Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van C.D.O.

cdoblog-vvv16 februari jl. mocht ik een lezing houden bij de Algemene Onderwijsbond. Daar maak ik geen twee uur zendtijd van maar zoek interactie en discussie. De interactieve lezing “V.V.V. van Creatief Denken in Onderwijs” heeft als onderwerp drie aspecten die je als school(team) vroeg of laat in een of andere vorm gaat tegenkomen wanneer je er serieus voor kiest ‘creatieve ontwikkeling van leerling en leerkracht’ op te nemen in de VISIE die je als school naar buiten uitdraagt.

Het is dan namelijk van belang dat je samen weet waar je het over hebt; dat je een gezamenlijk VERTREKPUNT deelt. En nadat je de visie hebt besproken en geformuleerd (een stap die niet 1 2 3 genomen is) zal je ook willen (en moeten) laten zien hoe je die visie VORMGEEFT. Drie stappen dus:

  • VERTREKPUNTEN – Waar hebben we het samen over?
  • VISIE – Wat willen we en waarom?
  • VORMGEVING – Hoe gaan we het voor elkaar boksen?

Deze 3 V’s maakte ik bespreekbaar door de deelnemers stellingen voor te leggen om met elkaar over van gedachten te wisselen, meningen te delen en vooral ook om geuite meningen eens van een andere kant te bekijken. Deze stellingen heb ik ontleend aan het O21 spel, uitgegeven door Onderwijs Maak Je Samen (Van de Ven & Creemers, 2015). Omdat ik ze zelf in het spel heb ingebracht neem ik de vrijheid ze hier te quoten.

  • Zonder kennis, geen creativiteit.
  • Iets mag pas creatief heten wanneer het wordt geaccepteerd door de omgeving.
  • Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling.

De stellingen hebben ieder (en respectievelijk) te maken met de 3 V’s. Hierna sta ik bij iedere stelling kort stil en belicht een of twee aspecten ervan.

Vertrekpunten: Zonder kennis, geen creativiteit

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.40.36Zonder kennis, geen creativiteit – een stelling die ik graag tijdens een lezing of workshop voorleg aan de het publiek. De eerste reactie is altijd die van kennis = concreet en rationeel, dus niet creatief. En hup stelling om zeep geholpen. Zelfvoldane blikken staren me aan die lijken te zeggen ‘en ga je nog iets vertellen dat we nog niet weten?’De – mijns inziens – incorrecte conclusie wordt veroorzaakt doordat we de definitie van creativiteit niet helder hebben. Als je creativiteit definieert als lukraak ideeën krijgen en daar verder geen betekenis aan geven, dan zou creativiteit het misschien wel zonder kennis afkunnen. Een tuimelaar waar je een tik tegen geeft. Komt vanzelf weer tot rust, niets veranderd. Deze definitie van creativiteit is te beperkt, want creativiteit verandert.

De gangbare definities van creativiteit – in de o.m. door psychologen gebezigde creativiteitstheorieën – spreken allen van ‘nieuwe betekenis geven aan (combinaties van) wat al bestaat’. ‘Wat al bestaat’, daar kunnen we aan denken en dat heet kennis. Dingen die we al weten (hebben waargenomen, ervaren en onthouden) vormen de ingrediënten voor gedachten die we door elkaar roeren en dan proeven we eraan c.q. we zoeken betekenis in de nieuwe gedachten. Bah! of Namma, namma! Dat is zo bij jonge mensen in de schoolbanken (ach, dat is uit mijn tijd) net als bij wetenschappers die zwaartekrachtgolven postuleren.

Er zitten natuurlijk nog veel meer kanten aan de Vertrekpunten voor onderwijs dat creatief denken omarmt:

  • Kun je creativiteit leren? Check!
  • Creativiteit = expressie en kunstzinnige vorming? Negative!
  • Kun je het meten? Pas op dat je je vinder niet brandt…
  • En zo meer.

Allemaal zaken die je met elkaar moet bespreken en waar je common ground in moet vinden alvorens je visie op creativiteit helder te formuleren. Als je nog wat inspiratie zoekt dan kan ik je aanraden om nog eens door mijn Het Grote Vindingrijkboek (Van der Kooij, 2013) te bladeren dat ik juist heb geschreven om de drie V’s van Creativiteit in Onderwijs te belichten.

Visie: Iets is pas creatief als het geaccepteerd wordt door de omgeving

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.43.22We horen van alle kanten (o.m. Kennisnet, Platform Onderwijs 2032) dat de ontwikkeling van creativiteit binnen het onderwijs be

langrijk wordt geacht (wérd het dat dan niet?). Dan kun je denken, wij doen ook mee! Maar past creativiteit eigenlijk wel bij jouw school of organisatie? Uh?! Natuurlijk! Maar vergeet dan niet dat je créativiteit hebt en creativitéit. De ene schoolt denkt bij creativiteit aan een volledig vrij leerproces waarin kinderen hun leren zelf ‘uitdokteren’. De andere school wil kinderen ‘enkel’ stimuleren in het gebruiken van creatieve denkvaardigheden bij het maken van opdrachten in de natuur & techniekles. Allebei creativiteit – daar sta ik voor in –, maar het klinkt wel even anders. Creativiteit komt in verschillende smaken. Daarom is het zo belangrijk om goed stil te staan bij het Vertrekpunt: wat verstaan wij met elkaar onder creativiteit?

Uiteindelijk maakt de omgeving – op school: team, ouders, leerlingen – uit of bijzondere ideeën of vondsten geaccepteerd worden en als daadwerkelijk creatief worden erkent. Veel leraren hebben moeite met deze stellingname. Hè?! Wat is dat nou, bij creativiteit mag toch alles? Ieder idee, hoe gek ook mag toch meedoen? Ja, meedoen uiteraard, het is zelfs heel belangrijk dat al die vreemde ideeën verzonnen en getest worden. Maar een vreemd idee moet uiteindelijk waarde toevoegen voor de omgeving, het moet daar geaccepteerd worden. Andres is het slechts… een vreemd idee.

Soms kunnen vreemde ideeën die niet door de omgeving geaccepteerd worden jarenlang sluimeren totdat ze in een andere tijd en/of door andere ogen ‘ontdekt’ worden en opnieuw op waarde worden geschat. Een mooi voorbeeld is het werk van Vincent van Gogh, in zijn leven verkocht hij amper één doek, decennia na zijn dood brak zijn werk pas door en werd bijna letterlijk onbetaalbaar.

Wat voor Van Gogh in ‘het groot’ geldt, is net zo goed van toepassing in school. De leerling heeft een creatieve gedachte. Hoe reageert de leraar? Hè Lucas, nu even niet! Hoe reageert de groep? Wáááh, wat een idioot idee! Of is jouw school er klaar voor om te zeggen: Tjee Lucas, daar verras je ons mee!

Zomaar weer een van de zaken die je tegen zult komen wanneer je serieus kiest voor creativiteit binnen jouw school en het ontwikkelen van een visie daarop.

Nota bene: De Hongaars-Amerikaanse Psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi ontwikkelde de Systems-Theory of Creativity (Csikszentmihalyi, 2014).

Een uiterst elegant model waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe het spanningsveld tussen omgeving en creatieveling bepaalt of creativiteit als zodanig wordt geaccepteerd (en daarmee daadwerkelijk creatief wordt genoemd) of word verworpen.

Vormgeving: Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.45.07Je kunt er menig schoolgids op naslaan. Je leest erover in de aanbevelingen van het Platform Onderwijs 2032 (Schnabel et al., 2016). We leven in een wereld waar creativiteit – en de nodige andere vaardigheden – broodnodig zijn. Kinderen van nu groeien in een wereld op die zo snel verandert en zoveel uitdagingen kent dat de kennis van nu ontoereikend is voor het onzekere straks. Kinderen moeten leren om met deze onzekerheden om te gaan*.

[*lees de Duizelingwekkende Jaren van Philipp Blom en je zult een andere kijk hebben op deze stellingname, maar de stelling blijft wel staan.]

De wens, de noodzaak, het waarom en wat we willen bereiken staan zo keurig geformuleerd in het ‘vision-statement’ van school en bestuur. Waar het aan ontbreken kan is een duidelijke invulling van hoe een en ander wordt gerealiseerd, wordt vormgegeven.

Er bestaan programma’s die heel concreet uiteenzetten hoe creatieve (denk)vaardigheden kunnen worden gestimuleerd. Het Ideeëntoestel is er een van. Sinds kort is er een compacte Methode Creatief Denken van de Belgische uitgeverij Djapo op de markt. De eerste reactie die je kunt hebben wanneer je een dergelijke uitgave in de hand hebt is: Ha lesbrieven! Mooi we kunnen aan de slag! Wat dan gebeurt kun je vergelijken met gaan autorijden zonder dat je voor je theoriecertificaat hebt geleerd en met de handrem erop.

Alvorens met de ontwikkeling van creatieve denkvaardigheden aan de slag te gaan is het raadzaam je te verdiepen in de theoretische onderbouwing van een en ander, de ontwikkeling van jonge mensen in relatie tot het benutten van hun creatieve denkpotentieel en de ontwikkeling van een creatieve grondhouding. Daarin speelt de leraar de sleutelrol. De creatieve ontwikkeling van de leraar gaat voorop. De leraar is het rolmodel en vormt een leerklimaat waarin creatief denken gedijt. Dit leerklimaat weerspiegelt idealiter de schoolcultuur.

De stelling ‘Een beschermende schoolcultuur belemmert de leerling in zijn creatieve ontwikkeling’ is daar dan ook direct mee verbonden. We leven in een maatschappij waar het beschermen en veilig houden van onze kinderen misschien wel het hoogst gewaardeerd wordt. Risico’s worden vermeden en uit de weg geruimd. Er wordt een avontuurlijke speeltuin ingericht, met modderpoelen, heuveltjes en spannende klimtoestellen, maar er staat wel een hek omheen, zoals eerst om het betonnen schoolplein. Waar is de ruimte voor werkelijk ontdekken gebleven? Uitproberen, grenzen opzoeken en overschrijden, over het hek klimmen: ruimte voor meer dan een geschaafde knie. Creativiteit heeft risico nodig. Creativiteit is per definitie grenzen overschrijden, avontuur, onverwacht, toeval. Hoeveel ruimte en vrijheid geef je hiervoor als school en ouders?

Vergelijkbare dilemma’s komen we tegen in de omgang met elkaar. Hoe reageren leraar en medeleerling op elkaar als vreemde gedachten en gedragingen (die met creativiteit gepaard gaan) van deze of gene leerling zich manifesteren in de groep? Een veilig leerklimaat moet borgen dat leerlingen hun creatieve ik kunnen en mogen uiten. Betekent dit dat we alle ideeën van elkaar maar liefdevol moeten omarmen of mag er ook eens ‘ja maar’ gezegd worden? Creativiteit heeft vrijheid nodig, maar ook weerstand. Zonder weerstand geen vorm, maar slechts een vormeloze massa.

Het illustreert weer dat je als team opzoek gaat (moet gaan) om de creativiteit te vinden die past binnen de visie van de school. Creativiteit komt in soorten en maten, kan gedijen op een schoolplein met een hek erom, net zo goed als in het park of in een bos. Het ziet er misschien verschillend uit maar je herkent het meteen…

Tot slot

Schermafbeelding 2016-04-02 om 12.46.29Ik besluit dit drieluik over het gestalte geven aan een creatief leerklimaat op school door te onderschrijven dat creativiteit een bijzonder dynamisch gegeven is. Veel factoren spelen een rol in het creatieve proces, de creatieve persoon en de omgeving waarin het plaats heeft. Dat kan verwarrend en ontmoedigend werken: Waar moet ik beginnen? Wat moet ik – nu weer – doen? Gelukkig zijn daar handvatten voor. Zo kom ik ook terug op de 4 handvatten die Teresa Cremin et al. aanreiken voor het vormgeven van een creatief leerklimaat (Cremin, 2009): nieuwsgierig zijn, verbindingen maken, vernieuwing omarmen en ruimte geven aan autonomie. Je leest er hier over: http://creatiefdenkeninonderwijs.nl/…/profiel-van-de-creat…/ of in Het Grote Vindingrijkboek (2013).

Literatuur
Cremin, T.,Barnes, J. & Scoffham S. (2009). Creative Teaching for Tommorow, Fostering a Creative State of Mind. Deal, Kent: Future Creative.
Csikszentmihalyi, M. (2014). The Systems Model of Creativity, the Collected
Works of Mihaly Csikszentmihalyi. Dordrecht: Springer.
Schnabel, P. et al. (2016). Ons Onderwijs2032 – Eindadvies. Den Haag: Platform Onderwijs2032.
Van de Ven, M. & Creemers, M. (2015). 021 Spel, Hoe zie jij het onderwijs in de 21e eeuw? Helmond: Uitgeverij OMJS.
Van der Kooij, D. (2013) Het Grote Vindingrijkboek – Zo leer je kinderen creatief denken! Nieuwolda: Leuker.nu

Daviddavidvanderkooij

 

 

 

 

Deze post werd eerder in 4 delen gepubliceert op facebook.com/creatiefdenkeninonderwijs/

Dit bericht werd geplaatst op door .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *