Creativity? In your dreams!

CDO incub1Over de rol van incubatie in het creatieve denkproces, n.a.v. de publicatie Creativity – the unconscious foundations of the incubation periode (Ritter en Dijksterhuis, 2014).

In de literatuur veel besproken en zelf vast wel eens meegemaakt: De BBB ervaring – Bed, Bad, Bus. Die staan voor de plekken en momenten waar je opeens, onverwacht en verrast dát ene idee krijgt. Die inval. Dat inzicht. Eureka! A-Ha! Toch komen die ideeën niet uit de lucht vallen.

In Het Grote Vindingrijkboek vertel ik over MADMEN, die prachtige tv-serie over reclamemakers op Madison Avenue in de jaren 50 en 60: “In de drama-serie MADMEN legt reclamemaker Don Draper het als volgt – kernachtig – uit: ‘Just think about it deeply, then forget it… an idea will jump up in your face.’”

Hij heeft het over incubatie. Niet van een vreselijke ziekte maar van ideeën, een meer prettige aandoening. Je bent ergens heel erg mee bezig: met een probleem, met iets wat je graag zou willen bedenken, of met zomaar iets waar je gewoon heel erg mee bezig bent, en dan wordt je afgeleid, je moet iets anders doen, of je hebt je hoofd leeg gemaakt onder de douche, in bad, bed of bus. “…then forget it…” zegt Don Draper. Maar ben je het wel écht vergeten? Denk je er écht niet aan? Daar is onderzoek naar gedaan, met interessante en soms verrassende uitkomsten.

Al in 1926 beschreef Graham Wallas in The Art of Thought het begrip incubatie als onderdeel van het creatieve proces, dat hij verdeelde in:

  • Preparation (Ergens hard over nadenken – “Just think about it deeply,…”)
  • Incubation (Er niet aan denken of over iets anders nadenken – (…then forget it…”)
  • Illumination (Eureka! – “…an idea will jump into your face.”)
  • Verifiaction (Leuk zo’n idee, maar wat hebben we eraan, werkt het? – De ideeën van wat zelfingenomen Draper werken natuurlijk altijd.)

Ervaringen opgetekend in de (auto)biografieën van bekende uitvinders, artiesten en wetenschappers (Lees eens Creating Minds van Howard Gardner, of Creativity van Mihaly Csikszentmihalyi) getuigen ook van het gegeven incubatie en de schijnbaar positief-effectieve werking die het kan hebben op het krijgen van ideeën. En zoals gezegd, er is veel onderzoek gedaan dat in dezelfde richting wijst. Maar het meeste van dat onderzoek beschouwt incubatie als een zwarte doos. Wat de constatering en vraag opwerpt: Het werkt zo te zien… maar hoe?

Ik ontmoette onlangs Dr. Simone Ritter, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onder meer onderzoek naar het effect van creatieve trainingen en interventies op creatieve prestaties. Ook incubatie en onbewuste denkprocessen die er mogelijk mee verband houden staan hoog op haar lijstje. We hadden een geanimeerd gesprek over een en ander en we wisselden wat publicaties en werk uit. Zo gaf ze mij het artikel Creativity – the unconsious foundations of the icubation period (Ritter & Dijksterhuis, 2014) mee. Download hier via Frontiers in Human Neuroscience. De auteurs inventariseren en bespreken recent onderzoek naar de mogelijke rol van onbewuste denkprocessen in het creatieve denkproces. Het inspireerde mij om dit stukje te schrijven dat eigenlijk een doorkijkje is op dat artikel.

De centrale vraag die naar voren wordt gebracht en een rol in de besproken experimenten speelt, is: Spelen onbewuste denkprocessen een rol bij het incubatie-effect of is het gewoon ‘afleiding’, ‘vergeten’ (“…then forget it…”), of allebei, of niet.

CDO-incub3De experimenten volgen een min of meer vast patroon: Deelnemers werken aan een opdracht. Bijvoorbeeld het oplossen van een probleem of de Alternate Uses Test (‘wat kun je allemaal nog meer met een baksteen doen?’). De opdracht wordt onderbroken om na een korte of langere tijd weer te worden opgepakt. Tijdens de onderbreking worden de deelnemers – in verschillende experimenten – aan verschillende condities blootgesteld: ze werken aan een andere opdracht, ze lopen een blokje om of slapen er een nachtje over. Wat werkt? Na de onderbreking wordt de oorspronkelijke opdracht weer voorgelegd en het resultaat bekeken. Welke incubatie-conditie heeft meer effect op het creatieve oplossende vermogen van de deelnemers gehad?

Een van de onderzoeksresultaten suggereert dat wanneer je tijdens de incubatieperiode van een creatieve denkactiviteit (1) een andere creatieve denkactiviteit (2) doet, die een beroep doet op een ándere denkvaardigheid dan bij activiteit (1), de creatieve prestatie bij activiteit (1), nadat die weer is opgepakt, hoger is. In gewoon Nederlands: Een verbale opdracht (Wat kun je allemaal met een baksteen doen?), gevolgd door een ruimtelijk-visuele opdracht (Bijv. het samenstellen van een betekenisvol object uit meerdere grondvormen), weer gevolgd door de opdracht met de veelzijdige baksteen.

CDO-incub4Tevens wijst het onderzoek uit dat wanneer je – in dit geval – tijdens de incubatie ook een verbale opdracht aanbiedt, bijbvoorbeeld het bedenken van verschillende betekenissen voor anagrammen, er geen significante toename van creatieve oplossingen voor het moordwapen – pardon, de baksteen – wordt gevonden. Verbaal-verbaal of ruimtelijk-ruimtelijk laat dus geen significante toename in creativiteit zien.

Een andere onderzoek kijkt naar de invloed van de duur van het incubatieproces. Bijvoorbeeld de effecten van dagdromen en dromen tijdens de slaap. Het onderzoek levert aanwijzingen (altijd voorzichtig de wetenschapper, en met recht) dat wanneer je tijdens de incubatie periode dagdroomt, in tegenstelling tot bijv. het doen van een eenvoudige geheugentest of gewoon niks doen, je creatieve opbrengsten in ‘activiteit 1’, nadat die werd voortgezet, omhoog gaan.

Onderzoek naar dromen tijdens de slaap suggereert dat de droom-slaap (REM-slaap) ook creatieve prestaties verhoogt bij een taak die door een periode van slaap (met droom/REM-fasen) wordt onderbroken. Dit effect zou kunnen samenhangen (hypothese) met het verleggen van associatieve verbindingen tijdens het dromen, wat we terugzien in het vaak bizarre karakter van dromen (waar haal ik dat nou vandaan?)

Gegeven dat incubatie lijkt bij te dragen aan creatieve prestatie (afhankelijk van de gekozen condities en taken) rest de vraag wat dit effectueert: onderbewuste denkprocessen of simpelweg het achterwege laten van bewust denken.

In het eerste geval draagt het onbewust doordenken over een probleem bij aan de (creatieve) oplossing(en) ervan. In het tweede gaat het om factoren als rust nemen (uitgerust denk je beter), toevallig prikkels ervaren (eens aan iets anders denken) of het denken afleiden van vastgelopen gedachten (patroon doorbreken).

Verschillende onderzoeken wijzen beiden kanten op en lijken er dus op te wijzen dat beiden een rol spelen binnen het incubatie-proces.

CDO-incub2De auteurs halen onder meer onderzoek aan dat gebruik maakt van de Remote Association Test (RAT). In deze test krijgen de deelnemers telkens drie woorden aangeboden met de opdracht het woord te vinden dat deze drie woorden verbindt. De woorden zijn zo gekozen dat ze op zichzelf sterke associaties oproepen die niet direct naar de andere twee woorden wijzen. Een voorbeeld: cookies, heart, sixteen => sweet. Door de deelnemers nu van te voren verkeerde suggesties te geven worden in het brein van deze deelnemers de associaties die in de goede richting wijze als het ware geremd (inhibitie), waardoor aan de ene kant voor de hand liggende juiste antwoorden niet meer ‘bereikbaar’ zijn maar mogelijkheden voor nieuwe en creatieve vondsten worden openleggen. Uiteraard met een controlegroep waarbij geen verkeerde suggesties werden gegeven en die dan ook minder creatief uit de hoek komt. Een voorbeeld van hoe ‘vergeten’ een rol kan spelen in incubatie.

We kennen allemaal wel het gevoel dat iets wat we ons willen herinneren op het puntje van onze tong ligt. Vaak gebruiken we dan ‘omwegen’ om bij het gezocht woord te komen en voelen we als het ware dat het antwoord dichterbij komt. Soms kan dat een heel erg sterk gevoel van ‘ik ben er bijná’ oproepen. En plots heb je het. Onderzoek waarin dit verschijnsel een rol speelt lijkt erop te wijzen dat hier onbewuste denkprocessen een rol spelen.

Dijksterhuis – auteur van Het slimme onbewuste (2007) – deed onderzoek waaruit naar voren komt dat bij het nemen van beslissingen het onbewuste een belangrijke rol lijkt te spelen, en dat beslissingen door onszelf vaak ‘al genomen’ zijn voordat we ons ervan bewust zijn. Spelen dergelijke onbewuste denkprocessen ook een rol spelen bij creativiteit?

Hij deed onder meer het volgende experiment. Deelnemers werd gevraag om bijvoorbeeld een lijst te maken van wat er allemaal met een… baksteen… kan worden gedaan. De controlegroep ging meteen aan de slag, de ‘bewuste’ groep mocht eerst drie minuten over het probleem nadenken alvorens te gaan schrijven en de ‘onbewuste’ groep voerde een andere – afleidende – taak uit. De bewuste groep kwam voornamelijk met voor de handliggende antwoorden terwijl de ‘onbewuste’ groep tot meer verschillende en creatievere alternatieven kwam, in tegenstelling ook tot de controlegroep.

Het artikel noemt nog veel meer voorbeelden en ik hoop dat ik een aantal van de experimenten die in het artikel worden beschreven enigszins toegankelijk heb kunnen samenvatten.

De auteurs sluiten af met prikkelende overwegingen ten aanzien van de mogelijkheden die dergelijke onderzoeksresultaten suggeren voor ondermeer onderwijs en het stimuleren van creativiteit in een onderwijs-setting.

Er zijn al heel lang allerhande trainingen en interventies beschikbaar die vooral gebruik maken van bewust creatief denken (denk aan het doorbreken van vooronderstellingen, het zoeken en gebruiken van ongebruikelijke analogieën, er is een keur aan ‘bewuste’ creatieve denktechnieken ontwikkeld en beschikbaar).

Soms speelt incubatie een rol in deze aanpakken, maar dan als ‘zwarte doos’: het werkt, dus we doen het. Maar hoe het werkt?

Nu er meer zicht en inzicht komt op en in de rol van (niet) bewuste en onbewuste denkprocessen in de incubatiefase, kan deze meer ‘bewust’ (excuse my French) worden ingezet. Zo’n relatief eenvoudig inzicht is dat het helpt om tijdens een incubatie-periode een eenvoudige (non-demanding) taak te verrichten die een beroep doet op andere denkvaardigheden dan die welke eerst werd aangewend (verbaal? => ruimtelijk!).

Uiteraard – en gelukkig – wijzen Ritter en Dijksterhuis er op dat er nog veel onderzoek nodig is om meer grip te krijgen op het verschijnsel incubatie. En ook dat incubatie alleen niet voldoende is: bewust denken is noodzakelijk om de nodige kennis te vergaren, te bepalen welke problemen relevant zijn en om voorgestelde vernieuwingen te verifiëren en te implenteren. Kennis en creativiteit: a dream team!

Lees het artikel van Ritter en Dijksterhuis: Gevonden op 23 augustus 2015 via http://dx.doi.org/10.3389/fnhum.2014.00215

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst op door .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *