma me aan en ging aarzelend maar enthousiast verder met haar tekening. Het was mijn tweede les in haar klas en deze reactie was precies waar ik voor gekomen was.

Vorig schooljaar mocht ik in vijf groepen van een Leonardoschool ‘creatieve’ lessen geven. Als grafisch vormgever met passie voor creatief denken én een pedagogisch-didactisch diploma was dit voor mij een mooie kans. In mijn eigen schoolloopbaan jaren geleden en nu in die van mijn kinderen was bijzonder weinig ruimte voor creativiteit. Wel voor knip-, plak-, schilder- of tekenwerkjes, maar erg weinig voor échte verwondering, voor eigen vondsten of gekke uitvindingen.

Ik wilde de kinderen graag laten ontdekken hoe vindingrijk ze zijn. Dat niet alles logisch is, of een uitkomst hoeft te hebben.

Ik introduceerde de Codex Seraphinianus, een –in mijn ogen- briljant kunstwerk. Een soort encyclopedie, gevuld met fascinerende creaties en teksten in een taal die geen mens kan ontcijferen.

Alle kinderen kregen van mij hun eigen (lege) codex en elke les voegden we een nieuw hoofdstuk toe. We tekenden zelfverzonnen dieren in hun leefomgeving en gebruikten de divergentiematrix van David van der Kooij om machines met meerdere functies te ontwerpen. We zongen over een held op sokken en combineerden woorden om uitvindingen te doen. Sommige kinderen schreven er in hun eigen geheimtaal een handleiding of beschrijving bij.

De verwarring van het meisje resulteerde in een robot die lege flessen verzamelde en ze hergebruikte als confetti. Eén van de vele prachtige uitvindingen. Aan het einde van de les toonden de kinderen trots aan de rest van de klas welke machine ze hadden bedacht. Er werd gelachen en aandachtig geluisterd.

“Dit was de gaafste les ooit, juf!”, zei Jens naderhand. Missie geslaagd. Ik ben blij dat ik komend voorjaar weer les mag komen geven.

David, bedankt voor je inspirerende ideeën!

Lindy Jansen

 

 

 

 

Hier vind je meer informatie over de Codex Seraphinianus.

Dit bericht werd geplaatst op door .

Een nieuw perspectief

Is de eerste ingeving die je hebt altijd de beste? Wanneer ben je origineel? Hoe maak je een weloverwogen keuze? Tijdens de werkvorm ‘een nieuw perspectief’ ervaren de leerlingen de antwoorden op deze vragen. Deze werkvorm is dan ook uitermate geschikt om te werken aan de vaardigheden probleemoplossend vermogen en creativiteit.

Voor de uitvoering van deze werkvorm hebben de leerlingen een fototoestel nodig. Gelukkig is dat (in groep 8) geen enkel probleem. Elke leerling heeft thuis wel een tablet of mobieltje. Allen voorzien van een fototoestel komen ze op school. Voorafgaand aan de opdracht laat ik de leerlingen een aantal ‘reclamefoto’s’ zien. Ik vraag de leerlingen hoe deze foto’s zijn gemaakt. Waarom heeft de fotograaf voor dit beeld gekozen? Al snel volgt een gesprek over ‘wat is mooi’ en ‘wanneer is iets kunst’. Nu laat ik de kinderen stil staan bij de acties en gedachten van de fotograaf. Is dit zijn eerste ingeving geweest? Uit hoeveel foto’s heeft hij deze gekozen? Samen concluderen we dat de fotograaf waarschijnlijk veel verschillende perspectieven heeft geprobeerd. Daarna heeft hij de foto’s kritisch bekeken en de ‘beste’ uitgekozen. Ook valt het op dat de foto’s er bijzonder of ‘kunstig’ uit zien doordat ze anders zijn dan een foto die je zelf zou maken. Dit vergt een hoop creativiteit.

Willekeurig deel ik de leerlingen op in duo’s. Elk duo krijgt een enveloppe met daarin 6 kaartjes. Op elk kaartje staat een ‘titel’, zoals: ‘kleurrijk’, ‘sneller dan het licht’ en ‘alleen’. De leerlingen krijgen de opdracht te bedenken welke foto’s je kunt maken die betrekking hebben op een titel uit de enveloppe. Deze mogelijkheden schrijven ze op een papier.

Hierna doe ik de opdracht voor. Op de instructietafel ligt een appel. Ik vertel dat ik een foto ga maken van deze appel. Ik sta rechtop en gebruik een ‘traditioneel’ fotoperspectief. Ik vraag of dit perspectief een origineel perspectief is. De leerlingen antwoorden unaniem ‘nee’. ‘Zo maakt mijn moeder altijd foto’s’, merkt een leerling op. Ik neem een tweede perspectief aan en we concluderen dat deze maar een klein beetje anders is dan het eerste perspectief. Ook het derde perspectief is nog niet echt origineel. Wanneer ik bijna op de tafel lig met mijn fototoestel ondersteboven roepen de leerlingen: ‘Ja! nu, maak de foto!’

Als geheugensteun krijgen de leerlingen allemaal een strook waarop onder elkaar drie kruizen en een krul staan. Op het eerste kruis zit een wasknijper. De leerlingen moeten drie verschillende perspectieven innemen voordat ze de foto mogen maken. De wasknijper wordt na elke wisseling van perspectief verschoven.

De leerlingen krijgen een uur de tijd om de foto’s te maken. Ik spreek af in welke ruimtes ze mogen komen (het schoolgebouwen en een gedeelte van de aangrenzende wijk) en stuur ze op pad. Enthousiast en vol ideeën gaan ze op pad. Tijdens het rond lopen zie ik kinderen verschillende perspectieven innemen en vol vuur discussiëren over de beste ‘setting’ voor een foto. Ze vatten de titels die ik gegeven heb op verschillende manieren op. Ik zie nauwelijks leerlingen op dezelfde plek een foto maken.

Na het uur komen de leerlingen tevreden terug. Sommige duo’s hebben meer dan honderd foto’s geschoten! Nu is het tijd om te schiften. De leerlingen krijgen de opdracht om de foto’s die zij het meest origineel, bijzonder of creatief vinden naar mij toe te sturen. Hiervoor krijgen ze een aantal dagen de tijd.

Wanneer ik mijn mailbox open ben ik enorm verrast door het resultaat. Elke groep heeft een aantal foto’s geschoten die (in mijn optiek) ‘galerie waardig’ zijn. Elk groepje presenteert de foto’s op het smartboard. Trots vertellen de leerlingen hoe ze tot de keuze van dit perspectief zijn gekomen en waarom deze foto goed bij de titel past. Zichtbaar zijn ze onder de indruk van de foto’s die op het smartboard verschijnen. ‘Het lijken wel echte kunst of reclame foto’s.’ In het nagesprek praten we over ‘creativiteit’ en ‘origineel zijn’. Over ‘keuzes maken’ en ‘de eerste ingeving’. ‘Creativiteit heeft soms ook tijd nodig’ hoor ik een leerling vertellen. ‘Soms is het goed om langer na te denken over een oplossing van een probleem!’

Na de les staat één van mijn leerlingen gefocust naar het smartboard te kijken. Op het bord is een door hem gemaakte foto te zien. De complete afbeelding wordt goed bestudeerd. ‘Ik had echt deze foto echt nooit zomaar kunnen maken!’ merkt hij op.

En dat was nou precies de bedoeling!

Rudger Minnee
Leerkracht speciaal onderwijs cluster 4
Specialist 21e eeuws leren (post hbo)
Master SEN

 

 

Achtergrondinformatie:

Creatief denken en handelen is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden (SLO, 2015). Probleemoplossend vermogen is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen (SLO, 2015) Niet zo gek dat creativiteit en probleemoplossend vermogen dikwijls in één adem worden genoemd. Ze zijn immers aan elkaar verwant. Bij het oplossen van een vraagstuk probeer je creatieve oplossingen te zoeken en bij het creatief denken probeer je een vraagstuk op te lossen. Volgens de Jong (2004) kan bij het creatief denken een aantal stappen worden onderscheiden. Dit wordt beschreven in het creatief proces model:

  • Kaderen: Het afbakenen van het gebied waar je aandacht zich op gaat richten.
  • Waarnemen: Het verzamelen van informatie en ervaringen.
  • Focussen: Het aanscherpen van het gebied waar de aandacht zich op gaat richten.
  • Verbeelden: Het vormen van beelden van dingen die er niet zijn, of beter, die niet waarneembaar of meetbaar zijn.
  • Divergeren: Het bedenken van zoveel mogelijk oplossingen of manieren om een doel te bereiken. (divergent denken)
  • Experimenteren: Het uitproberen van mogelijke oplossingen en van ideeën, of van delen daarvan.
  • Convergeren: Het kiezen van de meest geschikte mogelijkheid. (convergent denken)
  • Vormgeven: Het tot stand brengen, het maken van het ‘product’. Het gaat dus om praktische vaardigheden.
  • Presenteren: Het uitgewerkte product of half-product tonen aan anderen.

Deze stappen hoeven niet in deze volgorde worden uitgevoerd. Het creatief denken is een ‘organisch’ proces. Stappen kunnen meerdere malen worden uitgevoerd, individueel of door meerdere personen. Onderdelen uit dit ‘creatief proces model’ vinden wij ook terug als deelvaardigheden van het probleemoplossend vermogen. Bijvoorbeeld het kennen van conventionele en innovatieve (oplossings)strategieën om met onbekende problemen om te gaan en het convergent denken (Marzano & Heflebower, 2012).

Tijdens het uitvoeren van de lessuggestie ‘een nieuw perspectief’ doorlopen we alle stappen van dit creatief proces model. Zo creëren  zij een origineel en vooral ook creatief product.

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Geen ge-ja-maar in het Ideeëntoestel

1000&1 dingenAls beginnend leerkracht zie ik dat veel leerkrachten door werkdruk, de visie van hun school of misschien wel het feit dat ze parttime voor de klas staan, niet toekomen aan wat zij leerlingen zelf willen meegeven. Zo wordt het belang van creativiteit door velen beaamd, maar zijn er slechts enkelen die bewust gehoor geven aan deze natuurlijke behoefte van kinderen. Ja-maar wat levert het op? Ja-maar het kost te veel tijd. Ja-maar wij doen toch al heel veel! Ja-maar wij doen het hier zo.

Een van de vijf basisvaardigheden van creativiteit is het uitstellen van oordeel. Dit punt laat ik iedere les of activiteit, met betrekking tot creatief denken, terugkomen en benoemen door leerlingen. Opvallend is dat de leerlingen het uitstellen van oordeel zowel binnen als buiten de klas toepassen en dat ze elkaar hier scherp op houden. Zo bouwen ze tijdens het werken met thema’s voort op elkaars ideeën en reageren ze met ‘ja-en’ op elkaar. Bewust bezig zijn met de ontwikkeling van creatief denken kan leiden tot grootse doelen, in mijn geval dat ieder kind voelt dat het zichzelf kan zijn.

Cb0kBYMUYAA14xFHet ideeëntoestel geeft mij het gevoel dat ik mijn leerlingen voorbereid op de toekomst. Dit omdat het vermogen om creatief te kunnen denken antwoord kan geven op de problemen die de toekomst gaat bieden. Het onderwijs waarin ik actief ben is ontwikkelingsgericht, hierin wordt veel gewerkt binnen thema’s. De lessen die het ideeëntoestel biedt zijn kant- en klaar om te gebruiken maar ze zijn ook gemakkelijk aan te passen, bijvoorbeeld aan een thema.

Ik gebruik het ideeëntoestel nu al meer dan een jaar met veel plezier en ik ben van plan om het nog lang te gaan gebruiken. Het maakt mij een betere leerkracht en het heeft ervoor gezorgd dat ik me bewust geworden ben van mijn eigen creatieve proces. Het ideeëntoestel is een must-have voor alle leerkrachten van de toekomst.

ronaldwilkRonald

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Creatief in het doel

doelcdoblogSoms vraag je je af of je creativiteit kunt meten. En of dat eigenlijk wel nodig is om te bepalen. Misschien moet je creativiteit wat minder proberen te bepalen, maar wel wat vaker waarderen als je het tegenkomt!

Mijn kleindochter Maartje werd onlangs twaalf jaar. Een bijzondere gebeurtenis. Er ligt immers iets heel bijzonders in het verschiet. Het duurt nog slechts een aantal maanden en dan ga je naar de middelbare school. Keuzes voor het schooltype, keuzes voor de school zelf, en keuzes voor talentvakken die je buiten het rooster om kunt doen.

Het vak creativiteit staat niet in het aanbod dat de scholen haar boden, behalve dan wat we de creatieve vakken noemen. Hoewel ze in de “creatieve vakken” geen slechte beurt maakt, vindt ze rekenen toch wel een van haar favoriete vakken. Met haar rekenvaardigheid verbaasde ze me op een zeer creatieve manier.

Sinds een tijdje is ze keepster in een hockey-ploeg. Ze ziet er bijzonder stoer uit met al de beschermingslagen voor haar benen, voeten, haar groeiende lijf en haar gezicht. Als een professional staat ze in het doel en houdt de ene bal na de andere tegen. Onlangs vroeg ze zichzelf hoe goed ze eigenlijk is. Het is hartstikke fijn als iedereen zegt dat ze goed is. Ook een keer de beste keepster van het toernooi zijn is natuurlijk fantastisch. Maar kun je dat “goed zijn” ook op de een of andere manier bepalen, vroeg ze zichzelf af?
Ze bedacht dat als ze nou meer ballen zou tegenhouden dan dat ze zou doorlaten, dan zou dat een goede maat zijn voor een wedstrijd. Doordat ze rekenen leuk vindt kreeg dat een interessante wending.

Na een wedstrijd zei ze tegen me, dat het een goede wedstrijd voor haar was. Ze had een persoonlijke score van 70 procent. Ik kende haar maatgeving op dat moment nog niet, dus stond ik een beetje met mijn ogen te knipperen. “70 procent?”, vroeg ik voorzichtig, “dat klinkt heel goed.” “Ja, zei, kijk, ik heb 20 ballen op het doel gekregen, ik heb er 14 tegen weten te houden. Dus heb ik 70 procent tegen weten te houden.” Ze vervolgde, “ik wil meer dan de helft van de ballen tegenhouden, dan heb ik het goed gedaan. Ik moet dus meer dan 50 procent wegschoppen, vangen of bovenop gaan liggen. Als ik 60 procent of meer tegenhoud dan heb ik tijdens een wedstrijd goed gedaan.”

Ik was trots. Trots op een goede keepster en trots op haar creatieve vaardigheid. Een resultaat dat klinkt als een klok, en nooit in een CITO-toets zal worden gemeten.

hansstavleuHans Stavleu

Dit bericht werd geplaatst op door .

Nieuwsgierige aagjes… eh… oogjes!

Schermafbeelding 2016-04-10 om 10.47.16Met het volle programma op de basisschool komt er helaas weinig van grote projecten omtrent creatief denken. Tijdens mijn pabo studie heb ik onderzocht of het toepassen van korte spelletjes het creatief denken bij kinderen vergroot. Denk hierbij aan energizers, raadsels, puzzels en associaties. Deze zijn makkelijk in te zetten in plaats van andere bezigheden als er wat tijd over is.  

Het volgende spelletje heb ik al in veel groepen gedaan. Dat gaat dan ongeveer zo:

We hebben hard gewerkt vandaag en er is zowaar wat tijd over. De kinderen zijn heel braaf aan het werk met dingen die ze doen als ze klaar zijn met hun taken. Sommigen werken samen aan een project, anderen zitten achter de computer rekenspelletjes te doen, oefenen spelling, weer anderen maken nog wat werk af. Niemand let op mij. Mooi! Tijd voor actie. Stiekem maak ik het volgende tekeningetje op het whiteboard:

wat is dit cdoblogIk loop mijn gewoonlijke rondje door de klas om te kijken of ik nog kinderen hulp kan bieden. Dan zie ik een opgestoken vinger. Ik knik de jongen toe. “Juf, wat is dat op het bord?” De halve klas kijkt op en naar het bord. Ik kijk ook en zeg: “Oh, nu je het zegt… geen idee. Wat denk jij?” “Ja, uh, dat weet ik niet, moet het wat zijn dan?” Ik vraag hem: “Wat denk jij dat het zou kunnen zijn?”. Nu is de hele klas nieuwsgierig geworden. Een meisje zegt: “Het lijken wel twee oogjes, van een slak die over een muurtje kijkt.” “Of nee, een alien!” roept een jongetje. Kinderen staan op en lopen naar het bord. Ze beginnen enthousiast door elkaar te roepen. Even wat structuur aanbrengen… Niet veel later zitten alle kinderen weer op hun plaats. Ik vraag ze eens goed naar de tekening te kijken en zoveel mogelijk dingen te bedenken wat het zou kunnen zijn.

Ik geef nooit suggesties, ze gaan lekker hun gang. Kinderen die eerst niet durven, moedig ik aan. Als ze eenmaal iets hebben bedacht, gaan ze meestal helemaal los. Foute antwoorden zijn er immers niet. Het grappige is, dat het altijd volgens een bepaald stramien verloopt. In eerste instantie bekijken ze de tekening zoals hij er staat, rechtop. Dan krijg ik een hele rits antwoorden als de slak en de alien. Dan volgen er dingen op stokjes en palen, zoals verkeersborden, lolly’s, gesuikerde appels en bomen. Borsten worden ook genoemd, vooral in groep 6 ;-). En dan ineens is er eentje die zegt: “Het is een skateboard ondersteboven”. Sommige kinderen gaan dan zelfs met hun hoofd ondersteboven de tekening bekijken. Er volgen wat antwoorden als een kar, een auto, skates et cetera. De tekening wordt daarna gekanteld en dan zijn het ineens knoopjes aan een jas of twee liftknopjes. Uiteindelijk wordt de tekening ook van bovenaf bekeken, met als mooiste antwoord dat ik hierbij heb gekregen (uit een groep 8): “Twee Mexicanen die tegen een muurtje piesen”.

Een lesje creatief denken, zonder dat ze er erg in hebben. Even de dagelijkse routine doorbreken en de hersentjes nieuwe weggetjes laten inslaan. Leren creatief te denken, het kan zo simpel zijn, soms.

mylenemcilveen2Mylène Mcilveen
Leerkracht bovenbouw IKC Vankampen Vlaardingen

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

5 minuten Creatief Denken

5minutesAVeel leraren willen graag de creatieve denkvermogens van hun leerlingen prikkelen, aanspreken en ontwikkelen. Vaak ontbreekt het hen aan de tijd om daar interventies voor te verzinnen en maken. En net zo vaak lijkt het aan tijd te ontbreken om deze activiteiten in te passen in het lesprogramma. ‘5 minuten creatief denken’ is de manier om beide drempels te slechten.

Het nieuwste lid van de ‘5 minutenreeks’ van Onderwijs Maak Je Samen & Bazalt Educatieve Uitgaven is 5 minuten creatief denken!

40 kaarten met op iedere kaart een activiteiten die het creatieve denken en de vindingrijkheid van de leerlingen van groep 1 t/m 8 uitdagen en op de proef stellen. Creatief denken is het vermogen om nieuwe, verrassende en waardevolle ideeën te bedenken en houdt verband met nieuwsgierigheid, flexibiliteit, onderzoeken en ontwerpen. We vinden het niet alleen – en vanzelfsprekend – terug in de 21e eeuwse vaardigheid creativiteit, maar ook bij met name probleem oplossend denken en kritisch denken.

In alle activiteiten staat het leggen van nieuwe en betekenisvolle verbanden centraal. Wat de leerlingen waarnemen en aangeboden krijgen koppelen zij op diverse manieren en op onverwachte wijze aan wat zij al weten. Zo ontstaan nieuwe en potentieel waardevolle ideeën en producten, die weer kritisch onder de loep worden gelegd: creativiteit én kritisch denken. Een praktisch voorbeeld uit 5 minuten Creatief Denken:

De donkerlamp
“Bedenk samen met de leerlingen namen voor concrete voorwerpen of dingen met een tegenstelling erin, zoals donkerlamp, steenboom, zinkboot. Daarna bedenken ze voor een aantal van hun vondsten hoe dit toch functionele, waardevolle dingen kunnen zijn. Een zinkboot is bijvoorbeeld een onderzeeër – maar wat nog meer? – en een donkerlamp kun je bijvoorbeeld alleen in het donker aan knippen. En een steenboom dan…?”

De activiteiten zijn gerubriceerd naar vier creatieve denkvaardigheden en twee aspecten van creatieve attitude:

Denkvaardigheden
Creatief waarnemen stelt ons in staat om verschillenden en verrassende dingen te zien (horen, voelen) in alledaagse en vertrouwde zaken. Deze vaardigheid hangt nauw samen met nieuwsgierigheid.
Flexibel associëren stelt ons in staat om nieuwe verbindingen te maken. Door dingen die op het eerste gezicht weinig of niets met elkaar te maken hebben met elkaar te verbinden ontstaan originele ideeën.
Vreemde analogieën gebruiken stelt ons in staat om begrippen op basis van niet voor de hand liggende overeenkomsten te interpreteren. Het leidt tot inzicht in nieuwe verbanden en betekenissen. Hangt nauw samen met flexibel associëren.
Verbeelden stelt ons in staat om bekende dingen te vervormen tot nieuwe dingen. Zo kunnen we vooronderstellingen (een stoel heeft altijd vier poten en een zitting) doorbreken (een stoel zonder poten en alleen maar zitting: ‘beanbag’).

Attitude
Uitstel van oordeel is het vermogen om vreemde gedachten niet meteen te verwerpen maar uit te werken alvorens het ‘te wegen’.
Alternatieven blijven zoeken is het vermogen om veel verschillende ideeën te genereren en niet snel op te geven of tevreden te zijn.

Doelen
Belangrijke doelen van de activiteiten zijn het stimuleren van vrij en onafhankelijk denken, meer vragen stellen dan antwoorden zoeken, leren leren door te onderzoeken en te experimenteren en durven anders te denken dan misschien van je wordt verwacht.

De leerkracht
Bij het aanbieden van deze activiteiten ligt de aandacht van de leerkracht minder bij instructie en beoordeling en meer bij het begeleiden van het proces en samen met de leerlingen reflecteren om gemaakte keuzes. En vooral het uitstralen van een creatieve ‘mindset’ en daarmee de leerlingen ruimte en enthousiasme geven.

5 minuten Creatief Denken staat garant voor waardevolle leer- en ontwikkelingsmomenten en voor veel denk- en doe-plezier!

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Zuurstof & Tegenwind

ZT3 blog‘Voor iedereen die geen sanseveria is,’ staat er op de cover van het tweede nummer van Zuurstof & Tegenwind. Zuurstof & Tegenwind is een thematisch, leer, doe, kijk, lees en inspireer-tijdschrift voor kinderen van 8 jaar en ouder, leraren en ouders.

Ging het eerste nummer over ‘empathie’ – met onderwerpen: vertrouwen, nieuwsgierigheid, kijken en luisteren, emoties en verbeeldingskracht – in het tweede nummer (onlangs uitgekomen) staat het thema ‘denken’ centraal en passeren filosoferen, dwars denken, anders denken en creatief denken – Ja, ja, ik heb ook met plezier een bijdrage geleverd! Met dank aan Jelle – de revue. Wetenschapsjournalist Mark Mieras laat in een interview weten hoe hij over denken… denkt. Hij ziet denken bijvoorbeeld als een tijdmachine die je in staat stelt om na te denken over wat er gebeurd is en je voor te stellen hoe het in de toekomst zal zijn.

In het mooi vormgegeven en rijkelijk geïllustreerde tijdschrift wisselen achtergronden en praktische activiteiten rondom de thema’s en onderwerpen elkaar af. Waardevol voor leraren en ouders die op zoek zijn naar extra inzichten en bijzondere werkvormen om samen met de leerlingen/kinderen te werken aan… laten we het vaardigheden van de 21e eeuw noemen. Maar de kinderen kunnen ook zelf direct aan de slag met de toegankelijke en aantrekkelijke activiteiten, zoals ‘zet een hoed op je gedachten’ of ‘denken als een pionier’.

Zuurstof & Tegenwind is een ‘spinsel’ van Het Educatiebureau, uitgegeven door Vereniging Cultuuronderwijs en verkrijgbaar in de (electronische) boekhandel of je abonneert je bij www.zuurstofentegenwind / redactie@zuurstofentegenwind.nl

Empathie – ISBN 9789082310610
Denken – ISBN 9789082310627

Dit bericht werd geplaatst op door .

Hoe creatief wil je zijn?!

sternberg2In de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’ komt vraag voorbij: ‘Wat verstaan wij als school onder creativiteit en creatief gedrag?’ Een tegenvraag: Hoe creatief wil je zijn? De een vindt het vouwen van een kraanvogeltje al bijzonder creatief, de ander verstaat onder creativiteit ‘problemen (op een nieuwe manier) oplossen’, anderen denken meer richting revolutie waarbij fundamentele denkpatronen en overtuigingen omver worden geworpen. Dat laatste is niet noodzakelijk waar je op zit te wachten als schoolleider, maar wie weet: hoe creatief wil je zijn?

Robert Sternberg geeft in een ijzersterke bijdrage – ‘Creativity as an decision making process’ – aan het boek ‘Creative Development’ (Sawyer et al. 2003) een structuur die je beter in staat stelt om na te denken over hoe creatief een idee of vondst is en welke – al dan niet gewenste – impact het kan hebben. Van hele kleine veranderingen tot verschuivingen, kantelingen en integratie van paradigma’s.

Dit door Sternberg ‘propulsion model of creativity’ gedoopte model verdeelt creatieve bijdragen aan een ‘field’ – een domein, discipline, werkwijze of toepassingsgebied – in categorieën gebaseerd op de mate van impact die deze bijdragen op het betreffende domein hebben. Een en ander is hier schematisch weergegeven.

0-4brFxgZ72-NiQ7Ng

Een korte toelichting op de categorieën van creatieve bijdragen.

  1. Bijdrage bevestigt bestaande situatie: status quo.
  2. Bijdrage geeft een andere kijk op bestaande situatie.
  3. Bijdrage verandert bestaande situatie enigszins binnen wat in het domein als acceptabel wordt zien.
  4. Bijdrage daagt bestaande situatie uit door extremen te zoeken.
  5. Bijdrage beweegt de ontwikkeling van het domein in een richting die afwijkt van wat in de huidige situatie als gangbaar en acceptabel wordt gehouden.
  6. Bijdrage gaat terug naar een eerder ontwikkelingsstadium in het domein en zoekt van daaruit een nieuwe ontwikkelingsrichting.
  7. Bijdrage verwerpt (de fundamenten van) het bestaande domein en stelt een nieuw vertrekpunt voor met een nieuwe richting.
  8. Bijdrage integreert twee fundamenteel verschillende domeinen in één nieuw domein (deze staat niet in het diagram afgebeeld).

In alledaagse situaties – ook op school – blijft creativiteit meestal beperkt tot categorieën a, b en beetje c. Wanneer creativiteit de regels van de bestaande situatie begint op te rekken (d) en uit te dagen (e) gaan we ons vaak ongemakkelijk voelen. Er bekruipt ons het onrustige gevoel dat we de gang van zaken niet meer in de hand hebben.

Je staat dan voor een keuze. Zeg je: ‘Ho! Dat doen we hier niet zo, we gaan terug tot de orde van de dag.’ Of zeg je: ‘Laat maar waaien, we zien wel wat er gebeurt.’ Of zoek je de middenweg en probeer je creatieve bijdragen – gedrag en uitingen – te kanaliseren door het  bijvoorbeeld te beperken tot bepaalde tijden en/of activiteiten. Sternberg stelt niet voor niets ‘creativity is a decision-making proces’: Hoe creatief wil je zijn?

Ik hoop dat dit een interessante aanvulling is op de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’. Houd de weblog en nieuwsbrief van CDO in de gaten, want dit betoog ga ik zeker nog verder uitbouwen. Voor nu: veel wijsheid bij het maken van keuzes voor creativiteit.

Literatuur:
Sternberg R. J. (2003). Creativity as a Decision-Making Process in Sawyer, K.R. (ed.) (2003) Creativity and Development. New York: Oxford University Press

davidvanderkooijDavid

Dit bericht werd geplaatst op door .