Creatief in het doel

doelcdoblogSoms vraag je je af of je creativiteit kunt meten. En of dat eigenlijk wel nodig is om te bepalen. Misschien moet je creativiteit wat minder proberen te bepalen, maar wel wat vaker waarderen als je het tegenkomt!

Mijn kleindochter Maartje werd onlangs twaalf jaar. Een bijzondere gebeurtenis. Er ligt immers iets heel bijzonders in het verschiet. Het duurt nog slechts een aantal maanden en dan ga je naar de middelbare school. Keuzes voor het schooltype, keuzes voor de school zelf, en keuzes voor talentvakken die je buiten het rooster om kunt doen.

Het vak creativiteit staat niet in het aanbod dat de scholen haar boden, behalve dan wat we de creatieve vakken noemen. Hoewel ze in de “creatieve vakken” geen slechte beurt maakt, vindt ze rekenen toch wel een van haar favoriete vakken. Met haar rekenvaardigheid verbaasde ze me op een zeer creatieve manier.

Sinds een tijdje is ze keepster in een hockey-ploeg. Ze ziet er bijzonder stoer uit met al de beschermingslagen voor haar benen, voeten, haar groeiende lijf en haar gezicht. Als een professional staat ze in het doel en houdt de ene bal na de andere tegen. Onlangs vroeg ze zichzelf hoe goed ze eigenlijk is. Het is hartstikke fijn als iedereen zegt dat ze goed is. Ook een keer de beste keepster van het toernooi zijn is natuurlijk fantastisch. Maar kun je dat “goed zijn” ook op de een of andere manier bepalen, vroeg ze zichzelf af?
Ze bedacht dat als ze nou meer ballen zou tegenhouden dan dat ze zou doorlaten, dan zou dat een goede maat zijn voor een wedstrijd. Doordat ze rekenen leuk vindt kreeg dat een interessante wending.

Na een wedstrijd zei ze tegen me, dat het een goede wedstrijd voor haar was. Ze had een persoonlijke score van 70 procent. Ik kende haar maatgeving op dat moment nog niet, dus stond ik een beetje met mijn ogen te knipperen. “70 procent?”, vroeg ik voorzichtig, “dat klinkt heel goed.” “Ja, zei, kijk, ik heb 20 ballen op het doel gekregen, ik heb er 14 tegen weten te houden. Dus heb ik 70 procent tegen weten te houden.” Ze vervolgde, “ik wil meer dan de helft van de ballen tegenhouden, dan heb ik het goed gedaan. Ik moet dus meer dan 50 procent wegschoppen, vangen of bovenop gaan liggen. Als ik 60 procent of meer tegenhoud dan heb ik tijdens een wedstrijd goed gedaan.”

Ik was trots. Trots op een goede keepster en trots op haar creatieve vaardigheid. Een resultaat dat klinkt als een klok, en nooit in een CITO-toets zal worden gemeten.

hansstavleuHans Stavleu

Dit bericht werd geplaatst op door .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *