Hoe creatief wil je zijn?!

sternberg2In de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’ komt vraag voorbij: ‘Wat verstaan wij als school onder creativiteit en creatief gedrag?’ Een tegenvraag: Hoe creatief wil je zijn? De een vindt het vouwen van een kraanvogeltje al bijzonder creatief, de ander verstaat onder creativiteit ‘problemen (op een nieuwe manier) oplossen’, anderen denken meer richting revolutie waarbij fundamentele denkpatronen en overtuigingen omver worden geworpen. Dat laatste is niet noodzakelijk waar je op zit te wachten als schoolleider, maar wie weet: hoe creatief wil je zijn?

Robert Sternberg geeft in een ijzersterke bijdrage – ‘Creativity as an decision making process’ – aan het boek ‘Creative Development’ (Sawyer et al. 2003) een structuur die je beter in staat stelt om na te denken over hoe creatief een idee of vondst is en welke – al dan niet gewenste – impact het kan hebben. Van hele kleine veranderingen tot verschuivingen, kantelingen en integratie van paradigma’s.

Dit door Sternberg ‘propulsion model of creativity’ gedoopte model verdeelt creatieve bijdragen aan een ‘field’ – een domein, discipline, werkwijze of toepassingsgebied – in categorieën gebaseerd op de mate van impact die deze bijdragen op het betreffende domein hebben. Een en ander is hier schematisch weergegeven.

0-4brFxgZ72-NiQ7Ng

Een korte toelichting op de categorieën van creatieve bijdragen.

  1. Bijdrage bevestigt bestaande situatie: status quo.
  2. Bijdrage geeft een andere kijk op bestaande situatie.
  3. Bijdrage verandert bestaande situatie enigszins binnen wat in het domein als acceptabel wordt zien.
  4. Bijdrage daagt bestaande situatie uit door extremen te zoeken.
  5. Bijdrage beweegt de ontwikkeling van het domein in een richting die afwijkt van wat in de huidige situatie als gangbaar en acceptabel wordt gehouden.
  6. Bijdrage gaat terug naar een eerder ontwikkelingsstadium in het domein en zoekt van daaruit een nieuwe ontwikkelingsrichting.
  7. Bijdrage verwerpt (de fundamenten van) het bestaande domein en stelt een nieuw vertrekpunt voor met een nieuwe richting.
  8. Bijdrage integreert twee fundamenteel verschillende domeinen in één nieuw domein (deze staat niet in het diagram afgebeeld).

In alledaagse situaties – ook op school – blijft creativiteit meestal beperkt tot categorieën a, b en beetje c. Wanneer creativiteit de regels van de bestaande situatie begint op te rekken (d) en uit te dagen (e) gaan we ons vaak ongemakkelijk voelen. Er bekruipt ons het onrustige gevoel dat we de gang van zaken niet meer in de hand hebben.

Je staat dan voor een keuze. Zeg je: ‘Ho! Dat doen we hier niet zo, we gaan terug tot de orde van de dag.’ Of zeg je: ‘Laat maar waaien, we zien wel wat er gebeurt.’ Of zoek je de middenweg en probeer je creatieve bijdragen – gedrag en uitingen – te kanaliseren door het  bijvoorbeeld te beperken tot bepaalde tijden en/of activiteiten. Sternberg stelt niet voor niets ‘creativity is a decision-making proces’: Hoe creatief wil je zijn?

Ik hoop dat dit een interessante aanvulling is op de longread ‘Vertrekpunten, Visie en Vormgeving van Creativiteit in Onderwijs’. Houd de weblog en nieuwsbrief van CDO in de gaten, want dit betoog ga ik zeker nog verder uitbouwen. Voor nu: veel wijsheid bij het maken van keuzes voor creativiteit.

Literatuur:
Sternberg R. J. (2003). Creativity as a Decision-Making Process in Sawyer, K.R. (ed.) (2003) Creativity and Development. New York: Oxford University Press

davidvanderkooijDavid

Dit bericht werd geplaatst op door .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *